TWEEDE HOOFDSTUK

II DE REI DER HEREN


Bij de opdracht tot het schrijven van deze geschiedenis is door de raad van beheer de wens uitgedrukt, dat een voerzicht van alle heren en aandeelhouders zou worden opgesteld. Het is inderdaad een aantrekkelijke gedachte vast te leggen, welke families voorheen als heren van Vossemeer zijn opgetreden. De lijst zal om haar lengte en door de klank van roemruchte namen wellicht aandacht krijgen. Toch is het nodig, enige voorbehouden vooraf te laten gaan, want het overzicht kan noch op volledigheid noch op absolute exactheid staat maken. Sinds ongeveer een eeuw hebben de rentmeesters inzake de ambachtsporties of aandelen, en de eventuele verervingen of verkopingen nauwkeurig boek gehouden. Vanaf plm. 1850 zijn de aandelen, respectievelijk heren of aandeelhouders over het algemeen goed te volgen. Uit de periode tevoren vindt met praktisch geen expliciete boekhouding van de aandelen. Dan moeten de namen der aandeelhouders en hun onderscheiden porties uit diverse bestanddelen van het archief bijeengegaard worden.
Een goede bron vormen de notulen van de vergaderingen, waarin vermeld staat, wanneer een heer of aandeelhouder tot de zitting werd toegelaten, wiens aandeel hij verkregen had, wanneer hij ter vergadering kwam en wanneer hij overleed. Doch zelfs in de besluitenregisters blijken niet alle overgangen geregistreerd te zijn. Over het algemeen vindt men er wel de gegevens over de stemgerechtigde aandeelhouders, doch slechts bij toeval die der kleinere aandelen, welke niet op de vergadering vertegenwoordigd waren. Legio zijn trouwens de gevallen dat een heer niet onder zijn eigen naam werd vermeld, doch onder een bijnaam, zoals de “heer van Malle”, “graaf van Spange” “heer van Treslonge”, zodat niet duidelijk is wie wordt bedoeld, vooral als twee leden uit dezelfde familie een ambachtsportie hadden.
Een andere bron vormt de serie der rekeningen, waarin de “blijde inkomste” werd verantwoord. De besluiten tot toelating en de betaling der blijde inkomste dekken elkaar vrij goed. Aan de hand van deze twee bronnen konden de stemgerechtigde leden vrij gemakkelijk worden opgespoord. De mogelijkheid moet evenwel opengelaten worden, dat zelfs stemgerechtigden (bezitters van de grotere porties), die zelden of nooit ter vergadering kwamen, aan de aandacht zijn ontsnapt of dat zij tengevolge van de (overigens zeldzame) hiaten in het archief nergens meer met name zijn genoemd. Moeilijker lag de reconstructie van de heren en aandeelhouders, die volgens de statuten niet stemgerechtigd waren. In de oudste periode komen hun namen vrijwel nooit in de resoluties voor. Merkwaardigerwijs schijnt het voorheen gebruikelijk te zijn geweest, dat het dividend door de rentmeester zonder schriftelijk bewijs werd uitgekeerd. Had er een exacte boekhouding van deze uitkeringen bestaan, dan zou de reconstructie van alle aandeelhouders betrekkelijk gemakkelijk zijn geweest. Vanaf 1824 bestaan die lijsten wel, doch in de jongste periode zijn voldoende andere gegevens voorhanden. Het is derhalve zeer waarschijnlijk, zelfs vrij zeker, dat van deze categorie heren of aandeelhouders (d.w.z. van de niet-stemgerechtigde leden) niet alle vertegenwoordigers zijn teruggevonden. Vooral in de 15e en 16e eeuwen moet op veel missingen gerekend worden. Dit blijkt al heel duidelijk uit de lijst zelf, waar in die tijd de successie niet altijd kan worden aangegeven.

Vanouds maakten de tienden in het land van Vossemeer een integrerend deel uit van de ambachtsheerlijke rechten. Doch toen de heerlijkheid in het begin van de 16e eeuw een groot deel van de tienden in Oud Vossemeer verkocht en deze na geruime tijd weer terugkocht, werden de hoeken tienden om organisatorische en practische redenen voor de leenkamer van Zeeland verheven op de naam van één der aandeelhouders. Hij gaf de ambachtsheerlijkheid evenwel een onderhandse verklaring, dat het leen slechts pro forma op zijn naam was gesteld en dat hij geen aanspraak maakte op het profijt ervan, daar dit aan allen gezamenlijk toekwam. Nu was het meestal wel zo, dat bij een successie van een gewoon aandeel ook een deel der tienden op naam van de nieuwe heer werd gesteld, doch in tal van gevallen is dit niet geschied. Zo kon het gebeuren, dat een zoon in het gewone aandeel van zijn vader opvolgde, en direct of later een deel der tienden op zijn naam kreeg, dat voorheen op een geheel andere naam had gestaan. Af en toe kan uit de stukken worden geconcludeerd of vermoed, dat men vroeger deze twee soorten van overdracht van aandelen niet altijd goed uit elkaar heeft gehouden, d.w.z. de reële overdracht van een portie in de ambachtsheerlijkheid en de slechts formele overdracht van een deel in de tienden. Te vrezen is, dat hier en daar successies zijn gelegd, die dit niet waren. Waarschijnlijk heb ik de onduidelijkheden niet allemaal opgehelderd en zijn niet alle fouten weggewerkt of vermeden. De lijst dient derhalve met enige reserve bezien en gebruikt te worden. Zij pretendeert niet dé lijst van de heren van Vossemeer te zijn, doch enkel van hen, wier namen met zekerheid te achterhalen waren. De mogelijkheid moet niet uitgesloten worden, dat zij te zijner tijd, na intensiever onderzoek en bewerking, belangrijk kan worden uitgebreid, of dat zij in details moet worden gecorrigeerd en aangevuld. Zij telt 668 personen. Ofschoon zij niet op het ronde getal van 1000 uitkomt, heeft zij toch geïnspireerd tot de titel van dit boek: “land van duizend heren”. Het is geen dichterlijke vrijheid, daar de schrijver ervan overtuigd is, dat hij meerdere namen niet heeft kunnen achterhalen. De meeste gegevens van dit hoofdstuk zijn geput uit de besluiten en de rekeningen. Daar hier het jaartal voldoende aanwijzing geeft, zijn verdere noten achterwege gelaten. Voor de latere periode zijn tevens de registers en stukken gebruikt, in de inventaris vermeld onder de nrs. 12 - 108. Vindplaatsen buiten het eigen archief zijn in het kort tussen haakjes vermeld.

De namen zijn in chronologische volgorde gerangschikt. Vermeld zijn de gegevens over de personen en de aandelen; wanneer de heren voor het eerst optreden; welk aandeel zij bezitten; van wie dit afkomstig is; eventuele bijzonderheden over hun verhouding tot de ambachtsheerlijkheid, en tenslotte wanneer en aan wie hun aandeel is overgegaan. Het overzicht beoogt derhalve geen biografie te zijn, nog minder een genealogisch werkstuk. Het beperkt zich welbewust tot het aandeel van de ambachtsportie. De lijst is chronologisch opgezet, omdat de materie zich hiervoor het beste leende. Een ogenblik is overwogen, de aandelen te reconstrueren naar de 6 oorspronkelijke delen, doch bij nader inzien is deze gedachte niet gevolgd, deels omdat zij toch niet met voldoende zekerheid uit te werken was, doch voornamelijk, omdat sommige oorspronkelijke aandelen zover onderverdeeld zijn, dat in een reconstructie langs die weg het overzicht misschien geheel verloren zou gaan.
In de lijst zijn de overgangen (indien bekend) vermeld, zodat het tot op zekere hoogte mogelijk is, een huidig aandeel via vroegere overdrachten terug te voeren. Het zal wel niet gelukken, deze reconstructie door te trekken tot 1410 , omdat er in de 15e en 16e eeuwen te weinig exacte gegevens zijn bewaard, zodat het daar moeilijk is de juiste successie met een redelijke zekerheid te geven.
Na de heren van Vossemeer zijn die van Vrijberghe vermeld. Deze heerlijkheid is op het einde van de 16e eeuw voor een deel, tegen het midden van de 19e eeuw geheel in het bezit van de heren van Vossemeer gekomen. De lijst van Vrijberghe vertoont in de 15e en 16e eeuw ernstige manco’s. Daar Vrijberghe tenslotte geheel in Vossemeer werd geïncorporeerd, is het redelijk, dat de nummering der heren gewoon doorloopt.
Tenslotte nog enkele practische aanwijzingen, die bij het raadplegen van de lijst in acht dienen te worden genomen:
1. De opvolging in de aandelen (meestal uitgedrukt door: “afkomstig van” of “overgegaan op” is slechts gegeven, als zij uit de stukken blijkt. Waar zij niet bekend of vermeld was en zij toch redelijkerwijs verondersteld mag worden, is zij desondanks niet gegeven. Enkele gevallen in de latere periode, waar naar de schijn een aandeel overging op een persoon met dezelfde familienaam en de juiste successie toch anders lag, hebben erop geattendeerd de successie enkel op vaststaande gegevens aan te nemen.
2. De jaartallen duiden de jaren aan, dat een persoon heer van Vossemeer of aandeelhouder was. Staat een jaartal tussen haakjes, dan betekent dit, dat het van andere gegevens is afgeleid. Een vraagteken vervangt soms het eerste of het tweede jaartal. Het tweede jaartal, dat meestal ook in de tekst is vermeld, duidt het jaar aan, dat het aandeel op een nieuwe eigenaar is overgegaan. Die vindt men dan in de lijst op de aangegeven chronologische plaats. Beide jaartallen duiden de tijd aan, waarin een heer van Vossemeer zitting had of aandeelhouder was.
Uitdrukkelijk moet erop gewezen worden, dat aan deze jaartallen geen absolute waarde mag worden gehecht; zij zijn gebaseerd op de vermelding van de betreffende persoon in de stukken. Slechts indien het overlijden bekend is of de overgang van het aandeel vaststaat, kan het tweede jaartal als de eindtermijn worden beschouwd. In tal van gevallen zal het vermelde jaar niet met zekerheid als zodanig kunnen worden aangenomen.
3. De hoegrootheid van het aandeel is opgenomen, indien zij bekend was. Hier is wel naar exactheid gestreefd, doch die kon niet altijd bereikt worden, omdat op dit punt de verschillende bronnen elkaar soms tegenspreken. Punten, die niet geheel duidelijk waren, zijn vermeld zoals de stukken ze geven, omdat een vooropgezet plan om alles wél sluitend te krijgen, niet te verwezenlijken was.
4. De schrijfwijze van de familienamen heeft in de loop der tijden enige verandering ondergaan. Over het algemeen is de eigentijdse schrijfwijze gevolgd, zodat men in de lijst diverse schrijfwijzen van dezelfde naam tegenkomt. Uiteraard kan dit geen beletsel zijn voor de identificatie van een en dezelfde familie. De afwijkingen zijn overigens van zeer ondergeschikte aard.
5. In 1795 is het publiekrechtelijk statuut der ambachtsheerlijkheid beëindigd. Daarna zou men eigenlijk niet meer mogen spreken van “heren van Vossemeer” doch van aandeelhouders. De successies overbruggen echter zo ongestoord de overgangsperiode, dat het niet verantwoord zou zijn een caesuur te leggen na 1795; terecht loopt de lijst gewoon door onder de titel van de heren van Vossemeer. Eenieder moge begrijpen, dat na plm. 1806 niet meer de volle institutionele titel van toepassing is.
6. Vanaf 1870 zijn de aandelen genummerd. In verband met de omzetting van het zedelijk lichaam in een nv zijn de aandelen in 1935 hernummerd. Terwille van de volledigheid zijn bij de aandeelhouders de nummers van hun aandelen vermeld. Overschrijvingen e.d. van vóór 1935 verwijzen naar de oude, van ná 1935 naar de nieuwe nummers. Daar dit zich min of meer vanzelf uitwijst, is in de lijst de vermelding van oud of nieuw achterwege gelaten.

1. Philips van Dorp 1410 - ?
Een der 6 deelhebbers, genoemd in de eerste uitgiftebrief.

2. Pieter Botlant 1410 - ?
Een der 6 deelnemers, genoemd in de eerste uitgiftebrief. Ook genoemd in de tweede uitgiftebrief van 1415. Volgens een later gegeven bezat hij een 1/8 deel (leenkamer). Vermoedelijk is hij de Pieter Botlant, die in 1427 samen met Gerrit van Zevenbergen de partij van Jacoba van Beieren gekozen had, in Zevenbergen door Philips van Bourgondië werd belegerd en na de overgave van de stad in gevangenschap naar Rijssel werd gevoerd. Pieter van Botlant, die in 1433 als ‘regent’ van het land van Vossemeer optreedt, is waarschijnlijk een andere persoon.

3. Laurens Dammas 1410 - ?
Een der 6 deelnemers, genoemd in de eerste uitgiftebrief.

4. Helwich van Doornik 1410 - (1414)
Een der 6 deelnemers, genoemd in de eerste uitgiftebrief. Komt in 1415 niet meer voor (zie ook 1431).

5. Guy de bastaard van Bloys 1410 – 1421
Een der 6 deelnemers, genoemd in de eerste uitgiftebrief. Hij stierf op 18 october 1421; is in het aandeel vermoedelijk opgevolgd door zijn vrouw Clara van Botlant. Zijn grafsteen bevindt zich in de kerk van Tholen.

6. Jan de Bastaard van Bloys, heer van Treslonge 1410 – 1437
Een der 6 deelhebbers, genoemd in de eerste uitgiftebrief. Ook genoemd in de tweede uitgiftebrief van 1415. Zijn goederen zijn in 1437 verdeeld tussen zijn kinderen: Adriaan, Jan en Johanna van Treslonge (Leenk.).

7. Gerrit van Zeijl (1413) – 1417
Wordt als deelhebber genoemd in de tweede uitgiftebrief van 1415. Volgens een register van de Leenkamer bezat hij in 1413 een 1/12 deel. Zijn aandeel gaat in 1417 over op Mr. Jan Gilliszoon (Leenkamer).

8. Jan Heerman (Jan van Goch) 1415 - ?
Genoemd in de tweede uitgiftebrief van 1415. In de registers van de Leenkamer wordt een Jan van Goch genoemd, die een 1/36 deel bezat. Deze is in 1415 met een deel begiftigd, dat in 1429 en 1436 werd bevestigd, “omdat hij met de anderen op zijn kosten bedijkt had”. In 1417 wordt Mr. Jan Gilliszoon genoemd als opvolger van een deel van Jan Heerman. Het aandeel blijkt in 1452 in bezit te zijn van Adriaan Willemszoon van Zommerzeer, die het van zijn vader gekregen had, doch tussen hem en Jan Heerman moet vermoedelijk nog een eigenaar aangenomen worden.

9. Laureys van Overvest 1415 - (1429)
Wordt in 1415 beleend met een 1/12 deel; vermoedelijk bezat hij het 1/12 deel van Gerrit van Zeijl. Een deel van zijn aandeel is in 1415 overgegaan op Johanna van Treslonge. Een ander deel is in 1417 overgegaan op Mr. Jan Gilliszoon, deken van Middelburg. Volgens latere gegevens is een ander deel van zijn aandeel in 1429 overgegaan op Jan de Wit Lauriszoon (leenkamer).

10. Johanna van Treslonge 1415 - ?
Bezit 1/4 deel van een 1/ 12 deel, dat zij in 1415 van Laureys van Overvest verkreeg. Het aandeel is overgegaan op Jan van Treslonge. In 1437 verkreeg zij een deel in het aandeel van haar vader Jan van Bloys, heer van Treslonge (leenkamer). (Zie ook 1437).

11. Dirk Ofhuis 1416 – 1420
Wordt in 1416 beleend met 1/54 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer. De helft van dit deel gaat in 1420 over (of blijft over?) op Dirk Ofhuis (leenkamer).

12. Mr. Jan Gilliszoon (1417 - (1420)
Deken van Middelburg. Wordt in 1417 beleend met een deel van het aandeel van Gerrit van Zeijl en een deel van het aandeel van Jan Heerman. Zijn aandeel gaat in 1420 of 1429 over op Mr. Gillis van Wissenkerke,ook deken van Middelburg, die zijn broer wordt genoemd (Leenk.)

13. Dirk Ofhuis 1420 - (1436)
Wordt in 1420 beleend met de helft van een 1/54 deel, afkomstig van Dirk Ofhuis. Het aandeel gaat in 1436 over op Jacob van Bleiswijk (Leenkamer).

14. Pieter Standert 1420 – 1439
Wordt in 1420 beleend met de helft van een 1/72 deel, dat in 1439 overgaat op zijn zoon Claes Pieter Standerszoon (Leenkamer).

15. Mr. Gillis van Wissenkerke (1420) - (1451)
Deken van Middelburg. Wordt in 1420 of 1429 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn broer Mr. Jan Gilliszoon. Een deel van zijn aandeel gaat in 1430 over op Jan van Soutengijs. Treedt in 1433 op als “regent” van de heerlijkheid. Hij stelt in dat jaar, namens de heren, een statuut op voor de uitgifte van te bedijken land, welke dijkage vermoedelijk niet is doorgegaan. Wordt in 1443 als bezitter vermeld van een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer. Wordt in 1437 beleend met een 1/36 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Mr. Jan van Leiden. Dit aandeel gaat in 1451 over op Claes Hendricxszoon van Wissenkerke. Wordt in 1446 beleend met de helft van 1/72 deel, afkomstig van Claes Pieter Standerszoon. Dit deel gaat in 1446 over op Willem Pieterszoon van Baersdorp, die de andere helft verkreeg van Daem Bartelmeuszoon en Margriete Simons dochter van Dalem (Leenkamer).

16. Simon Damaszoon ? – 1429
Bezit 1/4 van een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer. Blijkens latere gegevens schijnt dit het aandeel te zijn van Laureys van Overvest. Het aandeel gaat in 1429 over op Jan de Wit Lauriszoon (Leenkamer).

17. Clara van Botland 1421 – 1435
Vrouw van Guy de bastaard van Bloys. Volgde vermoedelijk haar man in het aandeel op. Zij is op 20 september 1435 overleden. De grafsteen van haar en haar man ligt in de kerk van Tholen.

18. Jan de Wit Lauriszoon 1429 – 1431
Wordt in 1429 beleend met 1/4 deel van een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Simon Damaszoon. Volgens latere gegevens schijnt dit het deel te zijn van Laureys van Overvest. Het aandeel gaat in 1431 over op Hendrik van Groesbeek (Leenkamer).

19. Hugo van Dalem ? – 1430
Bezit 1/24 deel van de tienden, dat hij in 1430 overdraagt aan zijn zoon Cornelis van Dalem (Leenkamer).

20. Jacob Ofhuis 1430 – 1436
Wordt in 1430 beleend met de helft van 1/36 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, vermoedelijk afkomstig van Dirk Ofhuis. Het aandeel gaat in 1436 over op Jacob van Bleiswijk (Leenkamer).

21. Aernt Thouw Alewijnszoon 1430 - (1436)
Wordt in 1430 beleend met de helft van een 1/31 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer. Het deel gaat (in 1436?) over op Jacob van Bleiswijk (Leenkamer).

22. Jan van Soutengijs 1430 – 1437
Wordt in 1430 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van Mr. Gillis van Wissenkerke. Zijn aandeel gaat in 1437 over op Jkvr. Johanna van Treslonge (Leenkamer).

23. Cornelis van Dalem 1430 – 1468
Wordt in 1430 beleend met een 1/24 deel van de tienden, afkomstig van zijn vader Hugo van Dalem. Het aandeel gaat in 1468 over op zijn zoon Pieter van Dalem (Leenkamer).

24. Dammas Laureszoon ? – 1431
Bezit de helft van een 1/16 deel, de helft van een 1/72 deel, en de helft van een 1/72 deel, welk aandeel in 1431 overgaat op zijn zoon Simon Damaszoon (Leenkamer).

25. Simon Damaszoon 1431
Wordt in 1431 beleend met de helft van een 1/16 deel, de helft van een 1 /72 deel en de helft van een 1/72 deel, welk aandeel hij in hetzelfde jaar overdraagt aan Daem Bartelmeuszoon (Leenkamer). Mogelijk is hij identiek met Simon Damaszoon (zie 1429 en 1440).

26. Hendrik van Groesbeek 1431 – 1441
Wordt in 1431 beleend met een 1/4 van een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Jan de Wit Lauriszoon. In 1440 vestigt hij er een lijftocht op ten gunste van zijn vrouw. Het aandeel gaat in 1441 over op Willem Pieterszoon van Baersdorp (Leenk.).

27. Helmich van Doornik 1431 – 1448
Draagt in 1431 de helft van zijn eigen vrij goed, erven en vroonlanden, die hij in Vossemeer heeft, aan de graaf op en krijgt deze in leen. Het vormt 1/12 deel van de heerlijkheid. De andere helft was in het bezit van Claes Bartelmeuszoon. Zijn aandeel gaat bij zijn overlijden in 1448 over op zijn zoon Jan van Doornik (Leenkamer). Mogelijk is hij identiek met Helmich van Doornik, in de eerste uitgiftebrief genoemd.

28. Daem Bartelmeuszoon 1431 – 1470
Wordt in 1431 beleend met de helft van 1/16 deel, de helft van een 1/72 deel en de helft van een 1/72 deel, afkomstig van Simon Damaszoon. In 1540 schijnt er (volgens de Leenkamer) een overdracht te hebben plaats gevonden door Maria Cornelis Claes Stoyts dochter. Het aandeel gaat in 1470 over op zijn neef Claes Jacobszoon (Leenkamer). Is identiek met Adam Bertelmees zoon, die genoemd wordt in 1458 in het geschil met de heer van Bergen op Zoom.

29. Hendrick Coppierszoon ? – 1432
Bezit een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, dat in 1432 overgaat op zijn zoon Jacob Hendrick Coppierszoon (Leenk.).

30. Jacob Hendrick Coppierszoon 1432 – 1442
Wordt in 1432 beleend met een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van zijn vader Hendrick Coppierszoon. Het aandeel gaat in 1443 over op Mr. Gillis van Wissenkerke (Leenkamer).

31. Pieter van Botlant 1433 - ?
Treedt in 1433 op als “regent” van het land van Vossemeer. Hij is vermoedelijk niet identiek met de eerste Pieter van Botlant.

32. Jacob en Dirk Ofhuis en Aernt Thouw ? – 1436
Bezitten gezamenlijk de helft van twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer. Het aandeel gaat in 1436 over op Jan Willem Robbrechtzoon (Leenkamer).

33. Jacob van Bleiswijk 1436 – 1475
Wordt in 1436 beleend met de helft van een 1/30 deel en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van Jacob en Dirk Ofhuis. Eveneens in de helft van een 1/31 deel, afkomstig van Aernt Thouw Alewijnszoon. Wordt in 1458 genoemd in het geschil met de heer van Bergen op Zoom. Is ook genoemd in een stuk van 1463. Zijn aandeel gaat in 1475 over op zijn zoon Willem van Bleiswijk (Leenkamer).

34. Jan Willem Robbrechtszoon 1436 – 1485
Wordt in 1436 beleend met een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer. Het aandeel gaat in 1443 over op Mr. Gillis van Wissenkerke. De juiste successie is onzeker. Wordt in 1436 beleend met de helft van twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van Jacob en Dirk Ofhuis en Aernt Thouw. Het aandeel gaat in 1485 over op zijn zuster Sophie Willem Robbrechtsdoehter (Leenkamer).

35. Mr. Jan van Leiden ? – 1437
Bezit een 1/36 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, dat in 1437 overgaat op Mr. Gillis van Wissenkerke (Leenkamer).

36. Willem Janszoon ? – 1437
Bezit de helft van een 1/72 deel, dat in 1437 overgaat op Cornelis Claeszoon Boeyenszoon (Leenkamer).

37. Cornelis Claeszoon Boeyenszoon 1437 - ?
Wordt in 1437 beleend met de helft van een 1/72 deel, afkomstig van Willem Janszoon (Leenkamer).

38. Adriaan van Bloys, heer van Treslonge 1437 - ?
Wordt in 1437 beleend met de helft van een 1/24 deel en de tienden, afkomstig van zijn vader Jan van Bloys, heer van Treslonge. Wordt in 1458 genoemd in het geschil met de heer van Bergen op Zoom. Komt nog in een stuk van 1463 voor. Zijn aandeel gaat over op Cornelis van Treslonge (Leenkamer).

39. Jan van Treslonge 1437 - ?
Verkrijgt in 1437 een deel van het aandeel van zijn vader Jan van Bloys, heer van Treslonge (Leenkamer). De verdere successie van zijn aandeel is niet bekend.

40. Jkvr. Johanna van Treslonge 1437 - ?
Wordt in 1437 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van Jan van Soutengijs. Haar aandeel gaat in 1478 over op Martijn Claeszoon van Wissenkerke, doch heeft tevoren op naam gestaan van diens vader Claes Danszoon van Wissenkerke (Leenkamer). Johanna krijgt in 1437 een deel van het aandeel van haar vader Jan van Bloys, heer van Treslonge. (zie ook 1415).

41. Claes Pieter Standerszoon 1439 – 1446
Wordt in 1439 beleend met de helft van een 1/72 deel, dat in 1446 op Mr.Gillis van Wissenkerke overgaat (Leenkamer).

42. Marie Cornelis Claes Stoyts dochter ? – 1440
Bezit een 1/32 en een 1/72 deel, dat in 1440 op Simon Damaszoon overgaat (Leenkamer).

43. Simon Damaszoon 1440
Wordt in 1440 beleend met een 1/32 en een 1/72 deel, afkomstig van Maria Cornelis Claes Stoyts dochter, dat hij hetzelfde jaar overdraagt aan zijn moeder Margriete Simons dochter van Dalem (Leenkamer). Mogelijk is hij identiek met Simon Damaszoon (zie 1431).

44. Margriete Simons dochter van Dalem 1440 – 1481
Wordt in 1440 beleend met een 1/32 en een 1/72 deel, afkomstig van haar zoon Simon Damaszoon. Bij haar dood in 1481 gaat het aandeel over op haar zoon Dammas Simonszoon (Leenkamer).

45. Willem Pieterszoon van Baersdorp 1441 – 1476
Wordt in 1441 beleend met een 1/4 van een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Hendrik van Groesbeek. Wordt in 1446 beleend met de helft van een 1/72 deel, afkomstig van Daem Bartelmeuszoon en Margriete Simons dochter van Dalem. Het aandeel gaat over op Martijn Claeszoon van Wissenkerke. Volgens een ander gegeven gaan het eerste en het tweede deel over op zijn broer Harnoult Pieterszoon (Leenkamer).

46. Jan van Doornik 1448 – 1477
Wordt in 1448 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Helmich van Doornik. In 1455 schijnt het aandeel als douairie verbonden te zijn voor zijn vrouw Jkvr. Lijsbet Jansdochter van Renesse (leenkamer). Hij is in 1458 genoemd in het geschil met de heer van Bergen op Zoom. Komt in een stuk van 1463 als heer voor (reg. 28). Bezit een 1/6 deel, dat in 1472 overgaat op Dammas Simonszoon. Hij draagt de wederhelft van de percelen, door Helmich van Doornik aan de graaf opgedragen, in 1472 over op Claes Jacob Bartelmeuszoon, alias de Waert. Zijn aandeel gaat in 1477 over op zijn zoon Jan van Doornik (Leenkamer).

47. Claes Hendricxszoon van Wissenkerke 1451 – 1465
Wordt in 1451 beleend met een 1/36 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer; in dezelfde opgave wordt vermeld, dat hij een 1/12 en een 1/18 deel bezit. Zijn aandeel gaat in 1465 over op Claes de Vriese (Leenkamer).

48. Adriaan Willemszoon van Zommerzeer 1452 – 1476
Wordt in 1452 beleend met een 1/36 deel, afkomstig van Jan van Gogh (Heerman?) Het deel gaat in 1476 over op de heer van Bergen op Zoom (Leenkamer).

49. Jkvr. Lijsbet Jansdochter van Renesse 1455 – 1477
Vrouw van Jan van Doornik. Heeft sinds 1455 een douairie in een 1/12 deel. Het aandeel gaat in 1477 over op Helmich van Doornik (Leenk.).

50. Jan Willemszoon 1458 - ?
Genoemd in het geschil met de heer van Bergen op Zoom.

51. Claes Henrix zoon van Wissenkerke 1458 - (1465)
Genoemd in het geschil met de heer van Bergen op Zoom. Zijn vrouw was Marie van Domburg; haar goederen in Vossemeer gaan in 1469 over op haar broer Dierik van Domburg, priester te Leuven, die ze overdraagt op zijn neef Vrancken van Domburg, natuurlijke zoon van Jan van Domburg (Beterams, Antwerpen Schepenbrieven, nr. 1709). Het leen van Vossemeer is bij het overlijden van Claes Hendrix zoon van Wissenkerke, dat omstreeks 1465 heeft plaatsgehad, aan de graaf van Holland teruggevallen, die er Claes de Vriese mee beleende.

52. Jan van Botlant Pieters zoon 1458 - (1497)
Genoemd in het geschil met de heer van Bergen op Zoom. Komt in de stukken van 1463 en 1489 voor (reg. nrs. 28, 39). Verschijnt voor de laatste maal in de vergadering van 1497. Was in 1489 commissaris van de heren.

53. Jan van Noirtwijck 1458 - (1500)
Genoemd in het geschil met de heer van Bergen op Zoom. Komt in de vergaderingen van 1492, 1494 en 1495 voor. In 1494 wordt hij om zijn hoge ouderdom door de heren geëxcuseerd voor het voorschrift, dat niemand in de vergadering aanwezig mag zijn, die het leen niet persoonlijk bezit. Vermoedelijk vertegenwoordigde hij een andere heer.


54. Jan II van Glymes, “Metten lippen”, heer van Bergen op Zoom (1463) – 1494
Fungeert minstens vanaf 1463 (reg. 28) als heer van Vossemeer. Verkrijgt in 1476 een 1/36 deel, afkomstig van Adriaan Willemszoon van Zommerzeer (Leenkamer). Wordt in 1492 in de vergadering genoemd. Is in 1494 overleden. Zijn aandeel gaat over op Jan III van Glymes.

55. Claes de Vriese 1465 – 1475
Wordt in 1465 beleend met een 1/36 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Claes Hendricxszoon van Wissenkerke. Het aandeel gaat in 1475 over op zijn dochter Helwigh Claes de Vriese dochter (Leenkamer).

56. Mr. Jacob Cruesink 1470 - ?
Was volgens een stuk van 1470 (reg. 32) deelgenoot.

57. Mr. Anthonis Hanneron 1470 - ?
Proost van St. Donaas te Brugge. Was volgens een stuk van 1470 (reg. 32) deelgenoot.

58. Claes Jacobszoon, alias de Waert 1470 – 1493
Wordt in 1470 beleend met het aandeel, afkomstig van zijn oom Daem Bartelmeuszoon. Verkrijgt in 1472 een 1/6 deel, afkomstig van Jan van Doornik. Verkrijgt in 1480 1/4 deel van een 1/12 deel, afkomstig van Jan van Treslonge. Draagt in 1484 de helft van een 1/ 12 deel over aan Anthonis Janszoon van Wissenkerke. Zijn aandeel gaat in 1493 over op zijn zoon Mr. Jacob van Bleiswijk; het 1/6 deel gaat over op Jkvr. Alijdt Claes de Waarts dochter (Leenkamer). Is identiek met Nicolaus de Waert, die in een stuk van 1481 voorkomt.

59. Jkvr. Helwigh Claes de Vriese dochter 1475
Wordt in 1475 beleend met een 1/36 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van haar vader Claes de Vriese. Zij draagt het aandeel in hetzelfde jaar over op Willem van Bleiswijk (Leenkamer).

60. Willem van Bleiswijk 1475 – 1476
Wordt in 1475 beleend met een 1/36 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Jkvr. Helwigh Claes de Vriese dochter. Eveneens met de helft van een 1/30 deel en de helft van een 1/54 deel afkomstig van zijn vader Jacob van Bleiswijk. Zijn aandeel gaat in 1476 over op zijn broer Jacob van Bleiswijk (Leenkamer).

61. Jacob van Bleiswijk (de oude) 1476 – 1515
Wordt in 1476 beleend met de helft van een 1/30 en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van zijn broer Willem van Bleiswijk. Hij wordt in 1476 beleend met een 1/36 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van zijn broer Willem van Bleiswijk. Hij wordt in 1485 beleend met de helft van twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van Sophie Willem Robbrechtsdochter. Zijn aandelen gaan in 1515 over op zijn zoon Jacob van Bleiswijk (Leenkamer).

62. Harnoult Pieterszoon 1476 – 1479
Wordt in 1476 beleend met een 1/4 van een 1/12 deel, en de helft van een 1/72 deel, afkomstig van zijn broer Willem Pieterszoon van Baersdorp. Zijn aandeel gaat in 1479 over op Ydo Jacobszoon (Leenkamer).

63. Jan van Doornik 1477 - ?
Wordt in 1477 beleend met een 1/ 12 deel, afkomstig van zijn vader Jan van Doornik. Het aandeel gaat over op Helmich van Doornik en Marie Jacobs dochter van Bleiswijk (Leenkamer).

64. Helmich van Doornik 1477 – 1514
Wordt in 1477 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn moeder Jkvr. Lijsbet Jansdochter van Renesse. Is in 1513 overleden (res. 1514). Het aandeel gaat in 1514 over op zijn zoon Jan van Doornik. Hij bezat een 1/12 deel, afkomstig van Jan van Doornik, dat hij in 1413 samen met Maria Jacobs dochter van Bleiswijk overdraagt aan Jan de Waert, abt van St. Michiels te Antwerpen (Leenkamer).

65. Claes Janszoon van Wissenkerke ? – 1478
Bezit een 1/12 deel, afkomstig van Jkvr. Johanna van Treslonge, dat in 1478 overgaat op zijn zoon Martijn Claeszoon van Wissenkerke (Leenk.).

66. Martijn Claeszoon van Wissenkerke 1478 – 1491
Wordt in 1478 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Claes Janszoon van Wissenkerke. Bezit een 1/4 van een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Willem Pieterszoon van Baersdorp. Dit aandeel gaat in 1491 over op zijn zoon Hendrik Martijnszoon van Wissenkerke. Het eerste deel is vroeger overgegaan op Anthonis Janszoon van Wissenkerke (Leenkamer). Hij treedt in 1489 als commissaris van de heren op.

67. Ydo Jacobs zoon 1479 - 1494
Wordt in 1479 beleend met een 1/4 van een 1/12 deel en de helft van een 1/72 deel, afkomstig van Harnoult Peters. Wordt in 1486 beleend met de helft van een 1/48 deel, afkomstig van Jan van Treslonge (Leenkamer). Was in 1481 deelgenoot (reg. 35). Treedt in 1483 als commissaris van de heren op (reg. 39). Wordt in 1487 beleend met een 1/24 deel, afkomstig van Anthonis Janszoon van Wissenkerke. Hij is overleden in maart 1494; zijn grafsteen is in de kerk van Tholen. Zijn aandeel gaat in 1494 over op zijn zoon Pieter Ydo Jacobs zoon (Leenk.).

68. Jan van Treslonge (1481) - (1497)
Bezit 1/4 van een 1/12 deel, afkomstig van Johanna van Treslonge, dat in 1480 overgaat op Claes Jacobszoon de Waert. Verkrijgt in 1485 de helft van een 1/24 deel, afkomstig van zijn broer Cornelis van Treslonge (Leenkamer). Wordt in 1485 beleend met de helft van een 1/24 deel en de tienden, afkomstig van zijn broer Cornelis van Treslonge. Dit deel gaat in 1497 over op Jan van Glymes, heer van Bergen op Zoom. Bezit de helft van een 1/48 deel, dat in 1486 overgaat op Ydo Jacobszoon (Leenkamer). Treedt tussen 1494 en 1521 in de vergaderingen op; waarschijnlijk is na 1497 zijn gelijknamige zoon bedoeld.

69. Dammas Simonszoon (Van Over de Veste) 1481 – 1510
Wordt in 1481 beleend met een 1/32 en een 1/72 deel, afkomstig van zijn moeder Margriete Simonsdochter van Dalem. Het aandeel gaat in 1510 over op zijn zoon Laurens Dammaszoon (Leenkamer). Treedt tussen 1492 en 1509 in de vergaderingen op.

70. Petrus van Dalem 1481 - ?
Was volgens een stuk (reg. 35) in 1481 deelgenoot.

71 Anthonis Janszoon van Wissenkerke (1484) – 1489
Bezit een 1/12 deel, afkomstig van Martijn Janszoon van Wissenkerke. Wordt in 1484 beleend met de helft van een 1/12 deel, afkomstig van Claes Jacobszoon, alias de Waert. Een 1/24 van een 1/48 deel en een 1/24 deel gaan in 1487 over op Ydo Jacobs zoon. Zijn aandeel gaat in 1489 over op zijn zoon Francoys van Wissenkerke (Leenkamer). In 1500 worden zijn kinderen als absent genoteerd.

72. Sophie Willem Robbrechtsdochter 1485
Wordt in 1485 beleend met de helft van twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van haar broer Jan Willem Robbrechtszoon. Het aandeel gaat in hetzelfde jaar over op Jacob van Bleiswijk (Leenk.).

73. Cornelis van Treslonge ? – 1485
Bezit de helft van een 1/24 deel, afkomstig van Adriaan van Treslonge, dat in 1485 overgaat op zijn broer Jan van Treslonge (Leenkamer).

74. Francoys van Wissenkerke (1489) – 1510
Bezit een 1/12 deel en de helft van een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Anthonis Janszoon van Wissenkerke. Volgens de rekening van 1504/05 bezit hij een 1/12 en een 1/96 deel. In 1511 treedt Anthuenis uten Wijngaerde voor zijn weeskind op. Zijn aandeel gaat in 1510 over op zijn zoon Anthonis Francoyszoon van Wissenkerke (Leenkamer).

75. Van Domburg 1489 - (1507)
De vader van ridder Jacob van Domburg bezit sinds 1489 een aandeel, dat in 1507 op de zoon overgaat.

76. Cornelis de Waert ? – 1491
In 1491 wordt voor hem een Requiemmis opgedragen (rek. 1491/92). Van zijn aandeel is verder niets bekend.

77. Hendrik Martijnszoon van Wissenkerke 1491 - (1504)
Wordt in 1491 beleend met een 1/4 van een 1/ 12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van zijn vader Martijn Claeszoon van Wissenkerke. Het aandeel gaat bij zijn overlijden over op Jan Willemszoon Zoete (Leenkamer). Treedt tussen 1492 en 1504 in de vergaderingen op.

78. Pieter Ydoens (Ydozoon, Yezoon) (1492) – 1510
Treedt tussen 1492 en 1507 in de vergaderingen op. In de vergadering van 1508 is hij als heer geschorst, omdat hij in Bergen op Zoom een rechtszaak aanhangig had gemaakt tegen Pieter Geerts zoon de Heerde, wonend onder Vossemeer, wat tegen de keur was. Zijn broer is om eenzelfde zaak uitgesloten, doch deze is na zijn verdediging weer aanvaard. Hij is in 1494 beleend met een 1/24 in een 1/48 en een 1/24 deel, eveneens een 1/4 in een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Ydo Jacobszoon. Zijn aandeel gaat in 1505 door overdracht en bij zijn overlijden in 1510 door vererving over op zijn broer Adriaan Jacobszoon (Leenkamer).

79. Cornelis Pieterszoon van Dalem 1492 – 1517
Treedt tussen 1492 en 1517 in de vergaderingen op. Is op 28 december 1518 overleden. Zijn grafsteen bevindt zich in de kerk van Tholen.

80. Jan Willemszoon Zoet (Zoete, Suet) 1492 – 1524
Treedt tussen 1492 en 1524 in de vergaderingen op. Wordt in 1498 beleend met een 1/4 van een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Hendrik Martijnszoon van Wissenkerke. Dit aandeel gaat in 1525 over op zijn dochter Margriete Jan Zoete dochter (Leenkamer).

81. Jan de Waert 1493 – 1500
Abt van St. Michiels te Antwerpen. Wordt in 1493 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van Helmich van Doornik. Wordt tussen 1492 en 1498 bij de ter vergadering aanwezige heren vermeld. Bij de resolutie van 1492 staat, dat hij in 1499 overleed, doch dat hij “soude zijn gedeputeerde van Trellongeswege”. Zijn aandeel gaat in 1500 over op Jacob van Elsakker, abt van St. Michiels (Leenkamer).

82. Mr. Jacob van Bleiswijk 1493 – 1501
Wordt in 1493 beleend met een aandeel, afkomstig van zijn overleden vader Claes Jacobszoon, alias de Waert. Zijn aandeel gaat in 1501 over op Jan Pels (Leenkamer). Hij is niet identiek met Jacob van Bleiswijk, die onder 1476 genoemd is.

83. Jkvr. Alijdt Claes de Waertsdochter 1493 - ?
Wordt in 1493 beleend met een (1/6) deel, afkomstig van haar overleden vader Claes Jacob Bartelmeuszoon, alias de Waert (Leenkamer).

84. Lodewijk van Bloys, heer van Treslonge (1494) – 1505
Bezit een 1/6 deel, dat in 1505 overgaat op zijn zoon Lodewijk van Treslonge (Leenkamer).Treedt tussen 1494 en 1504 in de vergaderingen op. Vanaf 1505 tot 1549 worden de kinderen van Loys van Treslonge als deelgenoten vermeld.

85. Jan III van Glymes, heer van Bergen op Zoom 1494 – 1531
Volgde zijn vader, Jan II van Glymes, in het aandeel op. Verkrijgt in 1497 de helft van een 1/24 deel en tienden, afkomstig van Jan van Treslonge. Verkrijgt in 1505 een 1/12 deel, afkomstig van Jacob van Elsakker. Verkrijgt in 1523 een 1/32 en een 1/72 deel, afkomstig van Jan van Ovenhof. Verkrijgt in 1525 een 1/4 en een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van Margriete Jan Zoete dochter. Hij wordt tussen 1504 en 1514, daarna tussen 1523 en 1532 regelmatig in de vergaderingen genoemd. Hij heeft waarschijnlijk niet persoonlijk zitting gehad, doch zich laten vertegenwoordigen door een raadsheer. In 1517 leende keizer Karel van hem een som van 10,000 gld., met onderpand op de heerlijkheid van Vossemeer (R.A. Zeeland, Copulaatboeken IV, fol. 378). Mogelijk verklaart dit, naast het grote aandeel, de sterke positie, die de heer van Bergen op Zoom een tijd in de heerlijkheid heeft gehad. Zijn aandeel gaat in 1532 over op Anthonie van Glymes, heer van Bergen op Zoom.

86. Heyndric Janse 1498
Komt alleen in de vergadering van 1498 voor.

87. Jan van Botlant ? – 1500
Bezit een 1/3 van een 1/8 deel, voorheen afkomstig van Pieter van Botlant, die in 1415 een geheel 1/8 deel bezat. Het aandeel gaat in 1500 over op zijn zoon Joost van Botlant (Leenkamer).

88. Joost van Botlant 1499 – 1523
Wordt in 1500 beleend met een 1/3 van een 1/8 deel, afkomstig van zijn vader Jan van Botlant. Treedt tussen 1499 en 1523 in de vergaderingen op. Volgens een register der Leenkamer gaat zijn aandeel in 1500 over op Joost van Bloys, doch dit is vermoedelijk niet juist. Hij bezit de helft van een 1/8 deel, dat in 1524 overgaat op zijn dochter Catharina van Botlant.

89. Jacob van Elsakker 1500 – 1505
Abt van St. Michiels te Antwerpen. Wordt in 1500 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van Jan de Waert, abt van St. Michiels. Het aandeel gaat in 1505 over op de heer van Bergen op Zoom (Leenkamer).

Jan III van Glymes, heer van Bergen op Zoom en heer van Vossemeer.

Jan III van Glymes, heer van Bergen op Zoom en heer van Vossemeer. Naar een schilderij in het stadhuis van Bergen op Zoom.

90. Kinderen van Anthonis Jansse van Wissenkerke (1500) - ?
Worden in de vergadering van 1500 als absent vermeld.

91. Jan van Bleiswijk 1501 – 1502
Is aanwezig op de vergaderingen van deze jaren, doch is vermoedelijk langer deelgenoot geweest.

92. Joost van Bloys 1500 – 1524
Wordt in 1500 beleend met een 1/8 deel, volgens de Leenkamer afkomstig van Joost van Botlant, wat niet zeker is. Wordt in 1501 toegelaten; legt de eed af. Treedt tot 1522 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1524 over op zijn neef Joost van Vernewijk (Leenkamer).

93. Jan Pels 1501 – 1509
Wordt in 1501 beleend met een 1/24 deel, afkomstig van Mr. Jacob van Bleiswijk. Treedt tussen 1500 en 1506 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1509 over op zijn zoon Lievin Pels (Leenkamer).

94. Jan van der Meere (Mare) 1504
Treedt slechts eenmaal in een vergadering op, doch is vermoedelijk langer deelgenoot geweest.

95. Kathrijne van Treslonge 1505 – 1506
Pieter van der Duust treedt in 1505 als haar vertegenwoordiger op (reg. 196). In 1506 wordt zij vrouwe van Treslonge genoemd. Misschien was zij de weduwe van Lodewijk van Treslonge, wiens kinderen in 1505 vertegenwoordigd worden.

96. Adriaen Ydozoon 1505 – 1520
Treedt tussen 1505 en 1507 in de vergaderingen op. Hij wordt in 1508, samen met zijn broer Pieter Ydozoon door de heren uitgesloten, omdat hij buiten de heerlijkheid een proces aanhangig had gemaakt tegen Leyn Adriaenszoon, inwoner van Vossemeer, wat tegen de keur was. Toen hij echter aanvoerde, dat hij ten tijde van het proces nog geen heer van Vossemeer was, is hij weer toegelaten. Wordt in 1510 beleend met het aandeel, afkomstig van zijn broer Pieter Ydo Jacobszoon (Leenkamer). Hij is vóór juni 1520 overleden (res.). Met zijn aandeel wordt in 1517 Antonia Adriaen Ydens beleend (Leenkamer). In 1522 treedt Mr. Raes van Leydekerke als voogd van zijn kinderen op (reg. 298).

97. Kinderen van Lodewijk van Bloys, heer van Treslonge 1505 – 1549
Worden als zodanig vanaf 1505 tot 1549 in de vergaderingen genoemd. Aanvankelijk trad Cornelis Cornelis Pieterszoon, hun rentmeester, als hun vertegenwoordiger op. De juiste successie der Bloys, heren van Treslonge, is onduidelijk.

98. Jhr. Lodewijk van Treslonge Lodewijkszoon 1505 – 1549
Wordt in 1505 beleend met een 1/6 deel, afkomstig van zijn vader Lodewijk van Treslonge. Het aandeel gaat in 1549 over op zijn zoon Boudewijn (Leenkamer).

99. Cornelis van Treslonge ? – 1506
Bezit 1/4 van een 1/12 deel, dat in 1506 overgaat op zijn broer Jan van Treslonge (Leenkamer). Het is niet duidelijk, of hij identiek is met Cornelis van Treslonge, op 1485 vermeld.

100. Jan van Treslonge 1506 – 1517
Wordt in 1506 beleend met een 1/4 van een 1/12 deel, afkomstig van zijn broer Cornelis van Treslonge (Leenkamer). Is in 1510 toegelaten. Treedt tot 1517 in de vergaderingen op. In 1513 blijkt, dat hij eerst afgewezen was, doch weer aangenomen, omdat hij tengevolge van een accoord met Lodewijk van Treslonge Raeszoon een 1/48 deel op zijn naam had. Tegelijk met hem verschijnen Lodewijk van Treslonge en de “heer van Treslonge”, zodat er drie personen te onderscheiden zijn, wat wegens de onduidelijkheid der gegevens niet altijd mogelijk is. Misschien is hij identiek met Jan van Treslonge, op 1485 vermeld. Zijn aandeel gaat in 1517 over op Nicolaas Vierlingh (Leenkamer).

101. Jacob van Domburg 1507 - (1512)
Wordt in 1507 toegelaten. Treedt tussen 1507 en 1512 in de vergaderingen op. In 1509 spant hij een geding aan tegen de andere heren en klaagt bij de keizer, dat hij gestoord wordt in het bezit en het genot van zijn aandeel. Uit zijn request blijkt, dat zijn ouders sinds 1489 in het bezit van een aandeel waren. Tevens dat hij optrad als man en voogd van Agnes van den Werve, die vermoedelijk ook een aandeel bezat. De moeilijkheden waren ontstaan, omdat in een rechtsgeding beslag op de baten van zijn aandeel was gelegd. De uitslag van het geding tegen de heren van Vossemeer is niet bekend; wel dat Jacob daarna deelgenoot is gebleven.

102. Laureys Damaszoon 1510 – 1514
Wordt in 1510 toegelaten in een 1/6, een 1/32 en een 11 72 deel, afkomstig van zijn overleden vader Dammas Simonszoon. Treedt tot 1514 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1514 over op Marcelis van Ovenhof. Het 1/6 deel gaat over op Anthuenis van Doornik (Leenk.).

103. Anthuenis van Wissenkerke Francoys zoon 1510 – 1537
Wordt in 1510 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Francoys van Wissenkerke. Is in 1511 toegelaten; is dan nog een kind. Aanvankelijk treedt Anthuenis uytten Wijngaerden voor hem op. In 1523 is hij persoonlijk toegelaten; tot 1557 treedt hij in de vergaderingen op. Hij heeft lang als voorzitter van de vergaderingen gefungeerd; bestuurde de heerlijkheid in een moeilijke tijd. Volgens een register der Leenkamer gaat zijn aandeel (of een deel ervan?) in 1539 over op zijn zoon Francoys van Wissenkerke. In 1546 heeft hij nog een 1/12 deel. Na zijn overlijden is het heerlijkheidsarchief uit zijn huis gehaald (rek. 1561/62).

104. Lodewijk van Treslonge Raeszoon 1513 – 1526
Wordt in 1513 toegelaten, omdat hij nu mondig is. Treedt tussen 1513 en 1526 in de vergaderingen op. In 1513 sluit hij met Jan van Treslonge een accoord, waardoor deze een 1/48 deel verkrijgt. Komt tot 1521 onder zijn eigen naam voor, en tot 1526 met aanwijzingen, dat hij nog zitting had. Daarna, tot 1548 wordt de “heer van Treslonge” genoemd. Het is niet duidelijk, wie hiermede bedoeld is. Waarschijnlijk is wel, dat die benoeming op een oudere deelgenoot slaat.

105. Marcelis van Ovenhof 1514 – 1522
Wordt in 1514 toegelaten in een 1/32 en een 1/72 deel, afkomstig van Laureys Damaszoon. In enkele vergaderingen treedt hij als vertegenwoordiger van de heer van Bergen op Zoom op. Zijn aandeel gaat in 1522 over op zijn zoon Jan van Ovenhof (Leenkamer).

106. Jan van Doornik 1514 – 1534
Wordt in 1514 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Helmich van Doornik. Treedt tussen 1514 en 1533 in de vergaderingen op. Een 1/4 van een 1/12 deel gaat in 1516 over op Frederik van Renesse. Het aandeel gaat in 1534 over op zijn broer Anthuenis van Doornik. Jkvr. Geertruyt van Broekhuijsen houdt er een douairie in (Leenk.).

107. Jan Pels zoon 1514 - ?
In 1514 treedt Geleyn Janszoon als zijn vertegenwoordiger op; vermoedelijk was hij nog minderjarig. Hij moet dus wel een andere zijn dan de eerder genoemde Jan Pels.

108. Jacob van Bleiswijk 1515 – 1518
Wordt in 1515 beleend met een 1/36 deel, afkomstig van zijn vader Jacob van Bleiswijk. Het aandeel gaat in 1516 over op Simon Anthuenis zoon. Wordt beleend met de helft van een 1/30 en de helft van een 1/54 deel, en de helft in twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van zijn vader Jacob van Bleiswijk. Dit aandeel gaat over op zijn dochter Bale van Bleiswijk. Wordt beleend met het aandeel, voorheen afkomstig van Sophie Robbrechtsdochter. Dit aandeel gaat in 1518 over op Cornelis Jan Adriaanszoon (Leenkamer).

109. Simon Anthuenis zoon 1516 – 1537
Wordt in 1516 beleend met een 1/36 deel, afkomstig van Jacob van Bleiswijk. Treedt tussen 1517 en 1536 in de vergaderingen op. Het aandeel gaat in 1537 over op zijn kleinzoon Marinus Marinuszoon (Leenk.).

110. Frederik van Renesse 1516 – 1538
Wordt in 1516 beleend met een 1/4 van een 1/12 deel, afkomstig van Jan van Doornik. Het aandeel gaat in 1538 over op zijn zoon Johan van Renesse, heer van Mal. Wordt in 1524 beleend met een 1/4 van een 1/12 deel, dat (in 1538) overgaat op zijn zoon Johan van Renesse (Leenk.).

111. Nicolaas Vierlingh 1517 – 1522
Wordt in 1517 beleend met een deel, afkomstig van Jan van Treslonge (Leenkamer). Is in 1518 als heer toegelaten. Treedt tot 1522 in de vergaderingen op.

112. Jkvr. Antonia Adriaen Ydens 1517 – 1563
Wordt in 1517 beleend met een 1/24 deel in een 1/48 deel, afkomstig van haar vader Adriaen Ydenszoon. Haar aandeel gaat in 1563 over op haar zonen Karel en Bernard Pels, ieder voor de helft (Leenkamer).

113. Cornelis Jan Adriaenszoon 1518 – 1543
Wordt in 1518 beleend met de helft van twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van Jacob van Bleiswijk. Is in 1519 toegelaten. Treedt tot 1541 in de vergaderingen op. In 1542 besluiten de heren, zijn zoon voor de volgende vergadering te dagvaarden. Zijn aandeel gaat in 1543 over op zijn zoon Jan Adriaenszoon (Leenkamer).

114. Cornelis van Dalem ? – 1519
Priester. Bezit een 1/24 deel, voorheen afkomstig van Mr. Gillis van Wissenkerke, dat in 1519 op zijn zoon Pieter van Dalem overgaat (Leenk.).

115. Pieter van Dalem 1519 – 1561
Wordt in 1519 beleend met een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van zijn overleden vader Cornelis van Dalem. Zijn aandeel gaat in 1516 over op Jhr. Cornelis van Dalem (Leenkamer).

116. Joos van Bleiswijk 1520
Wordt in 1520 in de vergadering genoemd. Is misschien identiek met Jacob van Bleiswijk (zie 1515).

117. Jkvr. Jaqueline Pels 1520 - (1559)
Wordt in 1520 beleend met het aandeel, afkomstig van haar overleden broer Jan Pels. Het aandeel gaat bij haar dood (in 1559?) over op haar zoon Jan Pieterszoon (Leenkamer).

118. Willem Pietersse zoon 1521 – 1540
Is in 1521 toegelaten in een 1/24 deel (rek. 1523/24). Treedt tot 1539 in de vergaderingen op. In 1541 wordt de zoon van Willem gedagvaard voor de volgende vergadering. Zijn aandeel is eerst overgegaan op Jacobmijne Pels, zijn weduwe.

119. Kinderen van Adriaen Ydozoon 1522
In 1522 treedt Mr. Raes van Leydekerke als hun voogd op.

120. Jan van Ovenhof 1522 – 1523
Priester. Treedt in 1522 op in het aandeel van zijn overleden vader, dat hij in 1523 aan de heer van Bergen op Zoom overdraagt (Leenkamer).

121. Joost van Vernewijk 1524 – 1526
Wordt in 1524 beleend met een 1/3 van een 1/8 deel, afkomstig van zijn oom Joost van Bloys. Zijn aandeel gaat in 1526 over op zijn broer Lodewijk van Vernewijk (Leenkamer).

122. Catharina van Botlant 1524 – 1540
Wordt in 1524 toegelaten in de helft van een 1/8 deel, afkomstig van haar vader Joost van Botlant. Haar aandeel gaat in 1540 over op haar zoon Anthuenis Janszoon van der Vicht (Leenkamer).

123. Bernard Pels 1524 – 1540
Wordt in 1524 toegelaten als man van Jkvr. Antonie Adriaen Ydo zoon dochter. Treedt tot 1540 in de vergaderingen op. Het aandeel gaat in 1563 over op zijn zonen.

124. Margriete Jan Zoete dochter 1525
Wordt in 1525 verheven in een 1/4 van een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van haar vader Jan Willemszoon Zoete. Haar aandeel gaat in hetzelfde jaar over op de heer van Bergen op Zoom (Leenkamer).

125. Jacob Willems zoon van Schengen ? – 1526
Doet in 1526 afstand van een 1/12 deel in de tienden van Oud en Nieuw Vossemeer, waarmede keizer Karel V Gillis van Borre beleent (reg. 313). Misschien is hier toch van een ambachtsportie sprake.

126. Jhr. Lodewijk van Vernewijk (Vaarnewijk) 1526 – 1533
Wordt in 1526 beleend met een 1/3 van een 1/8 deel, afkomstig van zijn broer Joost van Vernewijk (Leenkamer). Wordt in 1527 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rek. 1530/31). Treedt tot 1533 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1533 over op de heer van Bergen op Zoom.

127. Gillis van Borne 1526 - ?
Keizer Karel V beleent hem in 1526 met een 1/ 12 deel in de tienden van Oud en Nieuw Vossemeer, van welk leen Jacob Willems zoon van Schengen afstand had gedaan (reg. 313). Misschien is hier toch van een ambachtsportie sprake.

128. Jkvr. Bale van Bleiswijk ? – 1528
Bezit de helft van een 1/30 en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van haar vader Jacob van Bleiswijk, welk aandeel zij in 1528 overdraagt op Anthuenis Jan Adriaenszoon (Leenkamer).

129. Anthuenis Jan Adriaenszoon 1528 – 1539
Wordt in 1528 beleend met de helft van een 1/30 en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van Jkvr. Bale van Bleiswijk. Is in 1529 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste. Treedt tot 1536 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1539 over op zijn zoon Cornelis Anthuenis Jan Adriaenszoon (Leenkamer).

130. Andries Jan Adriaenszoon 1529 – 1546
Wordt in 1529 beleend met de helft van een 1/54 deel, afkomstig van zijn broer Anthuenis Jan Adriaenszoon. Betaalt in 1532 20 schellingen blijde inkomste. Treedt in 1544 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1546 over op zijn zoon Adriaen Adriaens Adriaenszoon (Leenk.).

131. Pieter van Dalem Pieters zoon 1529 – 1555
Wordt in 1529 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste. Treedt tot 1555 in de vergaderingen op.

132. Anthonie van Glymes, heer en markies van Bergen op Zoom 1532 – 1541 Volgt zijn vader, Jan III van Glymes, in de heerlijkheid op. Verkrijgt in 1533 een 1/3 van een 1/8 deel, afkomstig van Lodewijk van Vernewijk, Wordt tot 1541 in de vergaderingen vertegenwoordigd. Is in 1537 voor de eerste maal markies genoemd. Overlijdt in 1541; zijn aandeel gaat eerst over op zijn weduwe Jacqueline de Croy.

Antonius van Glymes, markies van Bergen op Zoom en heer van Vossemeer.

Antonius van Glymes, markies van Bergen op Zoom en heer van Vossemeer. Naar een schilderij in Belgisch bezit.

133. Anthuenis van Doornik 1534 – 1569
Wordt in 1534 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn broer Jan van Doornik. Is in 1534 toegelaten; betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rek. 1535/36). Treedt tot 1562 in de vergaderingen op. In 1546 bezit bij een 1/24 en een 1/48 deel. Zijn aandeel gaat in 1569 over op zijn zoon Anthuenis van Doornik. Hij bezat een 1/6 deel, afkomstig van Laurens Damaszoon, dat eveneens in 1569 op zijn zoon overgaat (Leenkamer).

134. Van Botlant 1536
Wordt niet nader genoemd. In 1536 wordt gezegd, dat hij het volgend jaar de eed moet afleggen.

135. Marynus Symonsse ? – 1537
Wordt in 1538 en 1541 aangezegd het volgend jaar te verschijnen. In 1543 is zijn zoon toegelaten.

136. Marinus Marinuszoon 1537 – 1547
Wordt in 1537 beleend met een 1/36 deel, afkomstig van zijn grootvader Simon Anthuenis zoon. Is in 1543 toegelaten. Treedt tot 1546 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1547 over op Pieter Corneliszoon van Dalem (Leenkamer). Is misschien identiek met Marinus Adriaens (Marinusse) (zie 1546).

137. Jan van der Vichte (Viechte, Vuchte) 1537 – 1550
Wordt in 1537 toegelaten, vermoedelijk als voogd van Anthonis (Janszoon) van der Vichte. Treedt tot 1544, daarna nog eens in 1550 in de vergaderingen op. Bezat in 1546 een 1/12 deel.

138. Jan van Renesse 1538 - (1557)
Heer van Mal. In 1536 is bepaald, dat hij het volgend jaar zou worden toegelaten. Wordt in 1536 aangezegd, dat hij het volgend jaar moest verschijnen. Wordt in 1538 beleend met de helft van een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Frederik van Renesse. Treedt tussen 1554 en 1557 in de vergaderingen op. Bezit in 1546 een 1/24 deel. Zijn aandeel gaat over op zijn zoon Johan van Renesse (Leenkamer).

139. Cornelis Anthuenis Jan Adriaenszoon 1539 – 1545
Wordt in 1539 beleend met de helft van een 1/31 en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van zijn vader Anthuenis Jan Adriaenszoon. Is in 1539 toegelaten. Treedt tot 1543 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1545 over op zijn zoon Gerrit Cornelis Anthuenis zoon (Leenk.).

140. Francoys van Wissenkerke 1539 – 1551
Wordt in 1539 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Anthonis Francoyszoon van Wissenkerke. Zijn aandeel gaat in 1551 over op zijn zoon Anthuenis van Wissenkerke (Leenkamer).

141. Anthuenis van der Vichte Janszoon (Viechte, Vuchte) 1540 – 1575
Wordt in 1540 beleend met de helft van een 1/8 deel, afkomstig van zijn moeder Catharina van Botlant. Zijn aandeel gaat in 1575 over op zijn zoon Jan van der Vichte (Leenkamer) (zie ook 1562).

Jan IV van Glymes, markies van Bergen op Zoom en heer van Vossemeer

Jan IV van Glymes, markies van Bergen op Zoom en heer van Vossemeer. Naar een schilderij in het stadhuis van Bergen op Zoom

142. Jacobmijne Pels, weduwe van Willem Pieters 1540 - ?
Volgt in 1540 haar man op in een 1/24 deel, dat zij in 1546 nog bezit.

143. Peter (Jan) Adriaens 1541 - (1549)
Treedt in de vergaderingen van 1541 en 1549 op.

144. Jacqueline de Croy, markiezin van Bergen op Zoom 1541 – 1550
Volgt in 1541 haar overleden man Anthonie van Glymes in het aandeel op, dat zij tijdens de minderjarigheid van haar zoon tot 1550 beheert. Zij wordt elk jaar in de vergadering vertegenwoordigd. In 1548 is zij persoonlijk toegelaten. Zij bezit in 1546 een 1/3 min een 1/72 deel; volgens een andere bron een 1/3 en een 1/72 deel. Haar aandeel gaat in 1550 over op Jan IV van Glymes, markies van Bergen op Zoom.

145. Jkvr. Anthonie Ydo, weduwe van Bernard Pels (1541) – 1554
Bezit circa 1541 een 1/36 en een 1/48 deel, voorheen beheerd door haar man. Is in 1546 nog deelgenote. Treedt in de vergaderingen van 1550, 1551, 1554 en 1555 op.

146. Jan (Cornelisse) Adriaenszoon 1543 – 1556
Wordt in 1543 beleend met de helft van twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van zijn vader Cornelis Jan Adriaenszoon. Is in 1543 toegelaten. Treedt tot 1552 in de vergaderingen op. Bezit in 1546 een 1/24 deel. Zijn aandeel gaat in 1556 over op zijn zoon Jan Adriaen Adriaenszoon (Leenkamer).

147. Gerard Cornelis Anthuenis zoon 1545 - ?
Wordt in 1545 door keizer Karel beleend met enkele lenen, hem aanbestorven van zijn vader Cornelis Anthuenis zoon; de helft van een 1/30 deel en de helft van de helft van een 1/54 deel, uitgezonderd de tienden in Oud Vossemeer (R.A. Zeeland, Copulaatboeken). Bezit in 1546 een 1/48 deel.

148. Adriaen Adriaens Adriaenszoon 1546 – 1556
Wordt in 1546 beleend met de helft van een 1/54 deel, afkomstig van zijn vader Andries (Jan) Adriaenszoon. Treedt tussen 1546 en 1555 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1556 over op zijn zoon Jan Adriaen Adriaenszoon (Leenkamer).

149. Marinus Adriaens (Marinusse) 1546 - ?
Treedt in de vergadering van 1546 op; wordt voor 1547 geëxcuseerd. Bezit in 1546 een 1/36 deel. Is misschien identiek met Marinus Marinusse (zie 1537).

150. Pieter Corneliszoon van Dalem 1547 – 1562
Wordt in 1547 beleend met een 1/36 deel, afkomstig van Marinus Marinuszoon. Is in 1547 toegelaten. Treedt tot 1555 in de vergaderingen op. In 1546 bezit hij een 1/24 deel. Het aandeel gaat in 1562 over op zijn zoon Mr. Clement van Dalem (Leenkamer).

151. Boudewijn van Treslonge 1549 – 1556
Wordt in 1549 beleend met een 1/6 deel, afkomstig van zijn vader Lodewijk van Treslonge. Het aandeel gaat in 1556 over op zijn zoon Johan van Treslonge (Leenkamer).

152. Jan IV van Glymes, markies van Bergen op Zoom 1550 – 1567
Wordt tussen 1550 en 1567 in de vergaderingen vertegenwoordigd. Heeft de heerlijkheid in belangrijke zaken bijgestaan. Is in 1567 in Spanje overleden. Zijn aandeel gaat over op zijn weduwe Maria de Lannoy.

153. Anthuenis van Wissenkerke 1551 – 1562
Wordt in 1551 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Francoys van Wissenkerke. Zijn aandeel gaat in 1562 over op zijn zoon Huijbrecht Anthuenissen van Wissenkerke (Leenkamer). Misschien is hij identiek met Anthuenis Francoyszoon van Wissenkerke (zie 1510).

154. Cornelis van Bergen, coadjutor van Luik (1554)
Blijkens de rekening van 1554/55 was de neef van de markies van Bergen op Zoom ook heer van Vossemeer. Zijn deel is onbekend. Mogelijk ontving hij slechts een uitkering uit het aandeel van de markies.

155. Cornelis Adriaenss (van Duvelandt) 1554 - 1581
Treedt tussen 1554 en 1571 en 1577 en 1581 in de vergaderingen op. Wordt sinds 1577 “Van Duvelandt” genoemd. Misschien moet aan twee onderscheiden personen worden gedacht, mede omdat tussen 1571 en 1577 een hiaat ligt.

156. Heer van Elere 1555
Komt in 1555 als zodanig voor; een nadere aanduiding ontbreekt.

157. Gurt Adriaenss 1555
Komt eenmaal in de vergadering voor. Misschien is hij identiek met Gerard Cornelis Adriaenszoon (zie 1545).

158. Johan van Treslonge 1556 -1560
Wordt in 1566 beleend met een 1/6 deel, afkomstig van zijn vader Boudewijn van Treslonge. Het aandeel gaat in 1560 over op zijn broer Loys van Treslonge (Leenkamer).

159. Jan Adriaens Adriaenszoon 1556 - 1581
Wordt in 1556 beleend met de helft van een 1/54 deel, afkomstig van zijn vader Adriaen Adriaens Adriaenszoon. Wordt in 1556 beleend met de helft van twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van zijn vader. Dit deel gaat in 1562 over op Huijbrecht Anthueniszoon van Wissenkerke. Treedt tussen 1567 en 1581 in de vergaderingen op. Het eerste deel gaat in 1581 over op Gillis van Wolffwinckel (Leenkamer).

160. Jan de Pieters 1559 - 1580
Wordt (in 1599) beleend met een aandeel, afkomstig van zijn moeder Jaqueline Pels. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1559/60). Treedt tot 1578 in de vergaderingen op. Draagt in 1580 zijn aandeel over op Ferdinando de Pieters (Leenkamer).

161. Loys van Treslonge 1560 - 1579
Wordt in 1560 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn broer Johan van Treslonge. Het aandeel gaat in 1579 over op Gregorio del Plano (Leenkamer).

162. Weduwe Pels (1561) - (1562)
Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1561/62). Is vermoedelijk identiek met Jkvr. Anthonie Ydo, weduwe van Bernard Pels (zie 1541). Haar aandeel is vermoedelijk in 1562 overgegaan op Bernard Pels.

163. Jhr. Cornelis van Dalem 1561 – 1574
Wordt in 1561 beleend met een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van zijn vader Pieter van Dalem. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1561/62). Treedt tot 1573 in de vergaderingen op. Hij draagt in 1561 de helft van een 1/24 deel over aan zijn broer Lodewijk van Dalem. Zijn aandeel gaat in 1574 over op zijn zoon Vredevorst van Dalem (Leenkamer).

164. Jhr. Ferdinando Eduwairts van der Dilst 1561 – 1577
Wordt in 1561 door de leenkamer van Holland beleend met een erfelijke rente van 625 ksg. per jaar, gevestigd op de aandelen van de heer van Bergen op Zoom in de heerlijkheid van Vossemeer. Misschien is deze rente als een aandeel in de heerlijkheid beschouwd. De rente gaat in 1577 over op zijn broer Eduward van der Dilst (Leenkamer).

165. Jhr. Lodewijk van Dalem 1561 – 1586
Wordt in 1561 beleend met de helft van een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden, afkomstig van zijn broer Cornelis van Dalem. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1561/62). Treedt tot 1582 in de vergaderingen op. Is in 1587 overleden. Het aandeel gaat in 1586 over op zijn zoon Pieter van Dalem (Leenkamer).

166. Jhr. Huijbrecht Anthuenissen van Wissenkerke 1562 - ?
Heer van Couwerve. Wordt in 1562 beleend met een 1/12 deel, afkomstig van zijn vader Anthuenis van Wissenkerke, en de helft van twee 1/31 delen en de helft van een 1/54 deel, afkomstig van Jan Adriaens Adriaenszoon. In 1588 belast hij zijn aandeel met een rente van 10 ksg. ten gunste van Catharina van Haamstede. In 1589 wordt hij beleend met de helft van een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden, afkomstig van Pieter van Dalem (Leenkamer).

167. Laureys de Bloys 1562 – 1566
Treedt tussen 1562 en 1566 in de vergaderingen op.

168. Anthonis van der Vichten 1562 – 1571
Heer van Nieuwenhove. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1561/62). Treedt tot 1571 in de vergaderingen op. Wordt ook Anthonis van Nieuwenhove genoemd. Daar zijn toelating als heer pas in 1562 geschiedt, is hij vermoedelijk niet identiek met Anthuenis Janszoon van der Vichte (zie 1540). Het aandeel gaat in 1575 over op Jan van der Vichte.

169. Jhr. Lodewijk van Treslonge 1562 – 1571
Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1561/62). Wordt tot 1571 regelmatig beboet wegens non-comparitie. Is misschien identiek met Loys van Treslonge (zie 1560).

170. Mr. Clement (Petri) van Dalem 1562 – 1574
Wordt in 1562 beleend met een 1/36 deel, afkomstig van zijn overleden vader Pieter Corneliszoon van Dalem. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1563/64). Treedt tot 1571 in de vergaderingen op. Het aandeel gaat in 1574 over op zijn neef Pieter Jasperszoon van Dalem (Leenkamer).

171. Bernard Pels 1563 – 1596
Wordt in 1563 beleend met de helft van het aandeel van zijn moeder Antonia Adriaen Ydens (Leenkamer). Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1563/64). Treedt tot 1596 in de vergaderingen op, met een hiaat tussen 1584 en 1593. Is in 1596 overleden. Zijn aandeel gaat over op zijn zoon Bernard Pels.

172. Karel Pels 1563 - ?
Wordt in 1563 beleend met de helft van het aandeel van zijn moeder Antonia Adriaen Ydens (Leenkamer). Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1563/64).

173. Mayken (Maria) van den Abeele, weduwe van Anthonis van Wissenkerke 1564 – 1577
Treedt tussen 1564 en 1577 in de vergaderingen op. Heeft persoonlijk zitting gehad. Zij is de eerste vrouw, die volledig als “heer” is toegelaten. Haar geval wordt later aangehaald, als vrouwen beslissings- en stemrecht vragen.

174. Mr. Claude van Daale (Dalem?) 1567
Treedt eenmaal in de vergadering op. Misschien is hij identiek met Mr. Clement van Dalem (zie 1562).

175. De wees van Anthonis van Wissenkerke 1567
Wordt in 1567 onder de deelgenoten genoemd.

176. Maria de Lannoy, weduwe van Jan IV van Glymes, markiezin van Bergen op Zoom 1567 - (1577)
Volgt in 1567 haar man op in het aandeel. Na het overlijden van de markies is de heerlijkheid van Bergen op Zoom door de koning van Spanje geconfisceerd. Het is niet duidelijk of ook de aandelen van Vossemeer in beslag zijn genomen. De confiscatie heeft geduurd tot 1577. In deze periode is de heer van Bergen op Zoom wel in de vergaderingen vertegenwoordigd geweest. Na de opheffing der confiscatie is het markizaat (tevens de aandelen van Vossemeer) gekomen aan Margriete van Merode.

177. Mr. Gerard Adriaens van Duveland 1567 – 1606
Treedt tussen 1567 en 1581, en in 1593 in de vergaderingen op. Draagt in 1593 een deel van zijn aandeel over aan zijn zoon. Is in 1606 overleden.

178. Jacob van Gelre 1569 – 1577
Treedt tussen 1569 en 1577 in de vergaderingen op. In 1578 verschijnt Frederik van Renesse voor zijn erfgenamen.

179. Anthuenis van Doornik 1569 - ?
Woont te Kampen. Wordt in 1569 beleend met een 1/12 en een 1/6 deel, afkomstig van zijn vader Anthuenis van Doornik (Leenkamer). Is misschien identiek met Jhr. Anthonis van Doornik (zie 1577).

Maria van Lanoy, echtgenote van Jan IV van Glymes, markiezin van Bergen op Zoom en vrouwe van Vossemeer.

Maria van Lanoy, echtgenote van Jan IV van Glymes, markiezin van Bergen op Zoom en vrouwe van Vossemeer. Naar een schilderij in het stadhuis van Bergen op Zoom.

180. Pieter Jasperszoon van Dalem 1574 – 1582
Wordt in 1574 beleend met een 1/36 deel, afkomstig van zijn overleden oom Mr. Clement van Dalem. Het aandeel gaat in 1582 over op zijn neef Johan Vaillant (Leenkamer).

181. Vredevorst van Dalem 1574 - ?
Wordt in 1574 beleend met een 1/24 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, afkomstig van zijn overleden vader Jhr. Cornelis van Dalem (Leenkamer).

182. Jhr. Huijbrecht van Wissenkerke 1575 – 1597
Wordt in 1575 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rekening 1577/78). Treedt tot 1597 in de vergaderingen op. Koopt in 1589 een aandeel van Pieter van Dalem. Zijn aandeel gaat in 1597 over op zijn weduwe Jkvr. Anna van Wolffwinckel.

183. Jan van der Vichte 1575 - ?
Wordt in 1575 beleend met de helft van een 1/8 deel, afkomstig van Anthuenis Janszoon van der Vichte (Leenkamer).

184. Margriete van Merode markiezin van Bergen op Zoom, en haar man Jan van Wythem 1577 – 1580
Het markizaat van Bergen op Zoom, van 1567 tot 1577 door de Spaanse koning in beslag genomen, kwam na de teruggave aan de erfgename van Jan IV van Glymes, Margriete van Merode. Zij wordt in 1578 persoonlijk toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rekening 1577/78). In 1580 verkopen zij en haar man de aandelen van het huis van Bergen op Zoom, die uit een 1/3 en een 1/72 deel bestaan, aan Gregorio de Plano en Gillis van Wolffwinckel (resolutie 1580).

185. J. Jaspersen 1577 – 1581
Treedt tussen 1577 en 1581 in de vergaderingen op. Misschien heeft hij geen persoonlijk aandeel gehad, doch is hij opgetreden als vertegenwoordiger van de markiezin van Bergen op Zoom.

186. Ferdinando de Pieters 1577 – 1583
Wordt in 1577 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rekening 1577/78). Treedt tot 1580 in de vergaderingen op. Verkrijgt in 1580 een aandeel, afkomstig van Jan de Pieters. Zijn aandeel gaat in 1583 na zijn overlijden over op zijn broer Jan de Pieters Janszoon (Leenkamer).

187. Pieter Jaspers 1577 – 1582
Burgemeester van Goes. Is in 1577 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rekening 1577/78). Treedt tot 1581 in de vergaderingen op. Is overleden in 1582. Zijn aandeel gaat in 1582 over op Jan Vaillant. In de resolutie van 1587 is sprake van goederen, die hij de armen van Goes gelegateerd had.

188. Jhr. Eduward van der Dilst 1577 – 1603
Wordt in 1577 beleend met de rente van 625 ksg., gevestigd op de aandelen van de heer van Bergen op Zoom in de heerlijkheid Vossemeer. Daar de aandelen van de heer van Bergen op Zoom in 1580 zijn verkocht en de rente gevestigd bleef, is de mogelijkheid aan te nemen, dat de rente als een aandeel in de heerlijkheid is beschouwd. De rente gaat in 1603 over op zijn dochter Clara van der Dilst (Leenkamer).

189. Jhr. Anthonis van Doornik 1577 – 1629
Wordt in 1577 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rekening 1577/78). Treedt tot 1629 in de vergaderingen op. Is misschien identiek met Anthuenis van Doornik (zie 1569).

190. Erven van Jacob van Gelre 1578 – 1579
In 1578 treedt Frederik van Renesse voor hen op; zij worden nog in 1579 genoemd.

191. Gillis van Wolffwinckel 1578 – 1586
Wordt in 1578 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rekening 1578/79). Koopt in 1580 de helft van een 1/24 deel en de tienden, afkomstig van de markies van Bergen op Zoom, voorheen van Jan van Treslonge; een 1/36 deel, voorheen afkomstig van Adriaen Willemszoon van Zommerzeer; een 1/4 van een 1/12 deel, uitgezonderd de tienden van Oud Vossemeer, voorheen afkomstig van Margriete Jan Zuete dochter; een 1/23 en een 1/72 deel, voorheen afkomstig van Jan van Ovenhof; een 1/3 van een 1/8 deel, voorheen afkomstig van Lodewijk van Vernewijk. Verkrijgt in 1581 de helft van een 1/54 deel, afkomstig van Jan Adriaen Adriaenszoon. Treedt tot 1585 in de vergaderingen op. Zijn aandeel wordt in 1586 door de Staten van Zeeland in beslag genomen. In 1597 wordt Jkvr. Anna van Wolffwinckel door de heren als zijn erfgename erkend. Zijn aandeel is in 1632 en 1633 door de heren voor gemeenschappelijke rekening aangekocht.

192. Gregorio del Plano 1578 – 1586
Wordt in 1578 toegelaten in een 1/6 deel, afkomstig van de heren van Treslonge. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rekening 1578/79). Koopt in 1580 een 1/12 deel van het aandeel van de markies van Bergen op Zoom, voorheen afkomstig van Jacob van Elsakker, abt van St. Michels. Treedt tot 1586 in de vergaderingen op. Zijn aandeel is in 1586 door de Staten van Zeeland in beslag genomen. Een 1/6 deel gaat in 1601 over op Jhr. Nicolaas van Boshuijse.

193. Jhr. Frederik van Renesse 1579 – 1612
Wordt in 1579 toegelaten. Betaalt 20 schellingen blijde inkomste (rekening 1578/79). In 1578 vertegenwoordigt hij de erfgenamen van Jacob van Gelre. Zijn aandeel gaat in 1612 over op zijn zoon Jhr. Nicolaas van Renesse.

194. Anna van Couwerff 1581
Wordt in 1581 als deelgenote vermeld.

195. Johan Vaillant 1582 – 1590
Burgemeester van Middelburg. Wordt in 1582 beleend met een 1/36 deel, afkomstig van zijn overleden neef Pieter Jaspers zoon van Dalem. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1582/83). Het aandeel gaat in 1590 over op zijn neef Cornelis Joachumssen (Leenkamer).

196. Willem Gerrits Stuyver ? – 1583
Was tot 1583 in het bezit van een 1/48 deel, dat in dit jaar overgaat op zijn zoon. Misschien betreft het hier tienden, en geen deel in de ambachtsheerlijkheid.

197. Jan de Pieters Jans zoon 1583 - ?
Wordt in 1583 beleend met het aandeel, afkomstig van zijn overleden vader Ferdinando de Pieters (Leenkamer).

198. Marten Stuyver 1583 – 1610
Wordt in 1583 beleend met een 1/48 deel, afkomstig van zijn vader Willem Gerrits Stuyver. Het aandeel gaat in 1610 over op Cornelis Geertss.

199. Pieter van Dalem 1586 – 1589
Wordt in 1586 beleend met de helft van een 1/24 deel, uitgezonderd alle tienden, afkomstig van zijn vader Lodewijk van Dalem. Het aandeel gaat in 1589 over op Jhr. Huijbrecht van Wissenkerke, heer van Couwerve (Leenkamer).

200. Ferdinando Aleman 1586 – 1593
Treedt tussen 1586 en 1593 in de vergaderingen op voor de Staten van Zeeland in de aandelen, die door de Staten in beslag genomen waren. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1586/87). Zijn plaats wordt in 1594 ingenomen door Joos Marinus Zuydland.

201. Sr. Cornelis Joachumssen 1589 – 1601
Wordt in 1586 toegelaten in een 1/36 deel, afkomstig van Johan Vaillant (resolutie 1589). Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1589/90). Treedt tot 1601 in de vergaderingen op. Wordt in 1590 met het aandeel beleend (Leenkamer).

202. Adriaan van Duvelande 1593 – 1606
Wordt in 1593 door zijn vader gepresenteerd en toegelaten. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1592/93). Treedt tot 1606 in de vergaderingen op. Hij woonde in Haarlem. Zijn vader, Mr. Gerard Adriaens, die gelijktijdig met hem een aandeel bezat, is in 1606 overleden. Adriaen is in 1607 overleden.

203. Joos Marinus Zuydland 1594 – 1608
Wordt in 1594 toegelaten. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1594/95). Volgt raadsheer Aleman op als vertegenwoordiger van de Staten van Zeeland; hij schijnt geen persoonlijk aandeel gehad te hebben. Sinds 1603 is dit in de notulen vermeld; dan is hij op de vergaderingen aanwezig ‘over de gedeelten van de heren hen houdende bij den viandt’. Als zodanig treedt hij op tot 1608.

204. Bernard Pels 1596 – 1605
Wordt in 1596 na het overlijden van zijn vader Bernard Pels toegelaten. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1597/98). Treedt tot 1605 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1605 over op Jhr. Boudewijn van de Weerde.

205. Mr. Jeronimus van Borre ? – 1596
Is in het bezit van een aandeel, dat in 1596 op zijn zoon overgaat.

206. Mr. Jan van Borre 1596 – 1610
Treedt in 1596 op in het aandeel, afkomstig van zijn vader Mr. Jeronimus van Borre. Zijn aandeel gaat in 1610 over op Franchois van Aertssen.

207. Jkvr. Anna van Wolffwinckel, weduwe van Huijbrecht van Wissenkerke 1597 – 1600
Wordt in 1597 als weduwe van haar man en als dochter en erfgename van Gillis van Wolffwinckel toegelaten. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1597/98). Treedt tot 1600 in de vergaderingen op; in 1600 vertegenwoordigt zij tevens haar kinderen. Zij hertrouwt met Jhr. Nicolaas van Boshuijse, die sinds 1601 in haar aandeel optreedt, doch vermoedelijk ook eigen aandelen had.

208. Heer van Malle 1600 – 1610
Wordt in 1610 toegelaten. Hij woonde in het hertogdom Gelre en was niet op de vergaderingen aanwezig. Is vermoedelijk uit het geslacht van Renesse. In 1601 verbleef hij op bevel van de Prins van Oranje in het land van Luik. Is in 1610 overleden. Om enige bijzonderheden kan hij vermoedelijk niet identiek zijn met Jhr. Frederik van Renesse.

209. Gillis van Wissenkerke 1601 – 1631
Heer van Couwerve. Wordt in 1601 geëxcuseerd van de boete, omdat hij in Frankrijk verblijft. Daar hij toen 18 jaren was, moest hij op de volgende vergadering verschijnen. Zijn voogd, Jhr. Wolffert van Borsselen, verzoekt hem te mogen vertegenwoordigen, doch dit wordt afgewezen. Verzoekt in 1603 te worden toegelaten; zijn leenbrieven waren nog niet in orde. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1605/06). Zijn leenbrieven zijn in 1607 aangenomen. Treedt tot 1631 in de vergaderingen op. Hij was in dienst van de koning van Spanje en sneuvelde op 13 september 1631 in de vlucht na de slag op het Slaak, dicht bij Vossemeer. Zijn aandelen, afkomstig van zijn vader Gillis van Wissenkerke, wiens portie door de Staten van Zeeland in beslag waren genomen, een 1/6 en een 1/24 deel, zijn in 1632 op bevel van de Staten verkocht.

210. Jhr. Nicolaas van Boshuijse 1601 – 1636
Wordt in 1601 toegelaten in het aandeel van Jkvr. Anna van Wolffwinckel, weduwe van Huijbrecht van Wissenkerke, met wie hij in 1600 trouwt. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1601/02). Persoonlijk heeft hij een 1/6 deel in bezit, afkomstig van Gregorio del Plano. Treedt tot 1636 in de vergaderingen op. In 1629 blijkt hij via zijn vrouw een 1/4 deel te bezitten. In zijn huis te Vossemeer zijn meermalen herenvergaderingen gehouden. Heeft zich verdienstelijk gemaakt bij de herdijking van Nieuw Vossemeer en de dijkage van de Heen.

211. Margaretha Vaillant, weduwe van Jochum Jochumssen (1602) - ?
Wil zich in 1602 laten vertegenwoordigen in de vergaderingen doch de heren wijzen dit af.

212. Clara van Dilst 1603 - ?
Wordt in 1603 beleend met de rente van 625 ksg., gevestigd op de goederen, voorheen in het bezit van de heer van Bergen op Zoom (Leenk.).

213. Jhr. Boudewijn van de Weerde 1606 – 1612
Koopt in 1606 een 1/36 en een 1/48 deel, afkomstig van Jhr. Bernard Pels. Wordt op verzoek van Mr. Jacob Peck en diens huisvrouw, zijn schoonvader en -moeder, toegelaten. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1606/07). Treedt tot 1612 in de vergaderingen op. In 1612 verzoekt Aelbrecht Feyth, curator van zijn boedel, hem in de vergadering te mogen vertegenwoordigen; dit wordt afgewezen. Zijn aandeel gaat in 1612 over op Jhr. Marinus van de Weerde.

214. Christiaen Tibaut ? – 1608
Zijn 1/36 deel gaat in 1608 over op zijn zoon Heynrick Tibaut.

215. Heynrick Tibaut 1608 - ?
In 1608 verzoekt Sr. Gregorio Gillis om toegelaten te worden als voogd van Heynrick Tibaut, zoon van wijlen Christiaen, met volmacht van Jkvr. Jacquemijn Herve, weduwe van C. Tibaut. Heynrick bezit een 1/36 deel; de leenbrief staat op zijn naam. De vertegenwoordiging wordt afgewezen.

216. Mr. Jan van der Vichten 1609 – 1612
Heer van Nieuwenhoven. Wordt in 1609 als aandeelhouder vermeld (rekening 1609/10). Hij bezit een 1/12 deel. Treedt tot 1612 in de vergaderingen op.

271. Jhr. Johan de Pieters (Peters) 1609 – 1620
Wordt in 1609 toegelaten in een 1/24 deel, dat tot dan toe geconfisceerd was door de Staten van Zeeland, vermoedelijk het aandeel van Ferdinando de Pieters. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1609/10). Treedt tot 1614 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1620 over op Cornelis Gheertssen Plancke.

218. Jhr. Roeloff van Arkel 1609 – 1623
Drossaard van Gorcum en het land van Arkel. Wordt in 1609 toegelaten in een 1/48 deel. Betaalt 20 stuivers blijde inkomste (rekening 1609/10). Treedt tot 1616 in de vergaderingen op. In 1623 gaat zijn aandeel over op zijn weduwe.

219. Jhr. Cornelis Croeser ? – 1610
Bezit 1/12 deel, dat in 1610 overgaat op zijn zoon Jhr. Jan de Croeser. (Mogelijk was dit alleen een aandeel in de tienden en niet in het ambacht).

Francois van Aerssen, heer van Sommelsdijk, heer van Vossemeer

Francois van Aerssen, heer van Sommelsdijk, heer van Vossemeer, 1572-1641. Naar een gravure uit de collectie Zelandia Illustrata van het Zeeuws Museum te Middelburg.

220. Jhr. Jan de Croeser 1610 – 1618
Heer van Dennebrugge. Wordt in 1610 toegelaten in een 1/12 deel (alleen tienden?), afkomstig van zijn vader. Komt niet in de vergaderingen. Zijn aandeel gaat in 1618 over op Johannes Pontinus de Jonge.

221. Franchois van Aerssen 1610 – 1642
Was gehuwd met Petronella van Borre. Wordt in 1610 toegelaten in een 1/12 deel, afkomstig van zijn neef Mr. Jan van Borre.Zijn aandeel gaat in 1642 over op zijn zoon Cornelis van Aerssen. (Mogelijk betreft dit alleen tienden.)

222. Cornelis Geertss 1610 - ?
Wordt in 1610 toegelaten in een 1/48 deel, afkomstig van Marten Stuyver. Is mogelijk identiek met Cornelis Gheertssen Plancke (zie 1620).

223. Jhr. Marinus van de Weerde 1612 – 1631
Wordt in 1612 toegelaten in de helft van een 1/36 en de helft van een 1/48 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1612/13). Treedt tot 1631 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1632 over op zijn weduwe.

224. Jhr. Nicolaas van Renesse 1612 - (1640)
Heer van der Aa. Wordt in 1612, 18 jaren oud, toegelaten in het aandeel van zijn overleden vader Jhr. Frederik van Renesse. Treedt tussen 1620 en 1632 in de vergaderingen op. Doet in 1640 afstand van de helft van zijn aandeel ten gunste van zijn nicht Maria Anna Freyling, gravin van Bronkhorst tot Anholt.

225. Gregorio del Plano 1614 – 1617 Wordt in 1614 (weer?) toegelaten in een 1/12 deel. Treedt tot 1617 in de vergaderingen op. Waarschijnlijk is hij dezelfde wiens aandeel in 1586 door de Staten van Zeeland in beslag werd genomen.

226. Daniel Schellekens 1616 – 1623
Treedt tussen 1616 en 1623 in de vergaderingen op.

Philibert van Tuyl

Philibert van Tuyll van Serooskerke, burggraaf van Zeeland, rentmeester-generaal van Zeeland Beoosterschelde, vermoedelijk heer van Vossemeer en vader van Nr. 228. Naar een tekening uit de collectie Zelandia Illustrata van het Zeeuws Museum te Middelburg.

227. Jan van Wissenkerke 1616 – 1627
Heer van Hayman en Noortmonster. Treedt tussen 1616 en 1627 in de vergaderingen op.

228. Jhr. Philibert van Tuyll van Serooskerke 1617 – 1638
Wordt in 1617 toegelaten in een 1/24 deel. Treedt tot 1638 in de vergaderingen op. In 1632 is hij tevens present als vertegenwoordiger van de Staten van Zeeland.

229. Jhr. Philips van Eynatten 1618 – 1620
Heer van Schoonhoven. Wordt in 1618 toegelaten in een 1/24 deel. Treedt tot 1620 in de vergaderingen op.

230. Jhr. Hendrik van Tuyll van Serooskerke 1618 – 1626
Heer van Stavenisse. Wordt in 1618 toegelaten in een 1/24 deel. Treedt tot 1626 in de vergaderingen op.

231. Dr. Johannes Pontinus de Jonge 1618 – 1632
Wordt in 1618 toegelaten in een 1/12 deel, afkomstig van Jan de Croeser. In de vergaderingen is hij niet aanwezig geweest. Bezat vermoedelijk alleen tienden, geen aandeel in het ambacht. Zijn deel gaat in 1632 over op Jhr. Pieter van Tuyll van Serooskerke.

232. Heer van der Nadt 1619 - 1633
Bezit een 1/48 deel. Wordt tussen 1619 en 1633 in de boete wegens non-comparitie aangeslagen. In 1633 is zijn vrouw vermeld.

233. Heer van Eldre 1619 - ?
Een niet nader genoemde wordt in 1619 tot de boete wegens non-comparitie veroordeeld.

234. Cornelis Gheertssen Plancke 1620 – 1621
Wordt in 1620 toegelaten in een deel, afkomstig van Jhr. Jan de Peters uit Bergen (Henegouwen). Zijn aandeel gaat in 1621 over op zijn weduwe. Misschien is hij identiek met Cornelis Geertse (zie 1610 ).

235. Cornelia Andries Claessen, weduwe van Cornelis Gheertss Plancke 1621 – 1622
Wordt in 1621 toegelaten in het aandeel, afkomstig van haar man. Haar aandeel gaat in 1622 over op Hendrick de Puttere.

236. Hendrick de Puttere 1622 – 1628
Wordt in 1622 toegelaten in het aandeel, afkomstig van de weduwe Cornelis Gheertss Plancke. Hij heeft de vergaderingen niet bijgewoond. Zijn aandeel gaat in 1628 over op zijn zoon Hubrecht de Puttere.

237. Anna van Steelant, weduwe van Jhr. Roeloff van Arckel 1623 – 1626
Wordt in 1623 en 1625 aangeslagen in de boete wegens non-comparitie. Haar man bezat een 1/48 deel. Haar aandeel gaat in 1626 over op Jhr. Jan van Arckel.

238. Jhr. Adriaan van Manmaeker 1624 - 1645
Heer van Hofwegen. Wordt in 1624 toegelaten in een 1/12 deel. Treedt tot 1645 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1646 over op zijn zoon Jhr. Charles van Manmaker.

239. Jhr. van Arckel 1626 – 1644
Wordt in 1626 toegelaten in een 1/48 deel, afkomstig van zijn moeder Anna van Steelant. Treedt tot 1643 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1644 over op Johan de Knuijdt.

240. Hubrecht de Puttere 1628 – 1629
Wordt in 1628 toegelaten in het aandeel, afkomstig van zijn vader Hendrick de Puttere. Zijn aandeel gaat in 1629 over op zijn zoon Hendrick de Putter.

241. Marinus Corvincx 1628 - (1638)
Baljuw van de stad Tholen. Treedt tussen 1628 en 1632 in de vergaderingen op. Hij bezat een 1/48 deel. Sinds 1639 worden de wezen vele jaren wegens non-comparitie beboet.

242. Jhr. Jacob van Boshuijsen 1628 – 1641
Treedt tussen 1628 en 1641 in de vergaderingen op. Hij bezit een 1/24 deel. Zijn aandeel gaat in 1642 over op zijn weduwe Jkvr. Anna Maria van Schore.

243. Jhr. Jacob van Berchem 1628-1652
Treedt tussen 1631 en 1652 in de vergaderingen op, doch was al sinds 1628 in het bezit van een 1/24 deel. Hij heeft in 1632 zijn intrede gedaan (rekening 1631/32).

244. Jhr. Verus van Cats 1629 – 1638
Heer van Bruwelis. Wordt in 1629 toegelaten in een 1/24 deel. Treedt tot 1638 in de vergaderingen op. Sinds 1639 worden zijn erfgenamen vermeld.

245. Jhr. Helmich van Doornick 1629 – 1641
Wordt in 1629 in een 1/16 deel toegelaten. Hij is tot 1641 als absent vermeld.

Hendrik Thibaut

Hendrik Thibaut, heer van Aagtekerke, burgemeester van Middelburg, rentmeester van Zeeland Beoosterschelde, raad van Vlaanderen, heer van Vossemeer, 1604-1667. Naar een gravure uit de collectie Zelandia Illustrata van het Zeeuws Museum te Middelburg.

246. Jkvr. Heilwich van Oostrum, weduwe van Serooskerke 1629 – 1644
Wordt in 1629 in een 1/48 deel toegelaten; legt het volgend jaar de eed af. Zij heeft tot 1644 de vergaderingen bijgewoond.

247. Hendrick Tibaut 1629 – 1666
Burgemeester van Middelburg en rentmeester van Bewesterschelde. Wordt in 1629 toegelaten in een 1/36 deel. Treedt tot 1661 in de vergaderingen op. Wordt in 1666 nog eens vermeld;mogelijk is dan zijn opvolger bedoeld.

248. Hendrick de Putter 1629 - ?
Wordt in 1629 toegelaten in een aandeel, afkomstig van zijn vader Hubrecht de Puttere.

249. Jhr. Maerten van de Waerde 1632 – 1635
In 1632 wordt besloten hem aan te schrijven dat hij zitting moet nemen. Is een neef van juffrouw van de Waerde. In 1635 verzoekt zijn moeder, N. van Wachtendonk, vrouw van Jhr. Jan Mornauw, admissie, ingevolge de meer dan 10 jaar oude resolutie, die de toelating alleen openstelt voor deelgenoten, die een aandeel op hun naam hebben, wordt dit afgewezen.

250. Livina Coopers, weduwe van Jhr. Marinus van de Waerde 1632 – 1635
Wordt in 1632 toegelaten in het aandeel van haar man. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1632/33). Tot 1635 heeft zij de vergaderingen bijgewoond. Haar aandeel is vermoedelijk in 1639 overgegaan op Maria en Martinus van de Waerde.

251. Johan de Knuijdt (Cnuijdt) 1633 – 1654
Vervalt in 1633 - 1635 in de boete van non-comparitie. Treedt in 1654 in de vergaderingen op. Vanaf 1638 heeft hij tevens zitting als vertegenwoordiger van de adel in de Staten van Zeeland. Verwerft in 1644 het aandeel van Jhr. Jan van Arckel. Zijn aandeel gaat in 1655 over op zijn kleinzoon Johan Huyssen.

252. Vrouwe van der Nadt 1634 – 1640
Treedt tussen 1634 en 1640 op in het aandeel, afkomstig van haar man. In 1641 is zij opgevolgd door Jhr. Cornelis van der Nadt.

253. Graaf van Anholt 1637 – 1645
Wordt tussen 1637 en 1645 wegens non-comparitie beboet.

254. Martinus van de Waerde 1639 – 1640
Wordt in 1639 wegens non-comparitie beboet. Zijn aandeel gaat in 1640 over op Mr. Jacob Campe.

255. Erven van Jhr. Verus van Cats 1639 – 1642
Worden tussen 1639 en 1642 wegens non-comparitie beboet.

256. Kinderen van Marinus Corvincx 1639 – 1653
Worden tussen 1639 en 1653 wegens non-comparitie beboet. In 1653 vraagt een van hen toegelaten te worden, doch dit wordt afgewezen, omdat hij nog niet uit de voogdij ontslagen was (zie 1654).

257. Jhr. Pieter van Tuyll van Serooskerke 1639 – 1656
Heer van Maalstede. Wordt in 1639 toegelaten ineen 1/24 deel, afkomstig van zijn vader Jhr. Philibert van Tuyll van Serooskerke. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1638/39). Treedt tot 1656 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1657 over op zijn weduwe Maria van Liere. In 1632 kocht hij een aandeel van Dr. Johannes Pontinus de Jonge; dit was vermoedelijk een deel in de tienden en geen ambachtsportie.

258. Maria van de Waerde 1639 - ?
Wordt in 1639 wegens non-comparitie beboet.

259. Mr. Jacob Campe 1640 – 1656
Wordt in 1640 toegelaten in een aandeel, afkomstig van Jhr. Maarten van de Waerde. Treedt tot 1656 in de vergaderingen op. In 1657 is zijn aandeel op zijn wezen overgegaan.

260. Maria Anna Freyling, gravin van Bronkhorst 1641 – 1645
Wordt in 1641 toegelaten in een 1/48 deel, afkomstig van Jhr. Nicolaas van Renesse. In 1645 verkoopt zij haar deel aan verscheidene aandeelhouders.

Hendrik van Tuyll

Hendrik van Thuyll van Serooskerke, heer van Walland en Poppendamme, kapitein, commandant van Philippine, heer van Vossemeer, ? - 1649. Naar een portret uit de collectie Baron van Hardenbroek van Hardenbroek. Foto: Iconografisch Bureau.

261. Jhr. Cornelis van der Nadt 1641 – 1658
Heer van ‘s Graven Ambacht. Wordt tot 1658 wegens non-comparitie beboet. Vanaf 1659 worden zijn wezen genoemd.

262. Jkvr. Maria van Schore, weduwe van Jhr. Jacob van Boshuijse 1642 – 1655
In 1642 en 1643 is zij genoemd, doch niet in de vergaderingen toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1644/65). Heeft tot 1655 de vergaderingen bijgewoond. Haar aandeel gaat in 1656 over op Magdalena van Boshuijsen, vrouw van Jhr. Pieter Thomas Pynssen van der Aa.

263. Jhr. Alexander Emanuel van Renesse 1642 – 1658
Wordt in 1642 toegelaten in een aandeel van hem of van zijn vrouw. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1642/43). Treedt tot 1658 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1659 over op zijn vrouw Johanna van Doornik.

264. Cornelis van Aerssen 1642 – 1663
Heer van Spyk en Sommelsdijk. Wordt in 1642 toegelaten in het aandeel, afkomstig van zijn vader Franchois van Aerssen. Het aandeel gaat in 1663 over op zijn zoon Cornelis van Aerssen.

265. Jhr. Arendt van Cats 1643 - ?
Is in 1643 op de vergadering aanwezig.

266. Pieter de Vroe 1644 – 1650
Pensionaris van de stad Tholen. Wordt in 1644 toegelaten in een deel, dat hij had gekocht. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1644/45). Zijn deel blijkt in 1652 overgegaan te zijn op zijn wezen.

267. Jhr. Henrick van Thuyll van Serooskerke 1645 – 1649
Heer van Wellandt. Wordt in 1647 toegelaten in een 1/24 deel, dat hij al sinds 1645 bezit. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1647/48). Wordt tot 1649 vermeld.

268. Jhr. Charles van Manmaker 1646 – 1648
Heer van Hoffwegen. Wordt in 1646 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader Adriaan van Manmaker. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1646/47). Treedt tot 1648 in de vergaderingen op.

269. Jacob van Baerlandt 1647 – 1667
Heer van Dirksland. Is sinds 1647 in het bezit van een 1/48 deel. Is in 1648 op de vergadering zonder stemrecht, doch wenst de afhoring van de rekening bij te wonen. Wordt in 1649 toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1649/50). Zijn aandeel gaat in 1663 over op Magdalena van Baerlandt.

270. Jhr. Philips Carel van Eynatten 1648 – 1685
Heer van Schoonhoven. Wordt in 1648 toegelaten in een 1/24 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1649/50). Treedt in de vergaderingen op tot 1685. Zijn aandeel gaat in 1687 over op Jkvr. Anna van Eynatten.

271. Jhr. Adriaen van Thuyll van Serooskerke 1650 – 1662
Heer van Wellandt. Wordt in 1650 toegelaten in een 1/24 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1650/51). Wordt tot 1662 vermeld. Zijn aandeel gaat in 1663 over op Laureys Huyssen.

272. Gilbert van Greve 1651 – 1679
Heer van Wetterbeek. Treedt in 1651 op in een 1/12 deel, in het bezit van zijn vrouw Anna Maria van Boshuijse. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1651/52). Treedt tot 1679 in de vergaderingen op.

273. Kinderen van Pieter de Vroe 1652 – 1667
Worden tussen 1652 en 1667 als deelgenoten vermeld.

274. Emerentia van Tuyll van Serooskerke ? – 1653
Vrouw van Jhr. Herpert van Lynden. Is tot 1653 in het bezit van een 1/48 deel, dat zij verkoopt, vermoedelijk aan Hendrik Tibaut.

275. Jhr. Willem van der Rijt 1653 – 1662
Heer van Brochum. Wordt in 1653 toegelaten in een 1/24 deel, in het bezit van zijn vrouw Elisabeth van Berchen. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1653/64). Hij is vermoedelijk in 1662 overleden, wanneer zijn vrouw weer in haar aandeel optreedt.

276. Marinus Corvincx 1654 – 1700
Wordt in 1654 en 1656 wegens non-comparitie beboet. Verzoekt in 1657, geassisteerd door zijn schoonvader Van den Brande, toegelaten te worden in een 1/48 deel, afkomstig van zijn vader. Wordt in 1658 toegelaten ondanks de resolutie van 1635, waarbij bepaald was dat voor het stemrecht minstens een 1/24 deel nodig was, omdat zijn deel tevoren verstorven was. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1658/59). Treedt tot 1677 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1700 over op Jhr. Johan Frederik de Mauregnault.

277. Johan Huyssen 1655 – 1661
Wordt in 1655 toegelaten in een aandeel, afkomstig van zijn grootvader Johan de Knuijdt. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1655/56). Treedt tot 1661 in de vergaderingen op. Zijn aandeel is in 1662 door Mevrouw Huyssen gekocht.

278. Jhr. Pieter Thomas Pynssen van der Aa 1656 – 1670
Wordt in 1656 toegelaten in een 1/12 deel, toegevallen aan zijn vrouw Magdalena van Boshuijssen bij de kaveling der goederen van Jacob van Boshuijsen. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1655/56). Treedt tot 1670 in de vergaderingen op.

279. Jkvr. Louise van Boshuijsen 1656 – 1685
Wordt in 1656 wegens non-comparitie beboet. Is misschien identiek met de vrouw van Jhr. Joachum Hoppers, die vanaf 1659 deelgenoot is. Is waarschijnlijk identiek met Louisa van Boshuijsen, vrouw van Dalem, die in 1685 haar 1/24 deel overdraagt op Maria Anna van Craen, vrouw van Jhr. J.P. de Spangen, ridder van Dalem.

280. Maria van Liere, weduwe van Jhr. Pieter van Tuyll van Serooskerke 1657
Treedt op in een 1/24 deel, afkomstig van haar man. Het aandeel gaat in 1657 over op haar zwager.

281. Jhr. Jeronimus van Thuyll van Serooskerke 1657 – 1661
Heer van Stavenisse. Wordt in 1657 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn broer Jhr. Pieter van Thuyll van Serooskerke. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1657/58). Treedt tot 1661 in de vergaderingen op.

282. Kinderen van Mr. Jacob Campe 1657 - 1677
Worden tussen 1657 en 1677 in de vergaderingen genoemd.

283. Heer van Bassevelde 1659 – 1661
Wordt tussen 1659 en 1661 wegens non-comparitie beboet.

284. Johanna van Doornik, weduwe van Jhr. Alexander Emanuel van Renesse 1659 – 1665
Is opgevolgd in het aandeel van haar man. Zij vraagt in 1660 om tot de vergaderingen te worden toegelaten, doch dit wordt uit kracht van vroegere resoluties geweigerd. Tot 1665 wordt zij wegens non-comparitie beboet.

285. Kinderen van der Nadt 1659 – 1667
Worden tussen 1659 en 1667 wegens non-comparitie beboet.

286. Jhr.Joachum Hoppers 1659 - 1675
Wordt in 1659 wegens non-comparitie beboet. Is in 1660 toegelaten in het aandeel van zijn vrouw Louisa Maria van Boshuijsen. Wordt tot 1675 wegens non-comparitie beboet.

287. Vrouwe van Serooskerke 1662 - ?
Blijkt in 1662 deelgenote te zijn.

288. Mevrouw Huyssen 1662 - ?
Koopt in 1662 een 1/24 deel.

289. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk 1663 – 1666
Heer van Spijk en Sommelsdijk. Wordt in 1663 toegelaten in een deel, afkomstig van zijn vader Cornelis van Aerssen. Zijn aandeel gaat in 1666 over op Hendrik Thibault.

290. Elisabeth van Berchen, (weduwe?) van Jhr. Willem van der Rijt 1663 – 1674
Treedt tot 1663 in een aandeel op. Dit gaat in 1674 over op Jhr. Jacob de Rijdt.

291. Magdalena van Baerlant, barones van Wissenkerke 1663 – 1680
Wordt in 1663 toegelaten in een 1/48 deel, afkomstig van Jacob van Baerlant. In 1679 protesteert zij, dat zij als niet-stemgerechtigde niet deelt in alle revenuen, o.a. van de vergaderingen en de recognities. Haar aandeel gaat in 1680 over op Jhr. Francois Charel van Wissenkerke. Blijkens een ander gegeven bezat zij twee 1/48 delen.

292. Laureys Huyssen 1663 - ?
Wordt in 1661 toegelaten in een 1/24 deel, gekocht van de voogden van Jhr. Godart van Thuyll van Serooskerke, heer van Wellandt. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1663/64).

293. Jhr. Helmich van Renesse 1666 – 1674
Heer van Eerden. Wordt in 1666 toegelaten in een 1/16 deel, afkomstig van zijn moeder Johanna van Doornik. Treedt tot 1674 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1674 over op Reinier Schaap.

294. Hendrik Thibault 1666 - ?
Treedt in 1666 op in een deel, afkomstig van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijk. In 1669 heeft Frederik Huyssen, heer van Ravels, een 1/36 deel van Thibault op zijn naam, doch zijn verzoek om toelating wordt afgewezen.

295. Adriaen de Vroe 1666 - ?
In 1666 belenen de gecommitteerde Staten van Zeeland hem, middels zijn oom Johan Lesage, met een 1/24 deel (R.A. Zeeland, Aanwinsten).

296. Jhr. Jacob Campen. 1670 - ?
Wordt in 1670 toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1670/71). Verkrijgt in 1674 een 1/48 deel, afkomstig van Jhr. Helmich van Renesse, doch dit kan een deel in de tienden zijn geweest en geen ambachtsportie.

297. Jhr. Jacob de Rijdt 1674 – 1675
Heer van Wuustwezel. Wordt in 1674 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn moeder Elisabeth van Berchen. Zijn aandeel gaat in 1675 over op Antony de Huijbert.

298. Renier Schaep 1674 – 1680
Heer van Winssen. Wordt in 1676 toegelaten in een 1/16 deel, via zijn vrouw afkomstig van Jhr. Helmich van Renesse, dat hij al in 1674 bezat. Treedt tot 1680 inde vergaderingen op.

299. Jhr. Johan Huyssen 1674 - ?
Krijgt in 1674 een deel der tienden van Oud Vossemeer op zijn naam, waardoor het waarschijnlijk is, dat hij ook een ambachtsportie bezat.

300. Antony de Huybert 1675 – 1683
Heer van Kruiningen. Wordt in 1675 toegelaten in een 1/24 deel, gekocht van Jhr. Jacob de Rijdt, heer van Brochum. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1675/76). Treedt tot 1683 in de vergaderingen op.

301. Jhr. Justus Philibert de Spangen, baron van Herent 1676 – 1691
Heer van Wetterbeek. Wordt in 1676 toegelaten in een 1/12 deel, gekocht van de heer van Grave (?). Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1676/77). Treedt tot 1691 in de vergaderingen op.

302. Jhr. Albertus Happert de Diegem 1678 – 1689
Wordt in 1678 toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1678/79). Treedt tot 1689 in de vergaderingen op.

303. Jhr. Francois Charel van Wissenkerke 1680 - ?
Heer van Sprang. Wordt in 1680 toegelaten in twee 1/48 delen, afkomstig van zijn moeder Magdalena van Wissenkerke-van Baerlant.

304. Pieter Campe 1682 – 1685
Wordt in 1682 toegelaten in een 1/36 en een 1/48 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1682/83). Treedt tot 1685 in de vergaderingen op.

305. Johan Hieronymus Huyssen 1682 – 1714
Heer van Zaamslag en Grijpskerk. Is in 1668 in de vergadering geweest en 8 jaar oud zijn vader opgevolgd in diens aandeel. Wordt in 1682 toegelaten, ofschoon nog geen 24 jaren oud, omdat hij reeds raad van Middelburg was. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1682/83). Treedt tot 1714 in de vergaderingen op. Hij bezat een 1/6 deel.

306. Adriaan Gustaaf graaf van Flodorff 1683 – 1707
Heer van Stavenisse. Wordt als man van Margaretha Huyssen toegelaten, die een 1/24 aandeel bezit. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1683/84). Volgens de rekening van 1691/92 bezat hij een 1/16 deel. Treedt tot 1707 in de vergaderingen op.

307. Laurentien Huyssen 1684
Wordt in 1684 deelgenote genoemd in twee 1/48 delen, die zij in dat jaar aan Johan de Mauregnault overdraagt.

308. Maximiliaan Philips Joseph Ingens de Boulogne de Licques, graaf van Rupelmonde 1685 – 1692
Wordt in 1685 toegelaten in een 1/48 deel, afkomstig van Magdalena van Baerland. Volgens de rekening van 1691/92 bezat hij een 1/12 deel.

309. Jhr. Johan de Mauregnault 1685 – 1717
Heer van St. Philipsland. Wordt in 1685 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Laurentien Huyssen. Hij was gehuwd geweest met Margrieta Huyssen. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1685/86). Treedt tot 1717 in de vergaderingen op.

310. Jhr. Louis Franchois Pynssen van der Aa 1685 – 1722
Burgemeester van Mechelen. Wordt in 1685 toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1685/86). Volgens een gegeven bezat hij een 1/8 deel. Vraagt in 1706 opheffing der confiscatie door de Staten van Zeeland. Treedt tot 1722 in de vergaderingen op. Wordt in 1723 als overleden vermeld. Zijn aandeel gaat in 1723 over op Philips Louis Joseph baron van Spangen.

311. Maria Anna van Craen en Jhr. J.P. de Spange 1685 - ?
Op verzoek van Jhr. J.P. de Spange wordt zijn vrouw Maria Anna van Craen in 1685 toegelaten in een 1/24 deel, haar toegekomen ingevolge testament van Louisa van Boshuijse, vrouw van Dalem.

312. Jacob M. Campe 1686 – 1721
Wordt in 1686 toegelaten in een 1/36 en een 1/48 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1686/87). Zijn aandeel is in 1721 door de heren van Vossemeer aangekocht.

313. Jkvr. Anna van Eynatten 1687 - (1711)
Vrouwe van Schoonhoven. Wordt in 1687 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jhr. Philip Carel van Eynatten. Vraagt in 1706 opheffing der confiscatie van haar deel door de Staten van Zeeland. Haar aandeel gaat (in 1711) over op het kind van baron van Sprange.

314. Pieter Carel de Bils 1688 – 1703
Wordt in 1688 toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1687/88). Volgens de rekening van 1691/92 bezat hij een 1/24, een 1/48 en twee 1/36 delen. Treedt tot 1703 in de vergaderingen op.

315. Jhr. Johan Huyssen 1688 - 1721
Heer van Ravels. Wordt in 1688 toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1687/88). Bezat volgens de rekening van 1691/92 een 1/6, twee 1/24 delen. Wordt in 1721 als overleden vermeld. In 1691 is een 1/24 deel op Johanna Huyssen overgegaan. In 1721 gaan zijn delen over: een 1/24 op Iman Cau; een 1/24 op Carel Philips graaf van Flodorf ; een 1/24 op Alexander Johan Hieronymus Huyssen, heer van Kattendijke; een 1/24 op Willem Ferleman voor zijn vrouw Cornelia Maria de Mauregnault. In 1724 is een 1/48 deel door de heren van Vossemeer aangekocht.

316. Johanna Huyssen 1691 - ?
Wordt in 1691 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Johan Huyssen.

317. Johan Lesage 1691 - ?
Wordt als oom van Adriaen de Vroe in 1666 beleend met een 1/24 deel. In 1691 bezit hij persoonlijk een 1/48 deel (rekening 1691/92).

318. Hendrikus Huyssen 1691 – 1708
Wordt in 1691 toegelaten in een 1/24 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1691/92). Treedt tot 1708 in de vergaderingen op.

319. Graaf van Spangen en Uyternesse 1695 – 1701
Wordt in 1695 in een 1/12 deel toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1695/96). Treedt tot 1701 in de vergaderingen op. Is misschien identiek met Carel Louis Joseph graaf van Spangen (zie 1710 ).

320. Jkvr. Anna Maria van Wissenkerke 1700 – 1725
Wordt in 1700 toegelaten in een 1/24 deel. Verkrijgt in 1707 de helft van een 1/36 deel, afkomstig van Jkvr. Magdalena van Boshuijsen. Zij vraagt in 1707 opheffing der confiscatie van haar aandeel door de Staten van Zeeland. Een 1/24 deel schijnt in 1707 overgegaan te zijn op Jkvr. Anna van Eynatten en Charles Bonaventura van der Noot. Na haar overlijden gaat haar aandeel in 1725 over op haar zoon Don Melchior Josephus Hiacinthus Philippus de Villegas.

321. Jhr. Johan Frederik de Mauregault 1700 – 1753
Heer van Hoedekenskerke. Schepen en raad van Middelburg. Vanaf 1736 hoogbaljuw en rentmeester-generaal van Bewesterschelde. Wordt in 1704 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Marinus Corvincx, dat hij al in 1700 bezat. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1704/ 05). Treedt tot 1752 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1753 over op Jkvr. Johanna Margaretha de Mauregnault.

322. Jkvr. Josina van Vrijberghe ? – 1701
Bezit een aandeel, dat overgaat in 1701 op Henrietta Jacoba Turcq.

323. Henrietta Jacoba Turcq 1701 – 1703
Wordt in 1701 toegelaten in een 1/12 deel, afkomstig van haar tante Jkvr. Josina van Vrijberghe. Haaraandeel gaat in 1703 over op haar broer Jhr. Jan Turcq.

324. Jhr. Johan Turcq 1703 - (1738)
Wordt in 1703 toegelaten in een deel, afkomstig van zijn zuster Henriette Jacoba Turcq. Verkrijgt in 1705 een deel, afkomstig van zijn overleden nicht Johanna Maria Rosevelt. Verkrijgt in 1729 een deel, afkomstig van zijn oom Marinus Jan van Vrijberghe. Verkrijgt in 1738 een deel, afkomstig van Mr. Johan van Vrijberghe.

325. Johanna Maria Rosevelt ? – 1705
Na haar overlijden gaat haar aandeel over op haar neef Jhr. Johan Turcq.

326. Louis graaf van Corswarem 1706 - ?
Bezit sinds 1706 een 1/12 deel uit het erfdeel van zijn vrouw Theresia Philippina van Spangen, weduwe van Carel graaf van Spangen en Uyternesse. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1706/07). Treedt in de vergaderingen van 1707 en 1708 op. In 1709 maken de heren bezwaar, daar zijn vrouw overleden is en het aandeel niet op zijn naam staat. In 1710 is het aandeel overgeschreven en wordt hij weer toegelaten. Vraagt in 1706 opheffing der confiscatie van zijn aandeel door de Staten van Zeeland.

327. Cornelia van Dusseldorp ? – 1707
Bezit in 1707 zeven 1/144 en een 1/36 delen , die in dat jaar overgaan op Simon van der Stel.

328. Jkvr. Magdalena van Boshuijsen ? – 1707
Bezit in 1707 de helft in een 1/36 deel, dat in dat jaar overgaat op Jkvr. Anna Maria van Wissenkerke.

329. Simon van der Stel 1707 – 1781
Treedt in 1707 op in zeven 1/144 en een 1/36 delen, afkomstig van Cornelia van Dusseldorp. Heeft de vergaderingen niet bijgewoond.

330. Carel Louis Joseph graaf van Spangen 1710 – 1750
Bezit in 1710 een 1/12 deel. Is misschien identiek met de graaf van Spangen (zie 1695). Zijn aandeel gaat in 1750 over op Jhr. Charles Francois Pierre baron van Spangen.

331. Willem Lesage ? – 1711
Bezit de helft van een 1/48 deel, dat bij zijn overlijden overgaat op zijn vrouw Agnes de Vroe.

332. Kind van baron van Spangen (1711)
Wordt (in 1711) toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jkvr. Anna van Eynatten.

333. Agnes de Vroe, weduwe van Willem Lesage 1711 – 1727
Treedt na het overlijden van haar man in de helft van een 1/48 deel op. Na haar overlijden is het aandeel overgegaan op Joan Willem Evertse.

334. Charles Bonaventura van der Noot 1711 - ?
Wordt in 1711 mede verheven in een 1/24 deel, in het bezit van zijn vrouw Jkvr. Anna van Eynatten. Dit deel, dan van Jkvr. Anna Maria van Wissenkerke genoemd, gaat in 1725 over op Don Melchior Josephus Hiacinthus Philippus de Villegas.

335. Carel Philips graaf van Flodorff 1711 - ?
Wordt in 1711 toegelaten in een 1/16 deel, in het bezit van zijn vrouw Jenetta M. Huyssen. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1711 /12). Wordt in 1721 toegelaten in een 1/16 deel, afkomstig van Johan Huyssen (vermoedelijk hetzelfde deel). Heeft de vergaderingen niet bijgewoond.

336. Willem Adriaen van der Stel 1711 - ?
Wordt in 1711 toegelaten, vermoedelijk in het aandeel van zijn vrouw, de Hase genoemd. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1711 /12). Heeft de vergaderingen niet bijgewoond. Volgens een gegeven bezat hij een 1/16 en twee 1/36 delen.

337. Maximilien Philip Joseph Boulogne de Licques 1713 – 1728
Graaf van Rupelmonde. Wordt in 1713 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader. Heeft in 1717 zitting genomen. Heeft de vergaderingen niet bijgewoond. Zijn aandeel gaat in 1728 over op zijn weduwe. Volgens een gegeven bezat hij een 1/12 deel.

338. Willem Frederik Huyssen 1714 – 1720
Heer van Kattendijke. Wordt in 1714 toegelaten in een 1/24 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1714/15). Treedt tot 1720 in de vergaderingen op.

339. Charles Louis graaf van Spangen 1717 – 1746
Heeft in 1717 zitting genomen; bezat een 1/12 deel. Legt in 1725 de eed af. Treedt tot 1746 in de vergaderingen op.

340. Mr. Johan Hieronymus Huyssen 1717 – 1755
Heer van Zaamslag en Grijpskerk; burgemeester en raad van Veere. Bezat sinds 1714 een 1/24 deel, afkomstig van zijn moeder. Wordt in 1717 toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1717/18). Treedt tot 1752 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1755 over op Mr. Cornelis Godin.

341. Baron van Hovorst, Pellenbergh en Sprang 1717 – 1757
Wordt in 1717 toegelaten in een 1/12 en een 1/36 delen, staande op naam van zijn vrouw Anna Maria van Wissenkerke. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1717/18). Treedt tot 1757 in de vergaderingen op.

342. Willem Lesage 1717 - ?
Heer van Oostkapelle. Heeft in 1717 zitting genomen. Bezat 1/48 deel.

343. Gerrit de Mauregnault 1718 – 1729
Burgemeester van Veere. Rekenmeester van de Generaliteits Rekenkamer te ‘s-Gravenhage. Wordt in 1718 toegelaten in een 1/24 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1718/19). Heeft slechts enkele vergaderingen bijgewoond. Zijn aandeel gaat in 1729 over op Henriette Margriete de Mauregnault.

Kasteel van Hovorst

Kasteel van Hovorst, in het bezit van de familie de Villegas, heren van Pellenberg, geliëerd met de familie Van Wissenkerke, die aandelen in Vossemeer bezat. Gravure uit: Le Roy, 1730.

344. Alexander Johan Hieronymus Huyssen 1720 – 1763
Heer van Kattendijke. Wordt in 1720 toegelaten in drie 1/48 delen, afkomstig van zijn overleden vader Jhr. Johan Huyssen. Hij heeft de vergaderingen niet bijgewoond. In 1763 gaan zijn aandelen over op zijn weduwe Anna Hurgronje en zijn zoon Jhr. Johan Hieronymus Huyssen.

345. Jeanette Margrieta Huyssen (1721) – 1724
Gravin van Flodorf. Bezit een 1/24 deel, afkomstig van Johan Huyssen, dat na haar overlijden in 1721 overgaat op haar zoon Carel Philip graaf van Flodorf.

346. Iman Cau 1721 – 1726
Wordt in 1721 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Johan Huyssen. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1721/22). Zijn aandeel gaat in 1729 over op zijn zoon Iman Cau.

347. Carel Philip graaf van Flodorff 1721 – 1733
Verkrijgt in 1721 een 1/24 deel, afkomstig van zijn moeder Jeanetta Margriete Huyssen. Dit deel gaat in 1733 over op Charles graaf van Wartensleben.

348. Don Melchior Josephus Hiacinthus Philippus de Villegas 1721 – 1758
Wordt in 1721 toegelaten in een 1/48 deel, afkomstig van Johan Huyssen. In 1725 ontvangt hij een 1/24 deel en de helft in een 1/36 deel, afkomstig van zijn moeder Jkvr. Anna Maria van Wissenkerke. Verkrijgt in 1731 een 1/12 deel, afkomstig van de weduwe Boulogne de Licques. Heeft de vergaderingen niet bijgewoond. Zijn aandelen gaan in 1758 over: de helft in een 1/36 deel op Adriana Catharina de Beukelaer, weduwe van Joan Mathias de Crane. Een 1/24 deel is in 1758 door de heren van Vossemeer genaast.

349. Willem Ferleman 1722 – 1742
Rekenmeester in de Generaliteits Rekenkamer. Wordt in 1722 toegelaten in een 1/24 deel, in het bezit van zijn vrouw Cornelia Maria de Mauregnault, welk deel afkomstig was van Johan Huyssen. Treedt tot 1742, het jaar van zijn overlijden, in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1742 over op Jan Willem Ermerins.

350. Willem Adriaan van der Stel 1724 – 1734
Koopt in 1724 een 1/24 deel. Dit gaat in 1734 over op zijn zoon Simon van der Stel.

351. Philip Louis Joseph baron van Spangen 1724 – 1743
Wordt in 1724 toegelaten in drie 1/24 delen, afkomstig van Jhr. Louis Francois Pinssen van der Aa. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1724/25). Zijn aandeel gaat in 1743 over op Jhr. Cornelis Justus Philibert baron van Spangen.

352. Frederik graaf van Flodorf 1724 – 1736
Wordt in 1724 toegelaten in een 1/16 deel, afkomstig van zijn moeder Jeanetta Margrieta Huyssen. Hij heeft de vergaderingen niet bijgewoond. Zijn aandeel gaat in 1736 over op Willem graaf van Flodorf en Wartensleben.

353. Johan Willem Evertse 1727 – 1728
Treedt in 1727 op in de helft van een 1/48 deel, afkomstig van Agnes de Vroe. Hij draagt dit deel in 1728 over op Joan Matheus de Crane.

354. Maria Margrieta Elisabeth markiezin d’Alegra, weduwe van Maximilien Philip Joseph Boulogne de Licques 1728 – 1731
Wordt in 1728 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van haar man. Haar aandeel gaat in 1731 door verkoop over op Maria Hazart, weduwe van Pieter van Rosevelt.

355. Joan Matheus de Crane 1728 – 1755
Bezit sinds 1728 de helft van een 1/48 deel, afkomstig van Joan Willem Evertse. Het deel gaat in 1755 over op zijn vrouw Adriana Catharina Beukelaer.

356. Henriette Margriete de Mauregnault 1729 – 1730
Wordt in 1729 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Gerrit de Mauregnault. Haar aandeel gaat in 1730 over op Pieter van Rosevelt.

357. Jhr. Iman Cau 1729 – 1733
Wordt in 1729 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader Iman Cau. Zijn aandeel gaat in 1733 over op Willem Pieter Studelmij.

358. Pieter van Rosevelt 1730 – 1731
De rentmeester van de heerlijkheid heeft voor zichzelf van Henrietta Margrieta de Mauregnault een 1/24 deel aangekocht en vraagt om toelating. Hij wordt toegelaten, doch de overige heren vragen zich af, of hij wel rentmeester kan blijven. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1730/31). Is in 1731 overleden. Zijn aandeel gaat in 1731 over op zijn zoon Joan Willem van Rosevelt. Deze wordt in 1733 toegelaten.

359. Maria Hazart, weduwe van Pieter van Rosevelt 1731 – 1743
Treedt in 1731 op in een 1/24 deel, afkomstig van graaf Boulogne de Licques. Het aandeel gaat in 1743 over op Catharina Elisabeth van Rosevelt.

360. Johanna Hermina van Rosevelt 1731 – 1755
Is bezitster van of deelgenote in een 1/24 deel, afkomstig van Boulogne de Licques. Haar aandeel gaat in 1755 over op haar zoon Dionisius Pieter Rexstoot.

361. Mr. Johan Willem van Rosevelt 1731 – 1790
Schepen, raad en (sinds 1733) pensionaris van Goes. Wordt in 1733 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader, dat hij al vanaf 1731 bezat. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1733/34). Treedt tot 1790 in de vergaderingen op. Zijn wapenschild bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Zijn aandeel gaat in 1792 over op zijn dochter Maria Hermina van Rosevelt, vrouw van Mr. Willem Canisius.

Mr. Johan Pieter Recxstoot, burgemeester van Tholen, secretaris der staten van Zeeland, raadspensionaris van Zeeland, heer van Vossemeer

Mr. Johan Pieter Recxstoot, burgemeester van Tholen, secretaris der staten van Zeeland, raadspensionaris van Zeeland, heer van Vossemeer. Naar een gravure uit de collectie Zelandia Illustrata van het Zeeuws Museum te Middelburg.

362. Willem Pieter Studelmij 1733 – 1737
Schepen en raad van Veere. Wordt in 1733 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jhr. Iman Cau. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1733/34). Treedt tot 1737 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1738 over op Mr. Alexander Johan Hieronimus Huyssen.

363. Ludovicus baron van Spangen 1733 – 1748
Heer van Valkenisse. Wordt in 1733 toegelaten in een 1/12 deel en de helft van een 1/12 en een 1/24 deel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1733/34). Zijn aandeel gaat in 1748 over op zijn oudste zoon Charles Francois Gilbert Joseph graaf van Spangen.

364. Charles Louis graaf van Flodorff en Wartenslebe 1733 – 1752
Wordt in 1733 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Carel Philip graaf van Flodorf. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1733/34). In 1750 gaat een deel van zijn aandeel over op zijn neef Charles Francois Pieter baron van Spangen. De rest gaat in 1752 over op Amelia Espérance gravin van Rens, geboren gravin van Flodorff Wartenslebe.

365. Mr. Jan Pieter Recxstoot 1733 – 1755
Burgemeester en raad van de stad Tholen. Wordt in 1733 toegelaten in een 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Johanna Hermina van Rosevelt. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1733/34). Na zijn overlijden gaat zijn aandeel in 1755 over op zijn zoon Mr. Dionisius Pieter Recxstoot.

366. Simon van der Stel 1734 – 1780
Wordt in 1734 toegelaten in twee 1/36 en een 1/18 delen, afkomstig van zijn vader Willem Adriaan van der Stel. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1734/35). Treedt tot 1750 in de vergaderingen op. Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Zijn aandeel gaat in 1780 over op zijn weduwe Catharina Keijzer, en is in 1780 door de heren van Vossemeer aangekocht.

367. Willem graaf van Flodorff en Wartenslebe 1736 – 1750
Schepen en raad van Veere. Wordt in 1736 toegelaten in een 1/16 deel, afkomstig van Jhr. Frederik graaf van Flodorff. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1735/36). Zijn aandeel gaat in 1750 over op Alexander Carel graaf van Flodorff Wartensleben.

368. Mr. Alexander Johan Hieronymus Huyssen 1738 – 1763
Heer van Kattendijke; raad der stad Middelburg. Wordt in 1738 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van W.P. Studelmij. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1739/40). Treedt tot 1761 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1763 over op zijn weduwe Anna Hurgronje.

369. Johan Willem Ermerins 1743 – 1756
Schepen in het Vrije van Sluis. Wordt in 1743 in een 1/24 deel toegelaten, afkomstig van Mr. Willem Ferleman, ofschoon hij dat deel samen met andere erfgenamen bezit en het nog niet exclusief op zijn naam staat. In 1746 is zijn deelgenootschap conform de voorschriften geregeld. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1743/44). Treedt tot 1756 in de vergaderingen op. Draagt in 1757 het aandeel over aan zijn broer Jacobus Ermerins.

370. Cornelis Justus Philibert baron van Spangen 1743 – 1759
Wordt in 1743 toegelaten in drie 1/24 delen, afkomstig van zijn vader Philips Louis Joseph baron van Spangen. Hij heeft de vergaderingen niet bijgewoond. Zijn aandeel gaat in 1759 over op: Gerrit ten Hage, Jacob Hurgronje en Adriaan Izak Hurgronje.

371. Catharina Elisabeth van Rosevelt 1743 – 1754
Verkrijgt in 1743 een 1/24 deel, afkomstig van de weduwe van Pieter van Rosevelt. Zij wordt vertegenwoordigd door haar man Johan Isebree. Na haar overlijden in 1754 gaat het aandeel over op haar man.

372. Johan Isebree 1743 – 1777
Wordt in 1743 toegelaten in een 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Catharina Elisabeth van Rosevelt. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1742/43). Na de dood van zijn vrouw in 1754 staat het aandeel op zijn naam. Treedt tot 1777 in de vergaderingen op. Als voorzitter van de raad van beheer plaatste hij in 1767 de eerste steen in de hal van het nieuwe ambachtsherenhuis. Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Zijn aandeel gaat in 1778 over op Catharina Isebree.

373. Alexander Carel graaf van Flodorff Wartensleben 1750 – 1752
Wordt in 1752 toegelaten in een 1/16 deel, afkomstig van Willem graaf van Flodorff en Wartensleben. Zijn aandeel gaat in 1752 over op Amelie Espérance van Rens, gravin van Flodorff Wartensleben.

374. Charles Francois Pïeter baron van Spangen d’Uyternesse 1750 - (1793)
Wordt in 1750 toegelaten in twee 1/24 delen, afkomstig van zijn neef Charles Louis graaf van Spangen. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1750/51). Hij woonde de vergaderingen niet bij. Zijn wapen (1767 of 1771) bevindt zich op de schouw in de rechtszaal. Zijn aandeel gaat in 1793 over op Francois Louis Amory graaf van Spangen.

375. Charles Francois Gilbert Joseph graaf van Spangen 1750 - ?
Wordt in 1748 (of 1750?) toegelaten in het aandeel van zijn vader Ludovicus baron van Spangen.

376. Amelie Esperance gravin van Rens, gravin van Flodorff Wartenslebe 1752 – 1753
Wordt in 1750 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Charles Louis graaf van Flodorff en Wartenslebe, en een 1/16 deel, afkomstig van Alexander Carel graaf van Flodorff Wartenslebe. Haar aandeel gaat in 1753 over op Johan Pieter van den Brande Sr. en Jr.

377. Jkvr. Johanna Margaretha de Mauregnault 1753 – 1759
Wordt in 1753 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jhr. Johan Frederik de Mauregnault. Haar aandeel gaat in 1759 over op Mr. Johan Guilelmus Schorer.

378. Mr. Johan Pieter van den Brande Sr. 1753 - (1760)
Wordt in 1753 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Amelie Espérance gravin de Rens, geboren gravin van Flodorff Wartenslebe. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1754/55). Hij verkrijgt in 1754 een 1/16 deel; aan zijn zoon geeft hij het 1/24 deel. Er is aanwijzing, dat hij in 1760 overleed; dan krijgt de zoon de aandelen op zijn naam.

Jan Pieterszoon van den Brande

Jan Pieterszoon van den Brande, voorvader van Nr. 378. Naar een gravure uit de collectie Zelandia Illustrata van het Zeeuws Museum te Middelburg.

379. Johan Pieter van den Brande Jr. 1754 – 1793
Wordt in 1754 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Amelie Espérance gravin de Rens, geboren gravin van Flodorff Wartenslebe. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1754/55). Krijgt in 1760 de aandelen van zijn overleden vader op zijn naam. Treedt tot 1793 in de vergaderingen op. Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Wordt in 1793 als overleden vermeld; mogelijk is hij vroeger overleden, daar een bron in 1790 een 1/16 en een 1/24 delen van de erven van den Brande noemt. Zijn aandeel gaat in 1794 over op zijn dochter Maria Petronella van den Brande.

380. Mr. Dionisius Pieter Recxstoot 1755 – 1762
Wordt in 1755 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn moeder Johanna Hermina van Rosevelt. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1755/56). Treedt tot 1760 in de vergaderingen op. Is in 1760 overleden. Zijn aandeel gaat in 1762 over op Cornelius Caen.

381. Mr. Cornelius Godin 1755 – 1770
Burgemeester en raad van Veere. Wordt in 1755 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jhr. Johan Hieronymus Huyssen. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1756/57). Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Treedt tot 1766 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1770 over op zijn zoon Guillaume Godin.

382. Adriana Catharina de Beukelaar, weduwe van Joan Matheus de Crane 1755 – 1772
Wordt in 1755 toegelaten in de helft van een 1/48 deel, afkomstig van haar man. Verkrijgt in 1758 de helft van een 1/36 deel, afkomstig van Don Melchior Josephus de Villegas. Het wapen van De Crane bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Haar aandelen gaan in 1772 over op haar zoon Mr. Joan Daniël de Crane.

383. Jacobus Ermerins 1757 – 1788
Schepen en (sinds 1768) secretaris van Veere. Wordt in 1757 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn broer Jan Willem Ermerins. Treedt tot 1787 in de vergaderingen op. Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Hij is de eerste geschiedschrijver van de ambachtsheerlijkheid. Zijn aandeel gaat in 1788 over op Samuël Boeije.

384. Jkvr. Jacoba van den Brande 1758 – 1796
Wordt in 1758 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Don Melchior Josephus Hiacinthus Philippus de Villegas. Haar aandeel gaat in 1796 over op Jkvr. Wilhelmina Carolina van den Brande.

385. Jacob Hurgronje 1759
Wordt in 1759 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jhr. Cornelis Justus Philibert baron van Spangen. Zijn aandeel gaat in 1759 over op zijn zoon Adriaan Izak Hurgronje.

386. Adriaan Izak Hurgronje 1759 – 1778
Wordt in 1759 toegelaten in twee 1/24 delen, afkomstig van zijn vader Jacob Hurgronje. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1759/60). In 1760 verkoopt hij een deel van zijn aandeel aan zijn broer Steven Mathijs Hurgronje. In 1778 bezat hij nog een 1/24 deel. Het wapen Hurgronje bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. (De juiste successie der aandelen in de families Hurgronje en Snouck Hurgronje is niet duidelijk).

Mr. Adriaan Isaac Hurgronje

Mr. Adriaan Isaac Hurgronje, pensionaris van Middelburg, heer van Vossemeer, 1739-1779. Naar een schilderij in het Zeeuws Museum te Middelburg. Foto: Iconografisch Bureau.

387. Mr. Johan Guilelmus Schorer 1759 - 1782
Wordt in 1759 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jkvr. Johanna Margaretha de Mauregnault. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1759/60). Treedt tot 1782 in de vergaderingen op. Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Zijn aandeel gaat in 1784 over op Mr. Jacob Hendrik Schorer.

388. Gerrit ten Hage 1759 – 1782
Burgemeester van de stad Tholen. Wordt in 1759 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Cornelis Justus Philibert baron van Spangen. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1759/60). Treedt tot 1781 in de vergaderingen op. Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal Zijn aandeel gaat in 1782 over op Jacobus Abraham ten Hage.

389. Mr. Steven Mathijs Snouck Hurgronje 1761 – 1789
Wordt in 1761 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn broer Mr. Adriaan Izak Hurgronje. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1761/62). Treedt tot 1778 in de vergaderingen op. Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Hij verkrijgt in 1781 een 1/24 deel, afkomstig van Simon van der Stel. Zijn aandelen gaan in 1788 over op zijn zonen Adriaan Izak Hurgronje en Jacob Snouck Hurgronje.

390. Mr. Cornelis Caen 1762 – 1800
Burgemeester, schepen en raad van Vlissingen. Wordt in 1762 toegelaten in enige delen, samen 1/24 deel, dat op naam staat van zijn vrouw Maria Elisabeth Recxstoot, afkomstig van haar overleden broer Dionisius Pieter Recxstoot. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1762/63). Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Zijn aandeel gaat in 1800 over op Maria Johanna Caen, vrouw van Mr. Joan van Kuffeler.

Steven Matthijs Hurgronje

Mr. Steven Matthijs Hurgronje, raad van Vlissingen, bewindhebber van de Oost Indische Compagnie, heer van Vossemeer, 1741-1788. Naar een schilderij in het Zeeuws Museum te Middelburg. Foto: Iconografisch Bureau.

391. Jhr. Johan Hieronymus Huyssen 1763 – 1780
Bezit sinds 1763 een 1/24 deel, afkomstig van zijn overleden vader Mr. Alexander Johan Hieronymus Huyssen. Vraagt in 1773 toelating tot de vergadering; dan heeft hij een 1/24 en een 1/48, samen 1/16 deel. Treedt tot 1779 in de vergaderingen op. Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. Zijn aandeel gaat in 1780 na zijn overlijden over op zijn broer Mr. Willem Jacob Huyssen.

392. Anna Hurgronje, weduwe van Mr. Alexander Johan Hieronymus Huyssen 1763 – 1792
Wordt in 1763 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van haar man. Haar aandeel gaat in 1792 over op haar zoon Mr. Willem Jacob Huyssen.

393. Mr. Johan Adriaan van de Perre 1764 - (1790)
Heer van Nieuwerve, Welzinge en Evertswaard; raad van Middelburg. Wordt in 1764 toegelaten in een 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Jacoba van den Brande. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1764/65). Zijn wapen bevindt zich op de schouw van de rechtszaal. In 1788 woont hij de vergadering tevens bij als gedeputeerde van de Staten Generaal. In 1790 wordt Mevrouw van de Perre als bezitster van zijn aandeel vermeld.

394. Mr. Guilaume Godin 1770 – 1793
Raad der stad Veere. Wordt in 1770 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader Mr. Cornelis Godin. Treedt tot 1787 in de vergaderingen op. Wordt in 1793 overleden genoemd. Zijn aandeel gaat in 1793 over op zijn dochter Ida Paulina Godin, vrouw van Mr. Pieter Buteux. Hij blijkt eerder te zijn overleden, daar Mevrouw Godin in 1790 als deelgenote wordt vermeld.

395. Mr. Johan Daniël de Crane 1772 – 1779
Pensionaris van Veere. Wordt in 1772 toegelaten in de helft van een 1/48 deel, afkomstig van zijn moeder, de weduwe van Mr. Joan Daniël de Crane. Volgens een opgave uit 1778 bezat hij een 1/48 en een 1/46 deel. Treedt tot 1777 in de vergaderingen op. Een deel van zijn aandeel gaat in 1779 over op zijn broer Martinus Daniël de Crane.

396. Van der Stel 1778
Een niet nader genoemde Van der Stel bezit in 1778 een 1/24, een 1/48 en twee 1/36 delen. De juiste successie is niet bekend.

397. Van Rosevelt 1778
Een niet nader genoemde Van Rosevelt bezit in 1778 een 1/24 deel. De juiste successie is niet bekend.

398. Catharina Maria Isebree 1778 - (1827)
Bezit sinds 1778 een 1/24 deel, afkomstig van haar vader Johan Isebree. Zij huwde met Jan Cornelis van Hoorn. Later huwde zij met J. van IJsselstein, op wie haar deel in 1788 wordt verheven. Het aandeel schijnt niet op de naam van J.C. van Hoorn te hebben gestaan, en is in 1827 door de heren van Vossemeer genaast.

399. Mr. Jan Cornelis van Hoorn 1779 – 1787
Heer van Burgh. Wordt in 1779 toegelaten in een 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Catharina Maria Isebree. Hij had of verkreeg later vermoedelijk ook persoonlijke aandelen. Het deel van zijn vrouw kwam in 1784 op zijn naam. Zijn aandeel gaat in 1787 over op Nicolaas Johan van Hoorn.

400. Martinus Daniël de Crane 1779 – 1826
Wordt in 1779 toegelaten in een 1/24 deel en de helft van een 1/36 deel, afkomstig van zijn overleden broer Mr. Joan Daniël de Crane. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1780/81). Treedt tot 1793 in de vergaderingen op. Is daarna lange tijd in het buitenland en treedt tussen 1816 en 1826 weer in de vergaderingen op. In 1784 is de helft van het 1/36 deel overgegaan op zijn neef Izak de Crane. Het overige aandeel is na zijn dood op 20 mei 1826 overgegaan op zijn weduwe.

401. Jhr. Mr. Willem Jacob Huyssen 1780 – 1826
Heer van Kattendijke; raad van de stad Middelburg. Wordt in 1780 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn broer Johan Hieronimus Huyssen. Volgens de resolutie van 1780 bezit hij drie 1/24 delen. Hieronder is misschien het deel begrepen van zijn moeder Anna Hurgronje. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1780/81). Treedt tot 1793 in de vergaderingen op; is daarna lange tijd in het buitenland. Treedt tussen 1816 en 1825 weer op. Is in 1826 overleden. Zijn aandelen gaan in 1826 over op zijn weduwe.

402. Mr. Willem Jacob Huyssen 1780 – 1841
Heer van Kattendijke. Was in 1780 in het bezit van een aandeel, afkomstig van zijn broer Jhr. Johan Hieronymus Huyssen. Wordt in 1792 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn moeder Anna Hurgronje, weduwe Huyssen. Zijn aandeel gaat in 1841 over op Jhr. Joan Willem baron Huyssen van Kattendijke.

403. Catharina Keijzer, weduwe van Simon van der Stel 1781 – 1783
Treedt in 1781 op in zeven 1/144 delen en een 1/36 deel, afkomstig van haar man. Haar aandeel is in 1784 door de heren van Vossemeer aangekocht. Volgens Ermerins bedroeg dit op het tijdstip van de aankoop een 1/36 en een 1/48 deel.

404. Jacobus Abraham ten Hage 1782 – 1784
Secretaris en schepen van de stad Tholen. Wordt in 1782 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Gerrit ten Hage. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1782/83). Hij is 17 mei 1784 in de ouderdom van 27 jaren overleden. Zijn aandeel gaat in 1784 over op Jkvr. Joanna Helena ten Hage.

405. Marinus Daniël de Crane 1782 - ?
Wordt in 1782 toegelaten in een 1/36 en een 1/48 deel, dat hij sinds 1 maart 1779 bezat. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1782/83). Blijkens deze inkomste is hij een ander persoon dan Martinus Daniël de Crane, wier inkomste in 1780/81 is geboekt. De juiste successie van zijn aandeel is niet bekend.

406. Jkvr. Joanna Helena ten Hage 1784 – 1785
Wordt in 1784 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jacobus Abraham ten Hage. Haar aandeel wordt in 1783 op de naam gesteld van haar man Mr. Francois Ermerins.

407. Izaak de Crane 1784 – 1798
Wordt in 1784 toegelaten in de helft van een 1/48 deel, afkomstig van zijn neef Martinus Daniël de Crane. Zijn aandeel gaat in 1798 over op zijn kleinzoon Izak de Crane.

408. Mr. Jacob Hendrik Schorer 1784 – 1822
Pensionaris van Middelburg. Wordt in 1784 toegelaten in twee 1/48 delen, afkomstig van zijn vader Mr. Johan Guilelmus Schorer, die hij sinds 13 juni 1783 bezat. Treedt tot 1819 in de vergaderingen op. Is in 1822 overleden. Zijn aandeel gaat in 1822 over op zijn dochter Adriana Wilhelmina Schorer, voor wie vanaf 1824 optreedt haar man Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn.

409. Mr. Francois Ermerins 1785 – 1840
Wordt in 1785 toegelaten in een 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Johanna Helena ten Hage. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1785/86). Treedt tot 1819 in de vergaderingen op. Is op 19 maart 1840 overleden. Zijn aandeel gaat in 1844 over op Mr. Francois Zacharias Ermerins.

410. Nicolaas Johan van Hoorn 1787 - ?
Heer van Burgh. Volgt in 1787 zijn vader Mr. Jan Cornelis van Hoorn op in een 1/48 deel. De juiste successie is niet bekend.

411. Samuël Boeije 1788 – 1817
Schepen en raad van Zierikzee. Wordt in 1790 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jacobus Ermerins, dat hij al sinds 1788 bezat. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1790/91). Zijn aandeel gaat in 1817 over op Steengracht van Oosterland.

412. Adriaan Izak Snouck Hurgronje 1788 – 1827
Wordt in 1788 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader Mr. Steven Mathijs Snouck Hurgronje. Zijn aandeel gaat in 1827 over op Mr. Adriaan Marinus Becius.

413. Jacobus Snouck Hurgronje 1789 - (1818)
Is zijn vader Mr. Steven Mathijs Snouck Hurgronje in 1789 opgevolgd in een 1/24 deel, dat hij sinds 14 juli 1788 bezat. Hij neemt pas in 1805 zitting en wordt toegelaten. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1804/05). In 1819 wordt van zijn erven gesproken. Zijn aandeel wordt in 1826 overgenomen (beheerd?) door Jacob Snouck Hurgronje.

414. Jan van IJsselstein, heer van Renesse en Moermond 1790 – 1801
Wordt in 1790 toegelaten in een 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Catharina Maria Isebree. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1790/91). Treedt tot 1799 in de vergaderingen op. Is in 1801 overleden. Het aandeel blijft op naam van de weduwe.

415. Mevrouw van de Perre (1790) - ?
Wordt in 1790 genoemd als bezitster van een 1/24 deel, afkomstig van Mr. Johan Adriaan van de Perre.

416. Mr. Willem Canisius 1792 – 1824
Wordt in 1792 toegelaten in een 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Maria Hermina van Rosevelt, dochter van Mr. Joan Willem van Rosevelt. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1792/93). Treedt tot 1810 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1824 over op Mr. Hendrik Jacob van Doorn van Westkapelle.

417. Ida Paulina Godin 1793 – 1801
Wordt in 1793 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van haar vader Guillaume Frederik Godin. Haar aandeel wordt vanaf 1801 vertegenwoordigd door haar man Mr. Pieter Buteux.

418. Francois Louis Amory graaf van Spangen 1793 – 1826
Wordt in 1795 toegelaten in twee 1/24 delen, afkomstig van Jhr. Charles Francois Pierre baron van Spangen, die hij al sinds 1793 bezat. Treedt tot 1825 in de vergaderingen op. Is in 1826 overleden. Zijn aandeel gaat in 1826 over op zijn dochter L.V.A.X. gravin van Spangen, gehuwd met W. graaf de Merode. Het vruchtgebruik was voorbehouden aan de douairière van Spangen, geboren barones de Flaveau.

419. Maria Petronella van den Brande 1794 - (1827)
Erft in 1794 een 1/24 en een 1/16 deel, afkomstig van haar vader Mr. Pieter van den Brande. Vanaf 1797 wordt zij vertegenwoordigd door haar man Marinus Emanuel Cornelis Versluijs. Haar aandeel gaat in 1827 over op Sophia Versluijs.

420. Jkvr. Wilhelmina Carolina van den Brande 1796 – 1828
Wordt in 1795 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jkvr. Jacoba van den Brande. Zij huwde met Adriaan Caspard Cornelis Slicher van Domburg; in 1819 wordt zij weduwe genoemd. Haar aandeel gaat in 1828 over op Mr. Jacob Slicher van Domburg.

421. Mr. Marinus Emanuel Cornelis Versluijs 1797 – 1827
Wordt in 1797 toegelaten in een 1/16 en een 1/24 deel,staande op naam van zijn vrouw Maria Petronella van den Brande. Hij treedt enkele malen in de vergaderingen op. Is in 1827 overleden. Misschien heeft hij ook een eigen aandeel gehad, of wordt het aandeel in 1827 verdeeld. Volgens de opgaven gaat zijn aandeel in 1827 over op Jhr. Willem Versluijs.

422. Izak de Crane 1798 – 1818
Wordt in 1798 toegelaten in de helft van een 1/48 deel en de helft van een 1/36 deel, afkomstig van zijn grootvader Izak de Crane. Zijn aandeel gaat in 1819 over op verschillende erfgenamen, die het gezamenlijk bezitten (zie 1819). Beide delen zijn in 1848 door de heren van Vossemeer aangekocht.

423. Maria Johanna Caan, echtgenote van Mr. Joan van Kuffeler 1800 – 1818
Wordt in 1800 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Mr. Cornelis Caan. Het aandeel gaat in 1818 over op Mr. A.J. Moens. (Het is niet duidelijk, of zij dezelfde persoon is, die blijkens andere gegevens met J.G. Oosthout was gehuwd.)

424. Johanna Elisabeth Caan, echtgenote van Mr. Johan Adriaan Moens 1800 – 1833
Bezit sinds 1800 , samen met haar zuster Maria Johanna een 1/24 deel, afkomstig van Mr. Cornelis Caan. Zij wordt sinds 1818 vertegenwoordigd door haar man. In 1829 wordt zij nog als deelgenote vermeld. Is in 1833 overleden. Haar man houdt het vruchtgebruik van het aandeel.

425. Maria Johanna Caan, echtgenote van J.G. Oosthout 1800 – 1834
Bezit sinds 1800, samen met haar zuster Johanna Elisabeth Caan, een 1/24 deel, afkomstig van Mr. Cornelis Caan. Zij wordt sinds 1820 vertegenwoordigd door haar zwager Mr. Johan Adriaan Moens. Haar man wordt in 1829 als deelgenoot vermeld. Is in 1834 overleden. Moens krijgt het vruchtgebruik van het aandeel.

426. Erkenraad Anna Snouck Hurgronje, echtgenote van Mr. Johan Assuerus Becius ? – 1826
De vrouw bezit een 1/24 deel, afkomstig van Adriaan Izaak Snouck Hurgronje. Het aandeel gaat in 1827 over op Mr. Adriaan Marinus Becius.

427. Mr. Pieter Buteux 1801 - (1845)
Vertegenwoordigd sinds 1801 een 1/24 deel van zijn vrouw Ida Paulina Godin. Betaalt 1 pond blijde inkomste (rekening 1801 /02). Treedt in 1801, 1804, 1805, 1819 - 1830 in de vergaderingen op. Het goede slot voor het aandeel wordt circa 1830 een tijdlang uitgekeerd aan Mevr. H.C. de la Mare, geboren van der Poort. Omstreeks 1845 spreken de stukken van het aandeel der erven Buteux. In 1850 en 1853 wordt zijn weduwe als deelgenote vermeld. Zijn aandeel gaat in 1853 over op Jacob Pieter Buteux en Wilhelmina Frederica Buteux, vrouw van Karel baron van Outheusden.

428. Everdina Petronella Johanna Godin (1801) – 1853
Bezit, vermoedelijk sinds 1801, een aandeel, afkomstig van haar vader Guillaume Godin. Zij vermaakte dit in 1839 aan haar zuster Ida Paulina Buteux-Godin. Zij wordt in 1846, 1850 en 1853 nog als deelgenote vermeld. In 1854 spreken de stukken over de gezamenlijke erfgenamen Godin.

429. Jhr. Nicolaas Steengracht van Oosterland 1817 – 1842
Wordt in 1817 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Samuël Boeije. Hij heeft de vergaderingen niet bijgewoond. Is in 1840 overleden. Zijn aandeel gaat in 1842 over op Jhr. Nicolaas Johan Steengracht van Duyvenvoorde.
Jhr. Mr. Nicolaas Steengracht

Jhr. Mr. Nicolaas Steengracht, raad en advocaat-fiscaal der admiraliteit van Zeeland, vader van Nr.429, 1754-1777. Naar een pasteltekening uit de collectie der stichting Duivenvoorde, kasteel Duivenvoorde te Voorschoten. Foto: Iconografisch Bureau.

430. Mr. Johan Adriaan Moens 1818 – 1847
Vertegenwoordigt sinds 1818 het 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Johanna Elisabeth Caan, dat deze sinds 1800 bezit. Hij wordt in 1818 toegelaten. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1818/19). Het aandeel schijnt nog onverdeeld te zijn, daar hij tevens voor Maria Johanna Caan optreedt. In 1820 heeft hij procuratie van J.G. Oosthoek, gehuwd met Maria Johanna Caan. Toch worden in 1828 nog de erven van Mr. Cornelis Caan vermeld. In 1833 krijgt hij het vruchtgebruik van het aandeel van zijn vrouw; in 1834 van het aandeel der inmiddels overleden weduwe Oosthout. Hij treedt tot 1846 in de vergaderingen op. Is in 1847 overleden. Het aandeel gaat in 1849 over op Boudewijn Boom.

431. Maria de Crane 1819 – 1848
Wordt in 1829 als deelgenote vermeld. Is vermoedelijk in 1819 opgevolgd in een deel van het aandeel van Izak de Crane. Dit deel is in 1848 door de heren van Vossemeer aangekocht.

432. Anna Maria Reitz 1819 – 1885
Wordt in 1829 als deelgenote vermeld. Is vermoedelijk in 1819 opgevolgd in een deel van het aandeel van Izak de Crane. Zij laat in 1835 haar aandelen na aan haar nichten: Cornelia Reitz, weduwe van Mr. Jan Adriaan Modera; Catharina Reitz (overleden in 1843); Anna Maria Reitz; Theodora Cornelia Reitz; Petronella Hendrika Margaretha Reitz en Johanna Justina Reitz. Zijzelf was erfgename van Maria de Crane.

433. Erfgenamen van Izaak de Crane 1819 - (1869)
Voor hen, die het aandeel van Izaak de Crane gemeenschappelijk bezitten, treedt in 1819 Mr. Anthoni Willem Philipse op. In 1828 bestaat het uit een 1/48 en een 1/36 deel. In 1846 en 1848 worden genoemd: Justin Modera; Charles Modera; Pieternella Hendrica Margaretha Reitz; Johanna Justina Reitz; Elisabeth Reitz; Theodora Cornelia Reitz. In 1848 zijn enige delen door de heren van Vossemeer aangekocht. Bij de omzetting van de ambachtsheerlijkheid in een zedelijk lichaam in 1870 zijn sommige erven de Crane nog deelgenoot. Dan treden op: C.J.C.M.E. Modera en C. Modera.

Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn

Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn, heer van Westkapelle, heer van Vossemeer, 1786-1853. Naar een tekening van Pieneman uit het Koninklijk Huisarchief. Foto: Iconografisch Bureau.

434. Adriana Wilhelmina Magdalena Schorer 1822 – 1829
Erft in 1822 twee 1/48 delen, afkomstig van haar vader Mr. Jacob Hendrik Schorer. Haar aandeel wordt sinds 1824 beheerd en vertegenwoordigd door haar man Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle. Zij is in 1829 overleden. Haar aandeel gaat in vruchtgebruik over op haar man.

435. Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle 1824 – 1853
Wordt in 1824 toegelaten in twee 1/24 delen, toebehorend aan zijn vrouw Adriana Wilhelmina Magdalena Schorer. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1823/24). In 1829 is zijn vrouw overleden; hij krijgt het vruchtgebruik van haar aandeel. In 1824 verkrijgt hij 1/24 deel, afkomstig van Mr. Willem Canisius en Maria Hermina van Rosevelt. Treedt tot 1848 in de vergaderingen op. Is in 1853 overleden. Van zijn aandelen gaat in 1854 een 1/24 deel over op Jhr. Mr. W.F. van Doorn en een 1/24 deel op Jhr. Mr. Willem Quarles van Ufford.

436. Gravin van Spangen, barones de Flaveau 1826 – 1833
Treedt in 1826 als vruchtgebruikster op van twee 1/24 delen, afkomstig van Francois Louis Amory graaf van Spangen. Bij haar overlijden in 1833 volgt haar dochter in de aandelen op.

437. Weduwe van Jhr. Mr. Willem Huyssen van Kattendijke 1826 – 1841
Volgt in 1826 haar man op in een aandeel. Dit gaat in 1841 over op Jhr. Mr. Joan Willem baron van Huyssen van Kattendijke, die al in 1829 als deelgenoot wordt vermeld.

438. Jacob Snouck Hurgronje 1826 – 1846
Is in 1826 toegelaten in een aandeel, afkomstig van Jacobus Snouck Hurgronje. Treedt tussen 1826 en 1844 in de vergaderingen op. Zijn aandeel gaat in 1846 over op Adriaan Izak Snouck Hurgronje.

439. Adriaan Izaak Snouck Hurgronje 1826 – 1849
Predikant te Middelburg. Wordt in 1846 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jacob Snouck Hurgronje, dat hij sinds 1826 samen met zijn broer bezit. Is in 1849 overleden. Zijn aandeel gaat in 1849 over op Mr. Anthony Pieter Snouck Hurgronje. In 1850 is zijn weduwe Johanna Adriana Maria Lambrechtsen als deelgenote vermeld, die tevens optreedt voor haar zoon Anthony Pieter Snouck Hurgronje.

440. Johan Willem baron Huyssen van Kattendijke 1826 – 1854
Is in 1826 en 1828 vermeld als bezitter van drie 1/24 delen, afkomstig van zijn vader Mr. Willem Jacob Huyssen en van Johan Hieronymus Huyssen. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1841/42). Is in 1854 overleden. Zijn aandelen gaan in 1855 over op: Jhr. Johan Marie baron Huyssen van Kattendijke; Jhr. Hendrik Eduard ridder Huyssen van Kattendijke; en Jhr. Willem Johan Cornelis ridder Huyssen van Kattendijke, ieder voor een 1/24 deel.

441. Weduwe van Martinus Daniël de Crane 1826 - ?
Treedt in 1826 op in het aandeel van haar overleden man. De juiste successie is niet bekend. Mogelijk is haar aandeel in het bezit gekomen van de erven van Izak de Crane (zie 1819).

442. Adrianus Pické 1827 – 1850
Wordt in 1827 toegelaten in een 1/24 deel, staande op naam van zijn vrouw Sophia Versluys. Treedt tot 1849 in de vergaderingen op. Is in 1850 overleden. Zijn aandeel blijft in 1850 aan de weduwe.

443. Jhr. Willem Versluys 1827 – 1875
Wordt in 1827 toegelaten in een 1/24 en een 1 / 16 deel, afkomstig van Mr. Marinus Emanuel Cornelis Versluys en diens weduwe Maria Petronella van den Brande. Hij bezit in 1870 18 aandelen 37-54. Is in 1875 overleden. Hij vermaakte zijn aandelen aan de ambachtsheerlijkheid,die ze aan andere aandeelhouders verkocht. De aandelen gaan in 1875 over: 6 aandelen 37-42 op Mr. C.J. Pické; 6 aandelen 43-48 op Mr. A.M. Becius; 6 aandelen 49-54 op Mr. A.P. Snouck Hurgronje.

444. Mr. Adriaan Marinus Becius 1827 – 1883
Wordt als erfgenaam van wijlen Mr. Johan Assuerus Becius en Erkenraad Anna Snouck Hurgronje toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Adriaan Snouck Hurgronje. Treedt tot 1853 in de vergaderingen op. In 1870 bezit hij 12 aandelen 1-12. In 1876 koopt hij 6 aandelen 43-48, afkomstig van Jhr. Willem Versluys. Is in 1883 overleden. Zijn aandelen gaan in 1883 over: 6 aandelen 1-6 op Jhr. Johan Adriaan Hendrik Cornelis van Doorn van Koudekerke; 6 aandelen 7-12 op Jhr. Mr. Dr. Diederik Gregorius van Teylingen; 6 aandelen 43-48 op Cornelis Jacob Jan Aarnout van Teylingen.

Jhr. Nicolaas Johan Steengracht

Jhr. Nicolaas Johan Steengracht, heer van Moyland, heer van Vossemeer, 1847-1866. Naar een schilderij uit de collectie Steengracht te Moyland. Foto: Iconografisch Bureau.

445. Jhr. Mr. Jan Jacob Slicher van Domburg 1828 – 1882
Wordt in 1828 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn moeder Wilhelmina Carolina Van den Brande, weduwe Slicher. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1828/29). Hij bezit in 1870 12 aandelen 85-96. Is in 1880 overleden. Zijn aandelen gaan in 1882 over op verschillende eigenaars: 6 aandelen 85-90 op Jkvr. Wilhelmina Adriana Theodora van Pallandt, geboren Slicher; 91 en 92 op Jkvr. Jacqueline Marie Eugenie de Borchgrave, later gehuwd met de Penaranda; 93 en 94 op Jkvr. Yvonne Theodora Emilie de Borchgrave, later gehuwd met G. de Hemptinne; 95 en 96 op Jhr. Roger Jean Charles Marie de Borchgrave.

446. Adriana Johanna Schorer 1829
Wordt in 1829 als deelgenote vermeld.

447. Louise Victoire Albertine Xavier gravin van Spangen, echtgenote van Werner Jean Baptiste Ghislain de Merode 1833 – 1849
Wordt in 1826 toegelaten in twee 1/24 delen, afkomstig van haar vader Francois Louis Amory graaf van Spangen. Tussen 1826 en 1833 had haar moeder het vruchtgebruik; deze overleed in 1933, zodat Louise de volle eigendom kreeg. Is in 1845 overleden. Haar aandelen zijn in 1849 (zie 1850) overgegaan op haar 5 kinderen e.a., die de aandelen aan de heren van Vossemeer verkopen.
448. Dr. Francois Zachárias Ermerins 1841 – 1872
Wordt in 1841 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Mr. Francois Ermerins. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1844/45). Hij bezit in 1870 12 aandelen 133-144. Is in 1871 overleden. Zijn aandelen gaan in 1872 over op zijn erfgenamen en worden in 1874 verdeeld (zie aldaar).

449. Jhr. Nicolaas Johan Steengracht van Duivenvoorde 1842 – 1867
Wordt in 1842 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jhr. Nicolaas Steengracht van Oosterland. Is in 1867 overleden. Zijn aandeel gaat in 1867 over op Jkvr. Henriette Steengracht.

450. Ida Paulina Godin, weduwe van Pieter Buteux 1846 - (1853)
Wordt in 1846, 1850 en 1853 als deelgenote vermeld. Erfde het aandeel van haar zuster Everdina Petronella Johanna Godin, die in 1846 nog als deelgenote wordt vermeld. Haar aandeel gaat in 1853 over op Jacob Pieter en Wilhelmina Frederica Buteux.

451. Boudewijn Boom (van Bloois) 1849 – 1887
Wordt in 1849 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van A.J. Moens. Hij bezit in 1870 12 aandelen 121-132.Zijn aandelen gaan in 1887 over: 6 aandelen 121-126 op A.J. Gerken, douairière J.M. baron Huyssen van Kattendijke; 127 op A.C. Boom; 131 op K.S.K. Boom; 132 op de erven Boom.

452. Mr. Anthony Pieter Snouck Hurgronje 1849 – 1914
Wordt in 1849 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Adriaan Izaak Snouck Hurgronje. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1855/56). Hij bezit in 1870 12 aandelen 13-24. Koopt in 1876 6 aandelen 49-54, afkomstig van Jhr. Willem Versluys. Koopt in 1882 aandeel 128, afkomstig van Agnes Ernestine Boom, echtgenote van Richard Rubens, voorheen van haar moeder Cornelia Catharina Brebeek. Koopt in 1882 1/5 in aandeel 132; in 1885 1/5 en in 1891 1/5 in hetzelfde aandeel. Koopt in 1885 aandeel 127 en in 1891 aandeel 130, afkomstig van de erfgenamen Boom. Koopt in 1885 1 1/5 aandelen, afkomstig van Cornelis Boom. Koopt in 1891 aandeel 130, afkomstig van J.M. Boom. Fungeert sedert 1871 als voorzitter van de raad van commissarissen. Is in 1914 overleden. Zijn aandelen gaan in 1915 over: 9 en 3/5 aandelen 49-54, 127, 128, 130, 132(3/5) op Mej. A. Polman Kruseman; 6 aandelen 13-18 op H.A. Snouck Hurgronje; 6 aandelen 19-24 op Mr. G.F. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

453. Gerardina Adriana Petronella Snouck Hurgronje, weduwe van Willem prins van Kruiningen 1850
Wordt in 1850 als deelgenote vermeld.

454. Marie Ghislaine gravin de Merode en haar man Antoine Francois prins en hertog van Arenberg 1850
Worden in 1850 als deelgenoten vermeld. Het aandeel is door de heren van Vossemeer aangekocht.

455. Louis graaf de Merode 1850
Wordt in 1850 als deelgenoot vermeld. Het aandeel is door de heren van Vossemeer aangekocht.

456. Amory graaf de Merode 1850
Wordt in 1850 als deelgenoot vermeld. Het aandeel is door de heren van Vossemeer aangekocht.

457. Louise gravin de Merode en haar man Charles Emanuel Philip Alfonse Joseph Francois Marie Delpazzo, prins de la Citerne 1850
Worden in 1850 als deelgenoten vermeld. Het aandeel is door de heren van Vossemeer aangekocht.

458. Therese Ghislaine gravin de Merode en haar man Charles Werner Marie Ghislaine graaf de Merode 1850
Worden in 1850 als deelgenoten vermeld. Het aandeel is door de heren van Vossemeer aangekocht.

459. Antoinette Ghislaine gravin de Merode en haar man Charles hertog de Valentinos, erfprins van Monaco 1850
Worden in 1850 als deelgenoten vermeld. Het aandeel is door de heren van Vossemeer aangekocht.

460. Francoise gravin de Merode en haar man Desle Marie Francois René Leonel markies de Morestiers 1850
Worden in 1850 als deelgenoten vermeld. Het aandeel is door de heren van Vossemeer aangekocht.

461. Jkvr. Sophia Versluys, echtgenote (en weduwe) van Adrianus Pické 1850 – 1860
Haar man wordt in 1827 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Mr. Marinus Emanuel Cornelis Versluys en diens weduwe Maria Petronella van den Brande. Na zijn dood treedt zij in het aandeel op. Haar aandeel gaat in 1860 over op haar zoon Mr. C.J. Pické.

462. Jkvr. Jacoba Cecilia van Doorn 1853 – 1854
Wordt in 1853 en 1854 als deelgenote vermeld bij de erfgenamen van Jhr. Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle.

463. Jkvr. Magdalena Petronella van Doorn 1853 – 1854
Wordt in 1853 en 1854 als deelgenote vermeld bij de erfgenamen van Jhr. Mr. Jacob baron van Doorn van Westkapelle.

464. Jhr. Mr. Aart van der Goes 1853 – 1854
Wordt in 1853 en 1854 als deelgenoot vermeld, samen met zijn kinderen bij Wilhelmina Johanna van Doorn, dochter van Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle. De kinderen waren: Henrietta Adriana Anette; Maria Martha Johanna; Aart Karel Frederik; Willem Pieter; Adriana Dina Petronella; Wilhelmina Jacoba Cecilia.

465. Jacob Pieter Buteux en Wilhelmina Frederica Buteux, echtgenote van Johannes Carolus Paulus Josephus baron van Outheusden. 1854 – 1871
Worden in 1853 gezamenlijk toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Mr. Pieter Buteux. In 1871 worden op elk van hen 6 nieuwe aandelen gesteld (zie aldaar). De aandelen worden die van Guillaume Frederik Godin genoemd.

466. Jhr. Mr. Willem Quarles van Ufford 1854 – 1868
Was gehuwd (1) met Antonetta Suzanna van Doorn en (2) met Carolina Frederica van Doorn, dochters van Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle. Wordt in 1854 toegelaten in een 1/24 deel, dat hij bij de boedelscheiding verkreeg. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1854/55). Is in 1867 overleden. Zijn aandeel gaat in 1868 over op Jhr. Hendrik Jacob Louis Quarles van Ufford.

467. Mr. Willem Frederik baron van Doorn van Westkapelle 1854 – 1893
Wordt in 1854 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader Mr. Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1855/56). Bij de omzetting van de ambachtsheerlijkheid in een zedelijk lichaam bezit hij 12 aandelen 97-108. Is overleden in 1893. Zijn aandelen gaan in 1895 over: 6 aandelen 92-102 op zijn weduwe C.Ph.A.H.J. Schimmelpenninck; 6 aandelen 103-108 op Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle.

Maria van Kuffeler

Maria van Kuffeler, vrouw van Jhr. Willem Quarles van Ufford, 1752-1815. Naar een portret uit de collectie van Jkvr. Quarles van Ufford te ‘s-Gravenhage. Foto: Iconografisch bureau.

468. Jhr. Mr. Hendrik Eduard baron Huyssen van Kattendijke 1855 - 1859
Wordt in 1855 toegelaten in een 1/24 deel,afkomstig van zijn vader Jhr. Johan Willem baron Huyssen van Kattendijke. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1855/56). Is in 1858 overleden. Zijn aandeel gaat in 1859 over op zijn broer Jhr. Johan Maria Huyssen van Kattendijke.

469. Jhr. Willem Johan Cornelis ridder Huyssen van Kattendijke 1855 – 1866
Wordt in 1855 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader Jhr. Johan Willem baron Huyssen van Kattendijke. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1855/56). In 1859 verkrijgt hij de helft van een 1/24 deel, afkomstig van zijn overleden broer Jhr. Mr. H.E., ridder Huyssen van Kattendijke. Is in 1866 overleden. In 1870 worden op naam van de erfgenamen 18 aandelen gesteld 164-181, die pas in 1896 zijn verdeeld (zie 1896).

470. Jhr. Johan Marie Huyssen van Kattendijke 1855 - (1870)
Wordt in 1855 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn vader Jhr. Johan Willem baron Huyssen van Kattendijke. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1856/57). In 1860 verkrijgt hij de helft van een 1/24 deel, afkomstig van zijn overleden broer Jhr. Mr. H.E., ridder Huyssen van Kattendijke, dat hij aan zijn andere broer verkoopt. Is in 1869 overleden. Zijn aandelen gaan aanvankelijk over op zijn weduwe, A.J. Gerken. In 1870 worden de aandelen 55-72 op de naam van de erfgenamen gesteld.

471. Mr. Carolus Johannes Pické 1860 – 1888
Wordt in 1860 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van zijn moeder Jkvr. Sophia Versluys, weduwe van Adrianus Pické. Betaalt 6 gulden blijde inkomste (rekening 1860/61). In 1870 bezit hij 12 aandelen 25-36. In 1876 koopt hij 6 aandelen 37-42, afkomstig van Jhr. Willem Versluys. Is in 1887 overleden. Zijn aandelen gaan in 1888 over: 3 aandelen 25-27 op C.J.van der Feen; 3 aandelen 28-30 op G.B. van der Feen; 6 aandelen 31-36 op S.A.C. Pické, echtgenote van A.E. van Brucken Fock; 6 aandelen 37-42 op C.J. Pické.

472. Erfgenamen van Jhr. Willem Johan Cornelis ridder Huyssen van Kattendijke 1866 – 1896
Na zijn dood in 1866 gaan zijn aandelen over op zijn erfgenamen. In 1870 worden 18 nieuwe aandelen 164-181 op hen overgeschreven. Deze worden nader verdeeld in 1896 (zie aldaar). Er schijnt een voorlopige toewijzing te hebben plaats gehad in 1873. Dan treden op: Gustavine Ottelina Frederica Sophia barones van Nagell, douairière van Jhr. W.J.C. ridder Huyssen van Kattendijke (overleden in 1884); Jhr. Charles Louis Adriaan Just ridder Huyssen van Kattendijke; Jhr. Johan Frederik Emanuel baron Huyssen van Kattendijke; en Jhr. F.H., ridder Huyssen van Kattendijke; deze treedt in 1874 namens de erven op. Tot 1896 blijkt niets van een persoonlijke deelgerechtigheid.

473. Jkvr. Henriette Steengracht (1867) – 1880
In 1867 erft zij het 1/24 deel van Jhr. Nicolaas Johan Steengracht van Duivenvoorde. Bezit in 1870 12 aandelen 73-84. Is in 1880 overleden. Haar aandelen gaan in 1881 over op Nicolaas Adriaan baron Steengracht van Moyland.

474. Jhr. Hendrik Jacob Louis Quarles van Ufford 1868 – 1913
Wordt in 1869 toegelaten in een 1/24 deel, afkomstig van Jhr. Mr. W. Quarles van Ufford. Bezit in 1870 12 aandelen 109-120. Is in 1913 overleden. Van zijn aandelen gaan in 1916 over: 6 aandelen 109-114 op Jhr. Mr .J.W. Quarles van Ufford; 6 aandelen 115-120 op Jhr.K.F.Quarles van Ufford.

475. Cornelia Jacoba Carolina Maria Elisabeth Modera of de erfgenamen Reitz (1869) – 1875
Blijkt in 1869 mede-eigenares te zijn van 7 aandelen 157-163, voorheen afkomstig van Izak de Crane. Deze aandelen gaan in 1875 over op wed. J. Modera-Cores de Vries en Charles Modera.

476. Anna Jacoba Gerken, douairière van Johan Maria baron Huyssen van Kattendijke 1869 – 1898
Wordt in 1869 toegelaten in 18 aandelen 55-72, afkomstig van haar man. Koopt in 1887 6 aandelen 121-126, afkomstig van Boudewijn Boom. Is in 1898 overleden. Haar aandelen gaan in 1898 over: op Frederik Johan Emanuel baron Huyssen van Kattendijke; 12 op Adolph Johan Ulrich ridder Huyssen van Kattendijke (N.B. De nummers 55-72 worden pas in 1931 overgeschreven).

477. Jacob Pieter Buteux 1871 – 1875
Op zijn naam worden 6 aandelen gesteld 145-150, afkomstig van Mr. Pieter Buteux, voorheen van Guillaume Frederik Godin. Hij overlijdt in 1875. De aandelen gaan in 1875 over op zijn zuster.

478. Wilhelmina Frederica Buteux, echtgenote (weduwe) van Jean Charles Paul Joseph baron van Outheusden 1871 – 1889
Op haar naam worden in 1871 6 aandelen gesteld 151-156, afkomstig van Mr. Pieter Buteux. In 1875 verkrijgt zij de 6 aandelen 145-150, afkomstig van haar broer. Is in 1889 overleden. Van haar aandelen gaan in 1891 over: 4 aandelen 145-148 op Gustave Henri Paul baron van Outheusden; 3 aandelen 149-151 op Gustave graaf de Marchant d’Ansembourg; 3 aandelen 152-154 op Louis Charles Maria Rodolphe graaf de Marchant d’Ansembourg; 155 en 156 op Anna gravin de Marchant d’Ansembourg.

479. Erfgenamen van Dr. F.Z. Ermerins 1872 – 1874
Voor de 12 aandelen 133-144, afkomstig van Dr. F.Z. Ermerins en voorlopig onverdeeld, treedt Mr. A.F. de Savornin Lohman als vertegenwoordiger op. In 1874 vindt de verdeling der aandelen plaats (zie aldaar).

480. Frans Ermerins 1874, 1887 – 1908
Wordt in 1874 toegelaten in het aandeel 138, afkomstig van Dr. F.Z. Ermerins; dit gaat in 1874 over op Dr. C.J. Ermerins. Hij verkrijgt in 1887 de aandelen 143 en 144, afkomstig van B.A. Ermerins-Van der Feen; verkoopt deze in 1907 aan Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohman en koopt ze in 1908 weer terug. Zijn aandelen gaan in 1908 over op Mr. A. Tak van Poortvliet.

481. Louise Ermerins 1874 – 1875
Wordt in 1874 toegelaten in het aandeel 144, afkomstig van Dr. F.Z. Ermerins. Zij is in 1875 overleden. Haar aandeel gaat in 1876 over op B.A. Ermerins-Van der Feen.

482. Maria Ermerins 1874 – 1885
Wordt in 1874 toegelaten in het aandeel 143, afkomstig van Dr. F.Z. Ermerins. Is in 1885 overleden. Haar aandeel en 3/20 in het aandeel 140 gaan in 1885 over op B.A. Ermerins-Van der Feen.

483. Bartha Antonia van der Feen, weduwe van Dr. Francois Zacharias Ermerins 1874 – 1887
Uit de boedel van haar man krijgt zij de aandelen 133-137 in vruchtgebruik toegewezen. In 1876 verkrijgt zij het aandeel 144, afkomstig van Louisa Ermerins. In 1885 verkrijgt zij het aandeel 143, afkomstig van Dr. C.J. Ermerins en een 3/20 van het aandeel 140, afkomstig van Maria Ermerins. Zij is in 1885 overleden. Haar aandelen gaan in 1887 over: 133, 134, 141 op vrouwe J.C. de Savornin Lohman-Ermerins; 135 en 136 op Mr. B. Ermerins; 137 en 140 op Mr. J. Ermerins; 143 en 144 op F. Ermerins.

484. Dr. Christiaan Jacob Ermerins 1874 – 1891
Wordt in 1874 toegelaten in het aandeel 140, afkomstig van Dr. F.Z. Ermerins, en verkrijgt in hetzelfde jaar aandeel 138, afkomstig van F. Ermerins. Zijn aandeel 140 gaat in 1885 over 3/20 over op zijn moeder; in 1887 gaat het over op Mr. J. Ermerins. Hij verkoopt in 1891 aandeel 138 aan Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet.

485. Mr. Jacobus Ermerins 1874 – 1904
Wordt in 1874 toegelaten in aandeel 142, afkomstig van Dr. F.Z. Ermerins. Hij verkrijgt in 1887 aandelen 137 en 140, afkomstig van de weduwe Ermerins-Van der Feen. Verkoopt in 1891 aandeel 142 aan Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet. Is in 1904 overleden. Zijn aandelen 137 en 140 gaan in 1904 over op Victor Anne Ermerins, vruchtgebruikster is Mevr. Julie Alexandrine Langlois.

486. Mr. Bartout Ermerins 1874 – 1913
Wordt in 1874 toegelaten in aandeel 139, afkomstig van Dr. F.Z. Ermerins. Erft in 1887 3 aandelen 135-137, afkomstig van B.A. Ermerins van der Feen. Is in 1913 overleden. Zijn aandelen gaan in 1914 over op Jacoba Elisabeth Reijnvaan, zijn weduwe.

487. Johanna Catharina Ermerins, echtgenote van Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohman 1874 – 1925
Wordt in 1874 toegelaten in het aandeel 141, afkomstig van Dr. F.Z. Ermerins. Verkrijgt in 1887 aandelen 133 en 134, afkomstig van haar moeder. De aandelen 133 en 134 gaan in 1925 over op Jhr. Mr. W.H. de Savornin Lohman. Het aandeel 141 gaat in 1925 over op Jkvr. F.L.W.M. de Savornin Lohman, echtgenote van Mr. Gustaaf Willem baron van der Feltz.

488. Johanna Cornelia Francina Cores de Vries en Charles Modera (1875) – 1891
Samen bezitten zij 7 aandelen 157-163. Johanna Cores de Vries overlijdt in 1887; haar aandelen gaan over op haar erfgenamen. Modera overlijdt in 1890. De aandelen zijn in 1891 aangekocht door Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet.

489. Klazina Susanna Katharina Boom, echtgenote van Dr. J.L. Chaillet 1876 – 1908
Wordt in 1876 toegelaten in aandeel 131 en een 1/5 deel van aandeel 132. Zij verkoopt deze in 1897 aan haar zuster, doch koopt ze in 1900 weer terug. In 1900 koopt zij aandeel 129 en 2/5 in aandeel 132, afkomstig van Bertha Carolina Boom. Haar aandelen gaan in 1908 over op T.H.C. Arensma.

490. Agnes Ernestine Boom, echtgenote van Richard Rubens 1876 – 1900
Wordt in 1876 toegelaten in aandeel 128 en 1/5 van aandeel 132, afkomstig van Boudewijn Boom. Een deel gaat in 1862 over op Mr. Anthony Pieter Snouck Hurgronje. Zij koopt in 1897 een 2/5 in aandeel 132, dat zij in 1900 aan haar zuster verkoopt.

491. Cornelis Boom 1876 – 1885
Wordt in 1875 toegelaten in aandeel 127 en een 1/5 deel van aandeel 132, afkomstig van Boudewijn Boom. Is in 1885 overleden. Zijn delen gaan in 1885 over op Mr. Anthony Pieter Snouck Hurgronje.

492. Jacobus Matthias Boom 1876 – 1891
Wordt in 1876 toegelaten in aandeel 130 en 1/5 van aandeel 132, afkomstig van Boudewijn Boom. Zijn delen gaan in 1891 over op Mr. Anthony Pieter Snouck Hurgronje.

493. Bertha Carolina Boom 1876 – 1900
Wordt in 1876 toegelaten in aandeel 129 en een 1/5 deel van aandeel 132, afkomstig van Boudewijn Boom. Zij koopt in 1897 de delen van haar zuster Klazina, doch verkoopt deze in 1900 aan haar terug. Zij is in 1900 overleden. Haar eigen delen verkoopt zij in 1900 aan haar zuster Klazina.

494. Jhr. Nicolaas Adriaan baron Steengracht van Moyland 1881 – 1908
Wordt in 1881 toegelaten in de aandelen 73-84, afkomstig van Jkvr. Henrietta Steengracht. Is in 1906 overleden. Zijn aandelen gaan in 1908 over op zijn weduwe Irena Theresia Lidoina Christina Paula Clara Etla von Kreiner Auenrode.

495. Jhr. Roger Jean Charles Maria de Borchgrave 1882 – 1902
Wordt in 1882 toegelaten in de aandelen 95 en 96, afkomstig van Mr. J.J. Slicher van Domburg. Zijn aandelen gaan in 1902 over op Mr. P.J. van der Feen.

496. Jkvr. Yvonne Theodora Emilie de Borchgrave (later gehuwd met G. de Hemptinne) 1882 – 1920
Wordt in 1882 toegelaten in de aandelen 93 en 94, afkomstig van Mr. J.J. Slicher van Domburg. Haar aandelen gaan in 1920 over op Mr. J.A. Heyse.

497. Jkvr. Jeanne Jaqueline Maria Eugenie de Borchgrave (later gehuwd met de Peneranda) 1882 – 1920
Wordt in 1882 toegelaten in de aandelen 91 en 92, afkomstig van Mr. J.J. Slicher van Domburg. Haar aandelen gaan in 1920 over op Mr. J.A. Heyse.

498. Wilhelmina Adriana Theodora barones van Pallandt, geboren Slicher 1882 – 1921
Wordt in 1882 toegelaten in 6 aandelen 85-90, afkomstig van Mr. J.J. Slicher van Domburg. Haar aandelen gaan in 1921 over op Mr. J.A. Heyse.

499. Jhr. Johan Adriaan Hendrik Cornelis van Doorn van Koudekerke 1883 – 1895
Wordt in 1883 toegelaten in 6 aandelen 1-6, afkomstig van Mr. A.M. Becius. Is in 1895 overleden. Zijn aandelen gaan in 1895 over op Jhr. Mr. A.A. van Doorn van Koudekerke.

500. Jhr. Cornelis Jacob Jan Arnout van Teylingen 1883 – 1920
Wordt in 1883 toegelaten in 6 aandelen, nrs. 43-48, afkomstig van Mr. A.M. Becius. Zijn aandelen gaan in 1921 over op Jkvr. C.A. van Teylingen, echtgenote van G.W. Bakker.

501. Jhr. Mr. Diederik Gregorius van Teylingen 1883 – 1921
Wordt in 1883 toegelaten in 6 aandelen 9-12, afkomstig van Mr. A.M. Becius. Is in 1921 overleden. Zijn aandelen gaan in 1921 over op Jhr. D.G. van Teylingen.

502. Carolus Johannes Pické 1888 – 1915
Wordt in 1888 toegelaten in 6 aandelen 37-42, afkomstig van C.J. Pické. Is in 1915 overleden. Zijn aandelen gaan in 1919 over op Mr. C.J. Pické.

503. Guilliam Balthasar Christiaan van der Feen 1888 – 1916
Wordt in 1888 toegelaten in 3 aandelen 28-30, afkomstig van Mr. C.J. Pické. Zijn aandelen gaan in 1916 over op S.A.C. von Brucken Fock-Pické.

504. Carolus Joannes van der Feen 1888 – 1925
Wordt in 1888 toegelaten in 3 aandelen 25-27, afkomstig van Mr. C.J. Pické. Zijn aandelen gaan in 1925 over op S.A.C. von Brucken Fock-Pické

Mr. Johan Pieter Roetert Tak van Poortvliet

Mr. Johan Pieter Roetert Tak van Poortvliet, heer van Vossemeer, 1839-1904. Naar een steendruk uit de collectie Zelandia Illustrata in het Zeeuws Museum.

505. Samuela Adriana Cornelia Pické, echtgenote van A.E. von Brucken Fock 1888 – 1950
Wordt in 1880 toegelaten in 6 aandelen 31-36, afkomstig van Mr. C.J. Pické. In de vergaderingen wordt zij vertegenwoordigd door haar man. Zij verkrijgt in 1916 3 aandelen 28-30, afkomstig van G.B.C. van der Feen. Zij verkrijgt in 1925 3 aandelen 25-37, afkomstig van C.J. van der Feen. Haar aandelen krijgen in 1935 de nrs. 115-126. Haar man is in 1944 overleden. De aandelen gaan in 1950 over op haar kinderen, doch zij houdt het vruchtgebruik. Zij worden in 1952 overgeschreven op Mr. Dr. Henri Johan van Brucken Fock.

506. Mr. Justinus Adrianus van Gennep en Catharina Johanna Vorstman, weduwe C.S.N. van Gennep. 1890
Verkrijgen het aandeel van Charles Modera, dat hetzelfde jaar overgaat op Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet.

507. Gustave graaf de Marchant d’Ansemburg 1891 – 1893
Wordt in 1891 toegelaten in 3 aandelen 149-151, afkomstig van W.F. van Outheusden-Buteux. Zijn aandelen gaan in 1893 over op gravin Anna de Marchant d’Ansembourg.

508. Gustave Henri Paul baron van Outheusden 1891 – 1894
Wordt in 1891 toegelaten in 4 aandelen 145-148, afkomstig van W.F. van Outheusden-Buteux. Zijn aandelen gaan in 1894 over op G.M.A.J. de Pret de Calesberg, douairière van graaf de Baillet.

509. Mr. Joannes Pieter Roetert Tak van Poortvliet 1891 – 1904
Wordt in 1891 toegelaten in de aandelen 138 en 142, afkomstig van Dr. J. Ermerins en Mr. J. Ermerins. Hij koopt in 1891 7 aandelen 157-163. afkomstig van Charles Modera en de weduwe van Justin Modera. Is in 1904 overleden. Zijn aandelen gaan in 1904 over op Mr. Adriaan Tak van Poortvliet.

510. Louis Charles Marie Rodolphe graaf de Marchant d’Ansembourg 1891 – 1926
Wordt in 1891 toegelaten in 3 aandelen 152-154, afkomstig van W.F. van Outheusden-Buteux. Zijn aandelen gaan in 1926 over op Alfred Joseph Marie Ghislain graaf de Marchant d’Ansembourg.

511. Anna Antoinetta Charlotte Marie gravin de Marchant d’Ansembourg 1891 – 1928
Wordt in 1891 toegelaten in de aandelen 155 en 156, afkomstig van W. Eyan Outheusden-Buteux. Zij verkrijgt in 1893 3 aandelen 149-151, afkomstig van Gustave graaf de Marchant d’Ansembourg. Is in 1928 overleden. Haar aandelen gaan in 1934 over op Alfred graaf de Marchant d’Ansembourg.

512. Gabrielle Marie Antoinette Josephine de Pret de Calesberg, douairière van Alfred Frederic Ferdinand graaf de Baillet 1894 – 1904
Wordt in 1894 toegelaten in 4 aandelen 145-148, afkomstig van G.H.P. baron van Outheusden. Is in 1904 overleden. Haar aandelen gaan in 1904 over op F.C.L.A. graaf de Baillet-Latour.

513. Catharina Philippina Adriana Hermina Johanna Schimmelpenninck, douairière van Mr.Wïllem Frederik baron van Doorn van Westkapelle 1895 – 1916
Wordt in 1895 toegelaten in 6 aandelen 97-102, afkomstig van haar man. Zij is in 1916 overleden. Haar aandelen gaan in 1919 over op H.J. baron van Doorn van Westkapelle.

514. Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle 1895 – 1934
Wordt in 1895 toegelaten in 6 aandelen 103-108, afkomstig van zijn vader Mr. Willem Frederik baron van Doorn van Westkapelle; in 1919 in 6 aandelen 97-102, afkomstig van zijn moeder. Is in 1934 overleden. Zijn aandelen gaan over op zijn dochter A.M.J. baronesse van Doorn van Westkapelle, echtgenote van P. Coelho de Almeida.

515. Jhr. Jan Willem Frederik ridder Huyssen van Kattendijke 1896 – 1903 Wordt in 1896 toegelaten in 6 aandelen 164-169, afkomstig van Jhr. W.J.C. Huyssen van Kattendijke. Is in 1903 overleden. Zijn aandelen gaan in 1904 over op zijn weduwe S.A., barones van Lynden.

516. Jhr. Frederik Hendrik ridder Huyssen van Kattendijke 1896 – 1904
Wordt in 1896 toegelaten in 6 aandelen 170-175, afkomstig van W.J.C. ridder Huyssen van Kattendijke. Zijn aandelen gaan in 1904 door verkoop over op Mr. Pieter Jacobus van der Feen.

517. Jhr. Mr. Gustaaf Eduard ridder Huyssen van Kattendijke 1896 – 1920
Wordt in 1896 toegelaten in 6 aandelen 176-181, afkomstig van W.J.C. ridder Huyssen van Kattendijke. Is in 1920 overleden. Zijn aandelen worden in 1920 verdeeld en gaan over: 176 en 177 op Hendrik Willem Gustaaf Maurits ridder Huyssen van Kattendijke; 178 en 179 op Henriette Fréderique Suzanne van Kattendijke, echtgenote van Mr. Huyssen A. baron Schimmelpenninck van der Oye van Hoevelaken; 180 en 181 op Gustaaf Otto Frederik ridder Huyssen van Kattendijke. De douairière Jkvr. L.A.A.M. van Breugel Douglas heeft tot 1924 het vruchtgebruik behouden; na haar overlijden gaan de aandelen in volle eigendom over op de erfgenamen.

518. Adolph Johan Ulrich ridder Huyssen van Kattendijke 1896 – 1932
Wordt in 1896 toegelaten in 12 aandelen, afkomstig van zijn moeder A.J. Gerken, douairière J.M. baron Huyssen van Kattendijke. Zijn aandelen worden in 1932 door de erfgenamen verdeeld (zie aldaar).

519. Jhr. Mr. Anthony Adriaan van Doorn van Koudekerke 1896 – 1935
Wordt in 1896 toegelaten in 6 aandelen 1-6, afkomstig van Jhr. J.A.H.C. van Doorn van Koudekerke. Hij is sinds 1902 commissaris; van 1912 tot 1934 voorzitter van de raad van beheer. Als zodanig bedankt hij in 1934. Is in 1935 overleden. Zijn aandelen gaan in 1936 over op zijn broer Jhr. Hendrik Anthony van Doorn.

520. Mr. Pieter Jacobus van der Feen 1902 – 1941
Wordt in 1902 toegelaten in de aandelen 95 en 96, afkomstig van Jhr. R.J.C.M. de Borchgrave. Koopt in 1904 6 aandelen 170-175, afkomstig van F.H. ridder Huyssen van Kattendijke. Zijn 8 aandelen krijgen in 1935 de nrs. 55-62. Is overleden in 1941. Boedelscheiding vindt plaats in 1951. Zijn aandelen gaan in 1951 over: 4 aandelen 55-58 op zijn drie kleinkinderen Rolff Alexander, Olaf Johan en Jeanne Daisy Bertha van der Feen; 4 aandelen 59-62 op Ir. Carolus Joannes van der Feen.

521. Elisabeth Ermerins 1904 – 1908
Wordt in 1904 toegelaten in het aandeel 137, afkomstig van Mr. J. Ermerins. Vruchtgebruikster is Mevr. Julie Alexandrine Langlois. In 1907 verkrijgt zij het aandeel in volle eigendom. In 1907 gaat het over op Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohman; zij koopt het in 1908 terug en verkoopt het in hetzelfde jaar aan Mr. A. Tak van Poortvliet.

522. Sara Agatha barones van Lynden, douairière van J.W.F. ridder Huyssen van Kattendijke 1904-1913
Wordt in 1904 toegelaten in 6 aandelen 164-169, afkomstig van haar man. Is in 1912 overleden. Van haar aandelen gaan in 1913 over: 3 aandelen 164-166 op Jkvr. A.E.A. Huyssen van Kattendijke en 3 aandelen 167-169 op H.W.G.M. ridder Huyssen van Kattendijke.

523. Ferdinand Charles Louis Antoine graaf de Baillet - Latour 1904 – 1925
Wordt in 1904 toegelaten in 4 aandelen 145-148, afkomstig van G.M.A.J. de Pret de Calesberg, douairière van A.F.F. graaf de Baillet. Is in 1925 overleden. Zijn aandelen gaan in 1927 over op drie erfgenamen (zie aldaar).

524. Victor Anne Ermerins 1904 – 1938
In 1904 wordt aandeel 140 op hem overgeschreven, afkomstig van Mr. Jacobus Ermerins. Het vruchtgebruik blijft aan Mevr. Julie Alexandrine Langlois. Samen met Jan Ermerins verkrijgt hij in 1926 3 aandelen 135, 136 en 139, afkomstig van hun moeder de weduwe Ermerins-Reijnvaan. De gezamenlijke aandelen krijgen in 1935 de nrs. 51-53; dat van Victor Anne nr. 54. Zij zijn in 1938 door de nv gekocht en in 1964 toegewezen: 51-53 aan G.W.C.D. baron Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg; 54 aan Jhr. Mr. Dirk van Doorn.

525. Mr. Adriaan Tak van Poortvliet 1905 – 1941
Wordt in 1905 toegelaten in 9 aandelen 157-163, 138 en 142, afkomstig van Mr. J.P.R. Tak van Poortvliet. Koopt in 1908 aandeel 137, afkomstig van Mej. J.E. Ermerins, en de aandelen 143 en 144, afkomstig van Francois Ermerins en Mr. J. Ermerins. Zijn 12 aandelen krijgen in 1935 de nrs. 151-162. Is in 1941 overleden; over de verdeling der aandelen is niet terstond overeenstemming bereikt. Zijn aandelen gaan in 1946 over op Mevr. E.V. Tak van Poortvliet, gehuwd met Julius von Jacobvits-Szeged.

526. Jhr. Mr. Alexander Frederik de Savornin Lohman 1907 – 1925
Vertegenwoordigt sinds 1874 zijn vrouw J.C. Ermerins. Koopt in 1907 aandeel 137, afkomstig van Mej. Ermerins, en de aandelen 143 en 144, afkomstig van Francois Ermerins, die hij in 1908 weer verkoopt. Zijn deel gaat in 1925 over op de erfgenamen (zie aldaar).

hr. Mr. Alexander Frederik de Savomin Lohman

hr. Mr. Alexander Frederik de Savomin Lohman. Lid van de Tweede Kamer, hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, minister van Binnenlandse Zaken, Minister van Staat. 1837 - 1924. Naar een schilderij van de Dienst voor ‘s Rijks verspreide kunstvoorwerpen. Foto: Iconografisch Bureau.

527. Johanna Elisabeth Ermerins 1908
Bezit aandeel 137, afkomstig van Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohman, dat zij in 1908 aan Mr. A. Tak van Poortvliet verkoopt.

528. Theodore Henri Casimir Arensma 1908 – 1915
Wordt in 1908 toegelaten in 2 aandelen 129 en 131 en 2/5 deel van aandeel 132, afkomstig van K.S.K. Boom, echtgenote van Dr. J.L. Chaillet. Is in 1915 overleden. Zijn aandelen gaan in 1915 over op zijn weduwe.

529. Irene Theresia Lidoina Christine Paula Clara Etla von Kreiner Auenrode, douairière van Jhr. N.A. Steengracht van Moyland 1908 – 1930
Wordt in 1908 toegelaten in 12 aandelen 73-84, afkomstig van N.A. baron Steengracht van Moyland. Haar aandelen gaan in 1927 en 1930 (telkens 6) over op A.E. von Brucken Fock.

530. Jkvr. Amelia Elisabeth Adriana Huyssen van Kattendijke 1913 – 1920
Wordt in 1930 toegelaten in 3 aandelen 164-166, afkomstig van S.A. Huyssen van Kattendijke-Van Lynden. Haar aandelen gaan in 1920 over op Jkvr. Irene Elisabeth Gustavine Huyssen van Kattendijke.

531. Jhr. Hendrik Willem Gustaaf Maurits ridder Huyssen van Kattendijke 1913 – 1949
Wordt in 1913 toegelaten in 3 aandelen 167-169, afkomstig van S.A. Huyssen van Kattendijke-Van Lynden. Verkrijgt in 1920 de aandelen 176-177, afkomstig van Jhr. Mr. Gustaaf Eduard ridder Huyssen van Kattendijke. Het vruchtgebruik van deze blijft aan zijn moeder. Verkrijgt in 1924 deze twee aandelen in volle eigendom. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 81-85. Is overleden in 1949. Zijn aandelen gaan in 1962 over: 81 op Caspar graaf Moltke; 82 op Hendrik Carl Willem graaf Moltke; 83-85 op Jkvr. I.E.G. Huyssen van Kattendijke.

532. Jacoba Elisabeth Reijnvaan, weduwe van Mr. Bartout Ermerins 1914 – 1926
Wordt in 1914 toegelaten in 3 aandelen 136, 138 en 139, afkomstig van haar man. Haar aandelen gaan in 1926 over op Jan en Victor Ermerins.

533. Hendrik Albert Snouck Hurgronje 1915 – 1917
Wordt in 1915 toegelaten in 6 aandelen 13-18, afkomstig van Mr. A.P. Snouck Hurgronje. Is in 1916 overleden. Zijn aandelen gaan in 1917 over op A.M. Snouck Hurgronje, echtgenote van Mr. G.F. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

534. Weduwe S.M. Arensma-Seelhorst 1915 – 1935
Wordt in 1915 toegelaten in de aandelen 129, 131 en 2/5 van 132, afkomstig van haar man T.H.C. Arensma. In 1935 besluit de vergadering deze aan te kopen ten behoeve van A.W.S. Polman Kruseman,echtgenote van Mr. Th. Portheine.

535. Mr. George Frederik baron Thoe Schwarzenberg en Hohenlansberg 1915 – 1944
Wordt in 1915 toegelaten in 6 aandelen 19-24, afkomstig van Mr. A.P. Snouck Hurgronje. Hij vertegenwoordigt tevens de aandelen van zijn vrouw A.M. Snouck Hurgronje. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 25 -30. Zijn aandelen gaan in 1944 over op zijn vrouw en worden in 1947 en 1957 onder de erfgenamen verdeeld (zie aldaar).

536. Albertine Wilhelmina Suzanna Potman Kruseman, later gehuwd met Mr. Th. Portheine 1915 -
Wordt in 1915 toegelaten in 6 aandelen 49-54, afkomstig van Mr. A.P. Snouck Hurgronje. Bezit tevens de aandelen 127, 128, 130, en 2/5 deel in het aandeel 132, eveneens afkomstig van Mr. A.P. Snouck Hurgronje. Vanaf 1921 wordt zij in de vergaderingen vertegenwoordigd door haar man. Verkrijgt in 1935 de aandelen 129 en 131, afkomstig van de wed. Arensma-Seelhorst. De onderaandelen zijn verenigd, zodat zij in 1935 totaal 12 aandelen heeft, de nrs. 127-135, 143, 144 en 181. Koopt in 1953 aandeel 108, afkomstig van A.G.M.J.G.graaf de Marchant d’Ansembourg. Koopt in 1958 3 aandelen 137-139, afkomstig van M.P.T. van Teylingen-Sautarel. Koopt in 1961 2 aandelen 10 en 11, afkomstig van F.W. von Brucken-Fock.

537. Jhr. Karel Frederik Quarles van Ufford 1916 – 1929
Wordt in 1916 toegelaten in 6 aandelen 115-120, afkomstig van Jhr. H.J.L. Quarles van Ufford. Zijn aandelen gaan in 1929 over op Jhr. Mr. J.W. Quarles van Ufford.

538. Jhr. Mr. Johan Willem Quarles van Ufford 1916 – 1951
Wordt in 1916 toegelaten in 6 aandelen 109-114, afkomstig van Jhr. H.J.L. Quarles van Ufford. Verkrijgt in 1929 de aandelen 115-120, afkomstig van Jhr. K.F. Quarles van Ufford. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 13-24. Fungeert sinds 1922 als buitengewoon commissaris; sinds 1935 als lid van de raad van beheer; sinds 1944 als voorzitter. Koopt in 1939 aandeel 65, voorheen afkomstig van A.P.J.C.J.G. Viscount Sudley. Is in 1951 overleden. Zijn aandelen gaan in 1952 over: 7 aandelen 13-18 en 65 op Jhr. Mr. Willem Frederik Quarles van Ufford; 6 aandelen 19-24 op Jhr. Alexander Willem Christiaan Quarles van Ufford.

539. Adriana Magdalena Snouck Hurgronje, echtgenote van Mr. G.F. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg 1917 – 1955
Wordt in 1917 toegelaten in 6 aandelen 13-18, afkomstig van H.A. Snouck Hurgronje. In 1935 krijgen haar aandelen de nrs. 145-150. In de vergaderingen wordt zij vertegenwoordigd door haar man; diens aandelen, sinds 1935 de nrs. 25-30, worden in 1944 op haar naam gesteld. Koopt in 1950 aandeel 50, afkomstig van A.M.J. Coelho de Almeida, geboren van Doorn van Westkapelle. Is in 1955 overleden. In 1947 gaan 6 aandelen 25-30 over op G.W.C.D. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg; in 1957 7 aandelen 145-150 en 50 op Mr. W.H.T.C. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

540. Mathilda Jacquelina Maria Beauclera Huyssen van Kattendijke, echtgenote van Arthur Jocelyn Charles Gore Earl of Arran, viscount Sudley baron Saunders 1918 – 1931
Bezit vanaf 1918, samen met anderen, 18 aandelen 55-72, afkomstig van Johan Marie baron Huyssen van Kattendijke. De 6 aandelen 67-72 komen in 1931 op naam van Arthur Paul John Charles James Gore Viscount Sudley.

541. Matilda Juliana Luby, douairière van Frederik Johan Emanuel baron Huyssen van Kattendijke 1918 – 1931
Bezit vanaf 1918, samen met anderen, 18 aandelen 55-73, afkomstig van Johan Marie Huyssen van Kattendijke. De aandelen worden in 1931 op anderen overgeschreven (zie aldaar).

542. Maurits Johan Emanuel baron Huyssen van Kattendijke 1918 – 1963
Bezit sinds 1918, samen met anderen, 18 aandelen 55-73, afkomstig van Johan Marie baron Huyssen van Kattendijke. In 1931 worden 12 aandelen 55-66 op zijn naam overgeschreven. Zij krijgen in 1935 de nrs. 89-100 . De aandelen gaan in 1963 over: 6 aandelen 89-94 op J.C.H. Tak, weduwe van Mr. J.A. Heyse; 6 aandelen 95-100 op Jkvr. C.A. van Teylingen, echtgenote van G.W. Bakker.

543. Mr. Carolus Joannes Pické 1919 -
Wordt in 1919 toegelaten in 6 aandelen 37-42, afkomstig van C.J. Pické. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 109-114. Koopt in 1939 de aandelen 66 en 67, voorheen afkomstig van A.P.J.C.J.G. Viscount Sudley. Koopt in 1953 de aandelen 101-102, afkomstig van A.G.M.J.G. graaf de Marchant d’Ansembourg. Koopt in 1954 aandeel 37, afkomstig van L.J.M.G. graaf de Baillet-Latour. Koopt in 1958 aandeel 136, afkomstig van Mevr. weduwe Van Teylingen-Sautarel.

544. Mr. Johan August Heyse 1920 – 1933
Wordt in 1920 toegelaten in 4 aandelen 91-94, afkomstig van twee leden der familie de Borchgrave. Verkrijgt in 1921 6 aandelen 85-90, afkomstig van barones W.A.Th. van Pallandt, geboren Slicher. Verkrijgt in 1927 de aandelen 145-146, afkomstig van H.C.J.G. de Baillet-Latour. Is in 1933 overleden. Zijn aandelen gaan in 1935 over op zijn weduwe Johanna Elisabeth Hubertha Tak.

545. Jkvr. Henriette Frederique Suzanne Huyssen van Kattendijke, echtgenote van Mr. A. baron Schimmelpenninck van der Oye van Hoevelaken 1920 – 1956
Wordt in 1920 toegelaten in de aandelen 178-179, afkomstig van Mr. G.E. ridder Huyssen van Kattendijke. Het vruchtgebruik blijft aan haar moeder. In 1924 verkrijgt zij de aandelen in volle eigendom. De aandelen krijgen in 1935 de nrs. 79 en 80. Is in 1956 overleden. Haar aandelen gaan in 1957 over op haar twee dochters.

Jkvr. Henriette Frederique Suzanne Huyssen van Kattendijke

Jkvr. Henriette Frederique Suzanne Huyssen van Kattendijke, gehuwd met Mr. A. baron Schimmelpenninck van der Oye, aandeelhoudster van de ambachtsheerlijkheid, 1882 - 1956. Naar een pastel uit de collectie van Jkvr. G. Prisse te Amsterdam. Foto: Iconografisch Bureau.

546. Gustaaf Otto Frederik ridder Huyssen van Kattendijke 1920 -
Wordt in 1920 toegelaten in de aandelen 180 en 181, afkomstig van Mr. G.E. ridder Huyssen van Kattendijke. Het vruchtgebruik blijft aan zijn moeder. In 1924 verkrijgt hij de aandelen in volle eigendom. Zij krijgen in 1935 de nrs. 77 en 78.

547. Jkvr. Irone Elisabeth Gustavine Huyssen van Kattendijke 1920 -
Wordt in 1920 toegelaten in 3 aandelen 164-166, afkomstig van A.E.A. Huyssen van Kattendijke. Haar aandelen krijgen in 1935 de nrs. 86-88. Verkrijgt in 1962 3 aandelen 83-85, afkomstig van H.W.G.M. ridder Huyssen van Kattendijke.

548. Jhr. Diederik Gregorius van Teylingen 1921 – 1927
Wordt in 1921 toegelaten in 6 aandelen 7-12, afkomstig van Jhr. Mr. D.G. van Teylingen. Is in 1927 overleden. Zijn aandelen gaan in 1927 over op zijn weduwe, geboren M.Ph.Th. Sautarel.

549. Jkvr. Caroline Agnes van Teylingen, echtgenote van Gerardus Wouter Bakker 1921 – 1964
Wordt in 1921 toegelaten in 6 aandelen 43-48, afkomstig van C.J.J.A. van Teylingen. Zij wordt vertegenwoordigd door haar man. In 1935 krijgen haar aandelen de nrs. 175-180. Koopt in 1939 aandeel 68, voorheen afkomstig van A.P.J.C.J.G. Viscount Sudley. Koopt in 1950 5 aandelen 45-49, afkomstig van A.M.J. Coelho de Almeide, geboren van Doorn van Westkapelle. Koopt in 1963 6 aandelen 95-100, afkomstig van M.J.E. baron Huyssen van Kattendijke. Haar aandelen 45-49, 68, 95-100, 175-180 gaan in 1964 over op Gerard Wouter Bakker.

550. Jhr. Mr. Witius Hendrik de Savornin Lohman 1925 – 1933
Wordt in 1925 toegelaten in de aandelen 133-134, afkomstig van J.C. de Savornin Lohman-Ermerins. Is in 1926 overleden. Zijn aandelen gaan in 1933 over op zijn weduwe Emilia Pauline Hovy.

551. Jkvr. Frederique Louise Wilhelmina Marie de Savornin Lohman, echtgenote van Mr. Gustaaf Willem baron van der Feltz 1925 - 1963
Wordt in 1925 toegelaten in aandeel 141, afkomstig van J.C. de Savornin Lohman-Ermerins. Het aandeel krijgt in 1935 nr.142. Het gaat in 1963 over op Johanna. Alexandra baronesse van der Feltz, echtgenote van Mr. Lambertus Vincentius Ledeboer.

552. Jan Ermerins 1926 – 1938
Samen met Victor Anne Ermerins bezit hij sinds 1926 3 aandelen 135, 136 en 139, afkomstig van zijn moeder weduwe Ermerins-Reijnvaan. De aandelen krijgen in 1935 de nrs. 51-53. Zij zijn in 1938 door de nv aangekocht en toegewezen aan G.W.C.D. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

553. Alfred Gustave Marie Joseph Ghislain graaf de Marchant d’Ansembourg 1926 – 1953
Wordt in 1926 toegelaten in 3 aandelen 152-154, afkomstig van L.C.M.R. graaf de Marchant d’Ansembourg. Verkrijgt in 1934 5 aandelen 149151, 155 en 156, afkomstig van A.A.C.M. gravin de Marchant d’Ansembourg. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 101-108. Is in 1944 overleden. In 1951 wordt medegedeeld, dat zijn weduwe algemeen erfgename is. Volgens de statuten kan zij niet als deelgerechtigde optreden, daar deze vererving niet in de rechte lijn is geschied. De raad van beheer verzoekt haar de aandelen aan de vennootschap te verkopen. De aandelen zijn in 1952 door de nv aangekocht en in 1953 toegewezen: 101 en 102 aan Mr. C.J. Pické; 5 aandelen 103-107 aan Jhr. Mr. W.F. Quarlesvan Ufford; 108 aan A.W.S. Polman Kruseman, echtgenote van Mr. Th. Portheine.

554. Henri Charles Joseph Ghislain graaf de Baillet-Latour 1927
Wordt in 1927 toegelaten in de aandelen 145 en 146, afkomstig van F.C.L.A. baron de Baillet-Latour. Zijn aandelen gaan in 1927 over op Mr. J.A. Heyse.

555. Abraham Emilius von Brucken Fock 1927 – 1944
Hij vertegenwoordigt sinds 1888 zijn vrouw Samuela Adriana Cornelia Pické. In 1927 verkrijgt hij 6 aandelen 73-78, en in 1930 6 aandelen 79-84, afkomstig van douairière J.Th.L.C.P.C.E. von Kreiner Auenrode. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 1-12. Is in 1944 overleden. Zijn aandelen gaan in 1944 over op zijn weduwe, in 1950 op zijn kinderen.

556. Louis Joseph Marie Ghislain de Baillet - Latour 1927 – 1954
Wordt in 1927 toegelaten in aandeel 148, afkomstig van F.C.L.A. graaf de Baillet-Latour. In 1935 krijgt dit nr. 37. Is in 1954 overleden. Zijn aandeel wordt door de vennootschap aangekocht en toegewezen aan Mr. C.J. Pické.

557. Maria Philomena Theresia Sautarel, weduwe van Jhr. Diederik Gregorius 1927 – 1958
Wordt in 1927 toegelaten in 6 aandelen 7-12, afkomstig van haar man. In 1935 krijgen de aandelen de nrs. 136-141. Is in 1958 overleden. Daar er geen erfgenamen in de rechte lijn waren, zijn de aandelen in 1958 door de vennootschap aangekocht en toegewezen: 136 aan Mr. C.J. Pické; 3 aandelen 137-139 aan A.W.S. Portheine-Polman Kruseman; 140 en 141 aan Mr. W.H.T.C. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

558. Suzanne Marie Gabrielle Adrienne Ghislaine de Baillet-Latour, echtgenote van Charles graaf de Lannoy 1927 – 1961 Wordt in 1927 toegelaten in aandeel 147, afkomstig van F.C.L.A. graaf de Baillet-Latour. Het krijgt in 1935 nr. 38. Het aandeel wordt in 1961 door de vennootschap aangekocht en toegewezen aan Mr. W.H.T.C. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

559. Arthur Paul John Charles James Gore Viscount Sudley 1931 – 1939
Wordt in 1931 toegelaten in 6 aandelen 67-72, afkomstig van de erven van J.M. baron Huyssen van Kattendijke. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 63-68. In 1939 worden de aandelen door de vennootschap aangekocht en toegewezen, 63-64 in 1964 aan Jhr. Mr. Dirk van Doorn; 65 in 1952 aan Jhr. Mr. W.F. Quarles van Ufford; 66 en 67 in 1939 aan Mr. C.J. Pické; 68 aan Jkvr. C.A. van Teylingen, echtgenote van G.W. Bakker.

560. Maurits Johan Emanuel baron Huyssen van Kattendijke 1931 – 1963
Wordt in 1931 toegelaten in 12 aandelen 55-66, afkomstig van de erven van J.M. baron Huyssen van Kattendijke. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 89-100 . Is in 1961 overleden. Zijn aandelen worden in 1963 aangekocht: 6 aandelen 89-94 door J.E.H. Tak, weduwe van Mr. J.A. Heyse; 6 aandelen 95-10 door Jkvr. C.A. van Teylingen, echtgenote van G.W. Bakker.

561. Arthur Kattendijke Strange David Archibald Gore 1931 -
Wordt in 1931 toegelaten in 6 aandelen 121-126, afkomstig van A.J. Gerken, douairière van J.M. baron Huyssen van Kattendijke. Zijn aandelen krijgen in 1935 de nrs. 69-74.

562. Emilia Pauline Hovy, weduwe van Jhr. Mr. W.H. de Savornin Lohman 1933 – 1945
Wordt in 1933 toegelaten in de aandelen 133 en 134, afkomstig van haar man. De aandelen krijgen in 1935 de nrs. 75 en 76. Is in 1945 overleden. Haar aandelen gaan in 1945 over: 75 op Jkvr. F.L.W.M. de Savornin Lohman, echtgenote van Dr. J.R. Buisman; 76 op Jhr. W.H. de Savornin Lohman.

563. Jkvr. Anetta Marie Jacoba van Doorn van Westkapelle, echtgenote van Paulo Coelho de Almeide 1934 – 1950
Wordt in 1934 toegelaten in 12 aandelen 97-108, afkomstig van haar vader Hendrik Jacob baron van Doorn van Westkapelle. De aandelen krijgen in 1935 de nrs. 39-50. Zij verkoopt in 1950 de aandelen aan de vennootschap, die ze toewijst: 6 aandelen 39-44 aan J.E.H. Tak, weduwe van Mr. J.A. Heyse; 5 aandelen 45-49 aan Jkvr. A. van Teylingen, echtgenote van G.W. Bakker; 50 aan A.M. Snouck Hurgronje, weduwe van Mr. G.F. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

564. Johanna Elisabeth Hubertha Tak, weduwe van Mr. Johan August Heyse 1935 – 1967
Wordt in 1935 toegelaten in 12 aandelen 85-94, 145 en 146, afkomstig van haar man. In de vergaderingen wordt zij vertegenwoordigd door haar zoon Mr. J.H.C. Heyse. Haar aandelen krijgen in 1935 de nrs. 163-174. Koopt in 1950 6 aandelen 39-44, afkomstig van A.M.J. Coelho de Almeida, geboren Jkvr. Doorn van Westkapelle. Koopt in 1963 6 aandelen van M.J.E. baron Huyssen van Kattendijke. Haar aandelen gaan in 1967 over: 6 aandelen 39-44 op Benjamin Eduard August Heyse; 6 aandelen 89-94 op Mr. Johan August Heyse; 12 aandelen 163-174 op Mr. Johann Hermann Christian Heyse.

565. Jhr. Hendrik Anthony van Doorn 1936 – 1948
Wordt in 1936 toegelaten in 6 aandelen 31-36, afkomstig van zijn broer Jhr. Anthony Adriaan van Doorn van Koudekerke. Is overleden in 1948. Zijn aandelen gaan in 1953 over op Jhr. Mr. Dirk van Doorn.

566. Jkvr. Frederique Louise Wilhelmina Marie de Savornin Lohman, echtgenote van Dr. J.R. Buisman 1945 -
Wordt in 1945 toegelaten in aandeel 75, afkomstig van haar moeder E.P. de Savornin Lohman-Hovy.

567. Jhr. Witius Hendrik de Savornin Lohman 1945
Wordt in 1945 toegelaten in aandeel 76, afkomstig van zijn moeder E.P. de Savornin Lohman-Hovy.

568. Eveline Victoria Tak van Poortvliet, echtgenote van Julius van Jacobvits-Szeged 1946 -
Wordt in 1946 toegelaten in 12 aandelen 151-162, afkomstig van haar vader Mr. A. Tak van Poortvliet.

569. George Wolfgang Carel Duco baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg 1947 -
Wordt in 1947 toegelaten in 6 aandelen 25-30, afkomstig van zijn vader. Koopt in 1963 3 aandelen 51-53, voorheen afkomstig van Jan en Victor Ermerins. Koopt in 1961 3 aandelen 60-62, afkomstig van Ir.C.J.van der Feen.

570. Mr. Dr. Henri Johan von Brucken Fock 1950 – 1953
Wordt in 1950 toegelaten in 6 aandelen 1-6, afkomstig van A.E. von Brucken Fock. Verkrijgt in 1952 12 aandelen 115-126, afkomstig van S.A.C. von Brucken Fock-Pické. Is in 1953 overleden. Zijn weduwe Elisabeth Anna van der Esch heeft het vruchtgebruik. De aandelen gaan in 1957 over: 6 aandelen 1-6 op Udo Folkher Henk Cornelis von Brucken Fock; 6 aandelen 115-120 op Theda Gisele Elisabeth von Brucken Fock; 6 aandelen 121-126 op Herald Edward von Brucken Fock.

571. Frans Willem von Brucken Fock 1950 – 1961
Wordt in 1950 toegelaten in 3 aandelen 10-12, afkomstig van A.E. von Brucken Fock. Zijn aandelen 10 en 11 gaan in 1961 over op A.W.S. Portheine-Polman Kruseman; 12 aandelen op Mr. W.H.T.C. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

572. Agnes Cornelia von Brucken Fock 1950 -
Wordt in 1950 toegelaten in 3 aandelen 7-9, afkomstig van A.E. von Brucken Fock.

573. Ghislaine Marie Josephe Valerie Adhemar gravin de Boussies, douairière van A.J.M.G. graaf de Marchant d’Ansembourg 1951 – 1953 Bezit in 1951 5 aandelen 149-151, 155 en 156, afkomstig van haar man. De rechtmatigheid van dit bezit wordt door de raad van beheer niet erkend. Zij verkoopt in 1953 haar aandelen aan de nv, die ze aan Jhr. Mr. Quarles van Ufford toewijst.

574. Ir. Carolus Johannes van der Feen 1951 – 1960
Wordt in 1951 toegelaten in 4 aandelen 59-62, afkomstig van Mr. P.J. van der Feen. Is in 1960 overleden. Zijn aandelen gaan in 1961 over: 59 op Mr. W.H.T.C. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg; 3 aandelen 60-62 op G.W.C.D. baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

575. Rolf Otto Alexander van der Feen 1951 -
Vier aandelen 55-58, afkomstig van Mr. P.J. van der Feen, zijn in 1951 aan 3 kleinkinderen toebedeeld: Rolf Otto Alexander, Olaf Johan en Jeanne Daisy Bertha van der Feen. Zij verzoeken die op naam van de bovenstaande te stellen.

576. Jhr. Mr. Willem Frederik Quarles van Ufford 1952 -
Wordt in 1952 toegelaten in 7 aandelen, 13-18 en 65, afkomstig van Jhr. Mr. Johan Willem Quarles van Ufford. Koopt in 1953 5 aandelen 103-107, afkomstig van A.G.M.J.G. graaf de Marchant d’Ansembourg.

577. Jhr. Alexander Willem Chistiaan Quarles van Ufford 1952
Wordt in 1952 toegelaten in 6 aandelen 19-24, afkomstig van Jhr. Mr. Johan Willem Quarles van Ufford.

578. Elisabeth Anna van der Esch, weduwe van Mr. Dr. Henri Johan von Brucken Fock 1953 – 1957
Wordt in 1953 (samen met anderen) toegelaten in 18 aandelen 1-6 en 115-126, afkomstig van haar man. Tot 1957 heeft zij het vruchtgebruik. De aandelen gaan in 1957 over op haar erfgenamen.

579. Jhr. Mr. Dirk van Doorn 1953 -
Wordt in 1953 toegelaten in 6 aandelen 31-36, afkomstig van Jhr. Hendrik Anthony van Doorn van Koudekerke. Koopt in 1964 aandeel 54, voorheen afkomstig van Victor Anne Ermerins. Koopt in 1964 de aandelen 63 en 64, voorheen afkomstig van A.P.J.C.J.G. Viscount Sudley.

580. Mr. Wilco Holdinga Tjalling Camstra baron thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg 1956 -
Wordt in 1956 toegelaten in 7 aandelen 50 en 145-150, afkomstig van zijn moeder. Koopt in 1958 aandelen 140 en 141, afkomstig van M.P.T. van Teylingen-Sautarel. Koopt in 1961 aandeel 12, afkomstig van Frans Willem von Brucken Fock. Koopt in 1961 aandeel 38, afkomstig van S.M.G.A.G. gravin de Baillet-Latour, douairière de Lannoy. Koopt in 1961 aandeel 59, afkomstig van Ir. C.J. van der Feen.

581. Agnes Margaretha barones Schimmelpenninck van der Oye, echtgenote van Mr. F.J. van Beeck Calkoen 1957 -
Wordt in 1957 toegelaten in aandeel 79, afkomstig van H.F.S.barones Schimmelpenninck van der Oye - Jkvr.Huyssen van Kattendijke.

582. Elisabeth Hermine Cornelie barones Schimmelpenninck van der Oye, echtgenote van Jhr. Ir. E.O.E. Prisse 1957
Wordt in 1957 toegelaten in aandeel 80, afkomstig van H.F.S. barones Schimmelpenninck van der Oye - Jkvr.Huyssen van Kattendijke.

583. Theda Gisela Elisabeth von Brucken Fock 1957 - …
Wordt in 1957 toegelaten in 6 aandelen 115-120, afkomstig van Mr. Dr. H.J. von Brucken Fock.

584. Harald Edward von Brucken Fock 1957 - …
Wordt in 1957 toegelaten in 6 aandelen 121-126, afkomstig van Mr. Dr. H.J. von Brucken Fock.

585. Udo Folkher Henk Cornelis von Brucken Fock 1957 - …
Wordt in 1957 toegelaten in 6 aandelen 1-6, afkomstig van Mr. Dr. H.J. von Brucken Fock.

586. Caspar graaf Moltke 1962 - …
Wordt in 1962 toegelaten in aandeel 81, afkomstig van H.W.G.M. ridder Huyssen van Kattendijke.

587. Hendrik Carl Willem graaf Moltke 1962 - …
Wordt in 1962 toegelaten in aandeel 82, afkomstig van H.W.G.M. ridder Huyssen van Kattendijke.

588. Joanna Alexandra barones van der Feltz, echtgenote van Mr. Lambertus Vincentius Ledeboer 1963 -
Wordt in 1963 toegelaten in aandeel 142, afkomstig van F.L.W.M. barones van der Feltz - Jkvr. de Savornin Lohman.

589. Gerard Wouter Bakker 1964
Wordt in 1964 toegelaten in de aandelen 45-49, 68, 95-100, 175-180, afkomstig van Jkvr. C.A. van Teylingen, echtgenote van G.W. Bakker.

590. Mr. Joan August Heyse 1967
Wordt in 1967 toegelaten in 6 aandelen 89-94, afkomstig van zijn moeder J.E.H.Tak, weduwe Mr.J.A.Heyse.

591. Benjamin Eduard August Heyse 1967
Wordt in 1967 toegelaten in 6 aandelen 39-44, afkomstig van zijn moeder J.E.H. Tak, weduwe van Mr. J.A. Heyse.

592. Mr. Johann Hermann Christian Heyse 1967
Wordt in 1967 toegelaten in 12 aandelen 163-174, afkomstig van zijn moeder J.E.H. Tak, weduwe van Mr. J.A. Heyse.

(AFGESLOTEN IN DECEMBER 1967)

HEREN VAN VRIJBERGHE.

593. Claes de Vriese 1438 – 1440
Heeft in deze jaren het St. Joostland in erfpacht, een deel van het latere Vrijberghe. Verkoopt dit in 1440 aan Lodewijk van Bloys en Pier Willem Egge.

594. Lodewijk van Bloys en Pier Willem Egge 1440 – 1463
Kopen in 1440 van Claes de Vriese het St. Joostland, deel van het latere Vrijberghe. Zij hebben het tot circa 1463 in erfpacht gehad.

595. Cornelis Jan Pier Wissen zoon 1444 - (1453)
Verkrijgt in 1444 in erfpacht het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe, dat hij vermoedelijk tot circa 1453 bezeten heeft.

596. Jan Ruychrock van den Werve 1444 - (1472)
Wordt in 1444 beleend met (de helft) van het ‘s Gravengors en de uitergorzen van Jan Huigenszoon Hille, die hij ter bedijking verkrijgt. Zijn aandeel gaat in 1472 over op zijn dochters: Margriete, gehuwd met Reynoult, bastaard van Brederode, en Cornelia, gehuwd met Aernt van Hodenpijl (Leenkamer). Blijkens andere gegevens waren er nog meer rechthebbenden in zijn erfenis.

597. Weduwe en erven van Jan Mont Goirts zoon 1463 – 1477
Treden in 1463 als erfpachters op van het St. Joostland, een deel van het latere Vrijberghe, dat zij tot 1477 in bezit hebben gehad.

598. Jacob Cruesinck (1475) - (1485)
Treedt vanaf circa 1475 op als medebezitter van het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe. In 1485 wordt Cornelis Cruesinck vermeld, zodat het waarschijnlijk is, dat het aandeel omstreeks die tijd is overgegaan.

599. Gerrit van Heemskerk (1472) - ?
Was gehuwd met een dochter van Jan Ruychrock. Treedt vanaf circa 1475 op als medebezitter van een deel van het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe.

600. Cornelia van de Werve 1472 – 1486
Dochter van Jan Ruychrock van de Werve. Was gehuwd met Aernt van Hodempijl. Wordt in 1472 beleend met een deel van het aandeel van haar vader in het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe. Haar aandeel gaat in 1486 over op haar zoon Joris van Hodempijl (Leenkamer).

601. Margaretha van de Werve 1473 - ?
Dochter van Jan Ruychrock van de Werve. Was gehuwd met Reynoult, bastaard van Brederode. Wordt in 1473 beleend met een deel van het aandeel in het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe (Leenkamer). De overgang van het aandeel is niet bekend.

602. Weduwe en erfgenamen van Mr. Jan Quevin (1475) - ?
Treden vanaf circa 1475 op als medebezitter van het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe. Zij bezitten 1/4 deel. Blijken in 1511 nog deelgenoten te zijn. De man wordt dan Mr. Josse Quevin genoemd.

603. Cornelis Adriaens zoon 1477
Treedt in 1477 op als erfpachter van het St. Joostland, deel van het latere Vrijberghe.

604. Cornelis Claes zoon 1477 - (1487)
Treedt in 1477 op als erfpachter van het St. Joostland, deel van het latere Vrijberghe, dat hij tot circa 1487 in bezit heeft gehad.

605. Hendrik de bastaard van Cralingen (1485) - ?
Was gehuwd met een dochter van Jan Ruychrock. Treedt in 1485 op als medebezitter van het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe.

606. Cornelis Cruesinck (1485) - ?
Bezit vanaf circa 1485 een deel van Jan Huigens Hil en het ‘s Gravengors, delen van het latere Vrijberghe, afkomstig van zijn vader Jacob Cruesinck. Het aandeel gaat over op Henrick Cruesinck. Cornelis is in 1509 nog deelgenoot.

607. Aernt van Hoydenpijl (1485) - (1486)
Was gehuwd met een dochter van Jan Ruychrock. Zijn kinderen treden in 1485 op als medebezitters van het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe. Met het aandeel is in 1486 zijn zoon Joris van Hodempijl beleend.

608. Jan Huigens zoon (1485) - (1509)
Is in het bezit van een deel van het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe. In 1509 wordt Anthuenis Huigens genoemd.

609. Joris van Hodempijl 1486 – 1501
Wordt in 1486 beleend met een deel van Vrijberghe, afkomstig van zijn moeder Cornelia Jan Ruychrock van de Werve. Zijn aandeel gaat in 1501 over op zijn neef Jan van Reimerswaal (Leenkamer). In 1509 worden zijn kinderen nog als deelgenoten vermeld.

610. Heyn Matthijs die Coninck 1487 - ?
Treedt vanaf 1487 op als erfpachter van het St. Joostland, deel van het latere Vrijberghe.

611. Margriete Jan Ruychrock dochter van de Werve ? – 1496
Bezit samen met Heynrick Theunissen een 1/4 deel van Vrijberghe, dat in 1496 overgaat op Pieter Janszoon van Schengen (Leenkamer).

612. Pieters Janszoon van Schengen 1496 - ?
Wordt in 1496 beleend met een 1/4 deel van Vrijberghe, afkomstig van Margriete Jan Ruychrock dochter van de Werve en Heynrick Theuniszoon. De overgang van het aandeel is niet bekend (zie 1509).

613. Jan van Reimerswaal 1501 – 1509
Wordt in 1501 beleend met een deel van Vrijberghe, afkomstig van zijn oom Joris van Hodempijl. Het aandeel gaat in 1539 over: deels op zijn nicht Ida van de Werve en deels op Jasper van Everdingen (Leenkamer). Deze laatste schijnt het aandeel geheel verworven te hebben.

614. Anthonis Huigens (1509) - ?
Is in 1509 in het bezit van een deel van het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe.

615. Kinderen van Joris van Hodempijl 1509 - ?
Worden in 1509 vermeld als deelgenoten van het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe (zie ook 1501).

616. Jan van Scengen (1509) - ?
Wordt in 1509 vermeld als deelgenoot in het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe.

617. Mr. Joannes Connewij (1509) - ?
Wordt in 1509 vermeld als deelgenoot in het ‘s Gravengors, deel van het latere Vrijberghe.

618. Jasper van Everdingen 1539 – 1545
Wordt in 1539 beleend met een deel van een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van Jan van Reimerswaal (Leenkamer). Hij schijnt een ander deel verworven te hebben van Ida van de Werve. Zijn aandeel gaat na zijn dood in 1545 over op Jan van Halmale (Leenkamer). Toch komt zijn weduwe in 1547 nog voor als deelgenote van Vrijberghe.

619. Ida van de Werve 1539 - (1564)
Wordt in 1539 beleend met een deel van een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van haar overleden oom Jan van Reimerswaal (Leenkamer). Haar deel schijnt nadien in het bezit te zijn gekomen van Jasper van Everdingen of is verwaarloosd. In 1564 wordt haar zoon Gijsbrecht van Bronkhorst met het aandeel beleend, in het bezit van Balten Jacobszoon. Dit schijnt geredresseerd te zijn.

620. Jan van Halmale 1545 – 1555
Wordt in 1545 beleend met een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van zijn overleden oom Jasper van Everdingen. Het aandeel gaat in 1555 over op zijn zoon Cornelis van Halmale (Leenkamer).

621. Agniete van der Heijden, weduwe van Jasper van Everdingen 1547
Bezit in 1547 de helft van het gors van Vrijberghe.

622. Henrick Cruesinck ? – 1555
Bezit het deel van Mr. Jacob Cruesinck in Vrijberghe, dat in 1555 overgaat op Jacob Willemszoon (Leenkamer).

623. Jacob Willemszoon 1555 – 1556
Wordt in 1555 beleend met het deel van Mr. Jacob Cruesinck in Vrijberghe, dat in 1556 overgaat op zijn zoon Marinus Jacobszoon (Leenk.).

624. Cornelis van Halmale 1555 – 1556
Wordt in 1555 beleend met een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van zijn vader Jan van Halmale. Het aandeel gaat in 1556 over op Cornelis Baltenszoon (Leenkamer).

625. Marie Jacques, weduwe van Jan van Halmale ? – 1556
Bezit in 1556 een aandeel in Vrijberghe, dat in 1556 wordt verkocht aan Cornelis Baltenszoon.

626. Cornelis Baltenszoon 1556 – 1558
Wordt in 1556 beleend met een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van Cornelis van Halmale. Het aandeel gaat in 1558 over op zijn neef Balten Jacobszoon (Leenkamer).

627. Jacob Willemszoon ? – 1556
Bezit de helft van Vrijberghe, die afkomstig heet te zijn van Cornelis Cruesinck. Zijn aandeel gaat in 1556 over op zijn zoon Marinus Jacobs zoon.

628. Marinus Jacobszoon 1556 – 1557
Wordt in 1556 beleend met het deel van Mr. Jacob Cruesinck in Vrijberghe, afkomstig van zijn vader Jacob Willemszoon, dat in 1576 overgaat op zijn broer Willem Jacobszoon (leenkamer).

629. Balten (Balthasar) Jacobs zoon 1556 – 1570
Wordt in 1558 beleend met een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van zijn oom Cornelis Baltenszoon. Ten tijde van zijn possessie vindt er een leenverheffing plaats van vermoedelijk hetzelfde aandeel op Ghijsbrecht van Bronkhorst, zoon van Ida van de Werve, die echter in latere successies niet meer blijkt. Over het aandeel is kwestie geweest tussen hem en Jacob de Brammer. In 1560 en 1565 treedt Balten Jacobszoon weer als eigenaar op. Het gaat in 1570 over op zijn neef Jacob de Brammer (leenkamer).

630. Ghijsbrecht van Bronkhorst 1564 - ?
Wordt in 1564 beleend met het aandeel in Vrijberghe, afkomstig van zijn moeder Ida van de Werve (leenkamer). Het aandeel was echter in het bezit van Balten Jacobszoon. De belening schijnt geredresseerd te zijn, van een successie van Ghijsbrecht van Bronkhorst blijkt niets.

631. Jacob de Brammer 1570 – 1577
Wordt in 1570 beleend met een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van Balten Jacobszoon. Het aandeel gaat in 1577 over op zijn zoon Cornelis Jacobszoon de Brammer (leenkamer).

632. Willem Jacobszoon 1576 - (1625)
Wordt in 1576 beleend met het deel van Mr. Jacob Cruesinck in Vrijberghe, afkomstig van zijn broer Marinus Jacobszoon (leenkamer). In 1625 treedt zijn zoon in het aandeel op, die zich Mr. Jacob van Vrijberghe noemt.

633. Cornelis Jacobszoon de Brammer 1577 – 1587
Wordt in 1577 beleend met een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van zijn vader Jacob de Brammer. Het aandeel gaat in 1587 over op zijn broer Jan Jacobszoon de Brammer (leenkamer).

634. Jan Jacobszoon de Brammer 1587 – 1600
Wordt in 1587 beleend met een aandeel in Vrijberghe, afkomstig van zijn broer Cornelis Jacobszoon de Brammer (Leenkamer). Het aandeel gaat in 1600 over op Mr. Jan de Brammer.

635. Mr. Jan de Brammer 1600 – 1618
Volgt in 1600 op in het aandeel van Vrijberghe. Na zijn dood gaat het aandeel over op Jacob Janszoon Brammer.

636. Jan Janszoon Brammer 1618 -
Volgt in 1608 zijn vader Mr. Jan de Brammer op in een deel van Vrijberghe. In 1651 wordt Nicolaas de Brammer als deelgenoot vermeld; de successie is echter niet nader aan te wijzen.

637. Lieven van Vrijberghe 1616
Wordt in 1616 als deelgenoot in Vrijberghe vermeld.

638. Mr. Jacob van Vrijberghe 1625 - ?
Treedt in 1625 op als deelgenoot in Vrijberghe; was een zoon van Willem Jacobs zoon.

639. Nicolaas de Brammer van Vrijbergen 1651 - ?
Wordt in 1651 als deelgenoot in Vrijberghe vermeld. Daar hij zich ook van Vrijbergen noemt, moet rekening gehouden worden met de waarschijnlijkheid, dat de Van Vrijbergen’s in twee families moeten worden onderscheiden. Zijn aandeel is vermoedelijk overgegaan op Cornelis van Vrijbergen.

640. Willem van Vrijberghe 1662 - (1684)
Treedt in 1662 op als deelgenoot in Vrijberghe. Is in 1679 nog deelgenoot. In 1684 is zijn plaats ingenomen door J. van Vrijberghe.

641. Bonifacius van Vrijberghe 1661 - (1696)
Treedt in 1662 op als deelgenoot in Vrijberghe. Is in 1679 nog deelgenoot. In 1696 treedt zijn weduwe in het aandeel op.

642. Cornelis van Vrijberghe 1662 - (1696)
Treedt in 1662 op als deelgenoot in Vrijberghe. Hij had zijn aandeel verkregen van zijn vader Lieven van Vrijberghe. Is in 1679 nog deelgenoot. Komt in 1696 niet meer bij de heren voor. Vermoedelijk is zijn plaats ingenomen door Willem van Vrijberghe.

643. J. van Vrijberghe (1684) - ?
Treedt vanaf 1684 als heer van Vrijberghe op, vermoedelijk is het aandeel van Willem van Vrijberghe. Komt nog in 1696 voor.

644. Willem van Vrijberghe 1696 - ?
Treedt in 1696 als heer van Vrijberghe op, vermoedelijk in het aandeel van Cornelis van Vrijberghe.

645. Weduwe van Bonifacius van Vrijberghe 1696 Treedt in 1696 als deelgenote op en wordt vertegenwoordigd door Adriaan van Vrijberghe.

646. Marinus van Vrijberghe ? – 1712
Bezat 1/3 deel in de helft van Vrijberghe, welk deel in 1712 op zijn dochter Elisabeth van Vrijberghe overgaat. Hij is vermoedelijk een ander persoon dan Marinus (Jan) van Vrijberghe.

647. Elisabeth van Vrijberghe 1712 – 1738
Treedt in 1712 op in een 1/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van haar vader Marinus van Vrijberghe. Haar aandeel gaat na haar overlijden in 1738 over op Mr. Jacob Vleugels. Blijkens een andere bron had zij tevens een 1/3 deel in de andere helft van Vrijberghe.

648. Jkvr. Cornelia van Vrijberghe ? – 1713
Na haar overlijden gaat haar aandeel in 1713 over op haar broer Marinus van Vrijberghe.

649. Jacob van Vrijberghe ? – 1716
Bezat een 2/3 deel in de helft van Vrijberghe, dat in 1716 op zijn zoon Joan van Vrijberghe overgaat. Mogelijk is hij identiek met Mr. Jacob van Vrijberghe (zie 1625).

650. Joan van Vrijberghe 1716 – 1733
Treedt in 1716 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van zijn vader Jacob van Vrijberghe. Zijn aandeel gaat in 1733 over op Jan Jacob van Vrijberghe.

651. Adriaan Anthony van Vrijberghe ? – 1721
Bezat een 2/3 deel in de helft van Vrijberghe. Het aandeel gaat in 1721 over op zijn weduwe Beatrix van Markel.

652. Beatrix Henrietta van Markel, weduwe van Adriaan Anthony van Vrijberghe 1721 – 1746
Treedt in 1721 op in een 2/3 deel in de helft van Vrijberghe, afkomstig van haar man. Zij huwt nadien met Willem Gijsbert de Beaufort. Haar aandeel gaat in 1746 over op Jkvr. Maria de Beaufort.

653. Marinus (Jan) van Vrijberghe ? – 1729
Ontvangt in 1731 een deel in de helft van Vrijberghe, afkomstig van zijn zuster Jkvr. Cornelia van Vrijberghe. Zijn aandeel gaat in 1729 over op zijn neef Jhr. Joan Turcq.

654. Mr. Jacob van Vrijberghe 1731
Wordt in 1731 als deelgenoot van Vrijberghe vermeld. Is mogelijk identiek met Jan Jacob van Vrijberghe.

655. Jan Jacob van Vrijberghe 1733 – 1756
Treedt in 1733 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe. Hij verkrijgt in 1749 een aandeel van Mr. Wïllem Hendrik Turcq. Verkoopt zijn deel in 1746 aan Marinus Geene; dit aandeel schijnt echter naar hem of zijn rechtverkrijgenden te zijn teruggekeerd. Zijn aandeel gaat in 1756 over op zijn dochter Cornelia Anna van Vrijberghe, echtgenote van Mr. G. van der Burght van Lichtenberg.

656. Mr. Jacob Vleugels 1738 – 1749
Treedt in 1738 op in een 1/3 deel van de helft en een 1/3 deel in de andere helft van Vrijberghe, beide delen afkomstig van Elisabeth van Vrijberghe. Bij zijn overlijden in 1749 gaan zijn aandelen over op zijn zoon Diederik Vleugels.

657. Marinus Geene 1746
Treedt in 1746 als deelgenoot op in het aandeel, dat hij gekocht had van Mr. Joan Jacob van Vrijberghe.

658. Jkvr. Maria de Beaufort 1746 – 1783
Treedt in 1746 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van Beatrix van Markel. Haar aandeel gaat in 1783 over op Levinus Ferdinandus Lemken.

659. Mr. Willem Hendrik Turcq ? – 1749
Bezit in 1749 een aandeel in Vrijberghe, dat in dit jaar overgaat op Mr. Jan Jacob van Vrijberghe.

660. Diederik Vleugels 1749 – 1781
Treedt in 1749 op in een 1/3 deel van de helft en een 1/3 deel in de andere helft van Vrijberghe, afkomstig van zijn vader Mr. Jacob Vleugels. Zijn aandelen zijn in 1781 door de heren van Vossemeer aangekocht.

661. Cornelia Anna van Vrijberghe, echtgenote van Mr. J. van der Burght van Lichtenberg 1756 – 1762
Treedt in 1756 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van haar vader Jan Jacob van Vrijberghe. Haar aandeel gaat in 1762 over op George Hendrik baron van Rivecourt.

662. Sabina Henrietta Jacoba van Vrijberghe 1760 - ?
Was gehuwd met George Hendrik van Rivecourt. Zij wordt in 1760 als deelgenote vermeld; had in 1766 nog zitting.

663. George Hendrik baron van Rivecourt 1762 – 1773
Treedt in 1762 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van Cornelia Anna van Vrijberghe. Zijn aandeel gaat in 1773 over op Mr. Joan Hendrik Noeij.

664. Mr. Joan Hendrik Noeij 1773 – 1774
Treedt in 1773 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van George Hendrik baron van Rivecourt. Zijn weduwe is in 1773 op de vergadering. Zijn aandeel is in 1774 door de heren van Vossemeer aangekocht.

665. Levinus Ferdinandus Lemker 1783
Treedt in 1783 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe. Het aandeel gaat hetzelfde jaar over op Mr. Daniël de Bruijn.

666. Mr. Daniël de Bruijn 1783 – 1789
Treedt in 1783 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van Jkvr. Maria de Beaufort en Levinus Ferdinandus Lemken. Zijn aandeel gaat in 1789 over op Petronella Dorethea Turcq, echtgenote van Mr. Jacobus Johannes de Bruijn.

667. Petronilla Dorothea Turcq, echtgenote van Mr. Jacobus Johannes de Bruijn 1789 – 1792 Treedt in 1789 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van Mr. Daniël de Bruijn. Haar aandeel gaat in 1792 over op haar zoon Mr. Jan Cornelis de Bruijn.

668. Mr. Jan Cornelis de Bruijn 1792 – 1845
Treedt in 1792 op in een 2/3 deel van de helft van Vrijberghe, afkomstig van zijn moeder P.D. de Bruijn-Turcq. Dit laatste aandeel van Vrijberghe is in 1845 door de heren van Vossemeer aangekocht.